De overheid kan de journalistiek niet redden

column vrijdag 27 maart 2009

Egbert Lachaert

Vorige week riepen verschillende journalisten, schrijvers en politici in een open brief minister-president Kris Peeters op om een aantal maatregelen te nemen ter bescherming van de vierde macht, de media. Dit naar aanleiding van de staten-generaal van de media die op 19 maart 2009 gepland stond. De bezorgdheid dat de kwaliteit van het journalistiek werk daalt, is terecht. Maar of overheidssteun - al dan niet in verdoken vormen zoals lastenverlaging of andere subsidievormen - een passende oplossing biedt, valt te betwijfelen. Een beter statuut voor de journalisten en een strenge aansprakelijkheidsregeling voor uitgevers zijn wellicht efficiënter.

De eerste vraag die we ons uiteraard moet stellen: zijn mediaconcerns gewone ondernemingen? Indien niet, openen we met overheidssteun de deur voor staatsinterventie. En het hoeft geen betoog dat tussenkomst van de overheid bijna per definitie politiek getint is en ook afhangt van de beleidsvisie van dat ogenblik. Politici zullen de media hoe dan ook beïnvloeden door hun financiële inbreng en dat is nu net nog nefaster voor de onafhankelijke journalistiek. Uiteindelijk is het immers diezelfde overheid die zal moeten bepalen of aan de kwaliteitsnormen voldaan wordt om in aanmerking te komen voor steun. Het spreekt voor zich dat politieke willekeur dan om de hoek loert..

Moet de Vlaamse of federale overheid in ons land dan niets doen? Neen, wel integendeel. Het debat is te belangrijk, omdat mediaconcerns wel degelijk de publieke opinie sterk beïnvloeden en op die manier een belangrijke rol spelen in het democratisch besluitvormingsproces. We moeten dus zeker proberen te vermijden dat Vlaanderen in een Italiaans medialandschap vervalt. Een aantal van de in de open brief genoemde maatregelen zijn dan ook het onderzoeken waard, zoals het versterken van fondsen die kwalitatieve onderzoeksjournalistiek sponsoren, het versterken van de mededingingsautoriteiten en het invoeren van flexibele werkvormen (niet alleen voor journalisten overigens).

Maar kwalitatieve journalistiek kan ook door twee andere beleidsmaatregelen bewerkstelligd worden, zonder rechtstreekse invloed van de politiek op de media. De uitgeverijen zullen het op zich niet graag horen, maar daarbij zou toch ook moeten gedacht worden aan (1) het verbeteren van het statuut van de journalist en (2) het herzien van de aansprakelijkheidsregeling van de mediabedrijven.

Tal van journalisten merken tegenwoordig op dat zij te weinig tijd hebben om bronnen grondig na te kijken, met soms foute berichtgeving tot gevolg. In het slechtste geval wordt hierdoor ook nog een slachtoffer te kijk gesteld, op grond van verkeerde of niet geverifieerde bronnen. Mocht publicatie van foute informatie sneller tot de aansprakelijkheid van een uitgeverij en echte schadevergoedingen leiden, zou dit uitgevers stimuleren om journalisten in dienst te houden die in staat moeten gesteld worden om hun bronnen grondig na te kijken. Daartoe moet ook het beroep van journalist geherwaardeerd worden en ondermeer ook komaf gemaakt worden met de nepstatuten waarin tal van journalisten zich vandaag bevinden.

Ook zou de aansprakelijkheidsregeling van de uitgevers kunnen herzien worden. Vandaag wordt al te frequent foute of onvolledige informatie gepubliceerd door een gebrek aan bronnenonderzoek. De echte verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de uitgeverijen die het door de werkomstandigheden de journalisten niet toelaten om hun werk grondig te doen. Een wettelijk ingrijpen dat de aansprakelijkheid voor foute informatie bij de uitgeverij legt en niet bij de journalist en bovendien een efficiëntere schaderegeling voorziet voor slachtoffers van foute berichtgeving zou hier soelaas kunnen bieden.

In de rechtspraak bestaan verschillende voorbeelden van zaken waar slachtoffers van foute berichtgeving een schadevergoeding eisten van uitgever en journalist. Vaak stel je echter vast dat de zaak – bij een gegronde klacht – eindigt op een veroordeling tot één symbolische euro. Een efficiënt afschrikmiddel voor de uitgeverijen kan je dit dus niet noemen. Waarom zou bij een veroordeling een uitgever bijvoorbeeld niet kunnen verplicht worden om een (aanzienlijke en voldoende afschrikwekkende) financiële bijdrage te leveren in het Fonds Pascal Decroos of een gelijkaardig initiatief? Dit naast de schadevergoeding die het slachtoffer kan eisen.

Het sleutelelement is mijns inziens dat uitgevers meer op hun verantwoordelijkheden zouden moeten worden gewezen, opdat journalisten in degelijke werkomstandigheden zouden kunnen werken en niet in ondankbare omstandigheden stukken moeten afleveren, waarbij het hen helaas aan tijd ontbreekt om echte kwaliteit af te leveren. Hier valt meer heil te van te verwachten dan van staatssteun op zich.



Egbert Lachaert

Egbert Lachaert

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be