Het zit er opnieuw bovenarms op tussen de socialisten en Vlaams nationalisten. Aanleiding ditmaal is een verklaring van Kurt De Loor (Sp.A) over het ten zuiden van de taalgrens inmiddels berucht N-VA lid Vic Van Aelst. De Loor stelt dat het begint met verklaringen zoals die van Van Aelst en eindigt met de praktijken van Ratko Mladic, de Servisch-nationalist die nu terecht staat in Den Haag voor genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Nationalisme beroert duidelijk de gemoederen. Dit is geen fenomeen, dat enkel eigen is aan België. De tijdgeest in het begin van de 21e eeuw is duidelijk anders dan de tijdsgeest die gedurende 40 à 45 jaar bestond na de Tweede Wereldoorlog. De wereldbevolking, zeker in West-Europa, heeft er twee generaties over gedaan om het trauma van dit mondiaal conflict te verwerken. Vooral het ontwaken uit de collectivistische nazi (nationaal-socialistische) waanzin die tussen de jaren ’30 en en 1945 bon ton was, was zeer pijnlijk. Het overgrote deel van de Duitse bevolking had zich laten opzwepen door een nationalistisch discours, dat vanuit de buik zo overtuigend en aanlokkelijk overkwam dat men echt wilde geloven dat deze ideologie waarheid was. Dat is dan ook net het probleem met uitspraken die inspelen op het buikgevoel. Ze houden veralgemeningen in die het denkkader van ieder mens vergemakkelijken en bovendien bieden ze een excuus voor eigen falen want er is meestal een derde partij of bevolkingsgroep die de schuld krijgt van al wat fout loopt. Dit is de basis van de aantrekkingskracht van elk collectivistisch-nationalistisch discours. In de geglobaliseerde wereld van vandaag is het nog aantrekkelijker om mee te stappen in een nationalistisch of regionalistisch denkkader. Veel zekerheden vielen immers de laatste decennia weg. In justitie heeft men geen vertrouwen meer. In de politiek nog minder en de kerk biedt vandaag ook zeker geen houvast. De zuilen van weleer worden ook al meer met argwaan bekeken door een bevolking die duidelijk kritischer geworden is voor het functioneren van vakorganisaties en andere belangenverenigingen. De kritische reflectie over al deze instellingen was vaak terecht, maar het probleem is dat een groot deel van de bevolking moeite heeft om zich als enkeling tegenover de wereld te plaatsen. Men blijft worstelen met vragen, zoals: wie ben ik? Wat is mijn plaats in de wereld? Wat kan ik verwachten van het leven en tot wat behoor ik? Het nationalistisch discours is in deze context zeer aantrekkelijk, omdat het een houvast biedt. De mens wordt geplaatst binnen een gemeenschap en vele burgers vinden dat geruststellend. Ze staan er niet alleen voor in de wereld. Er zijn lotgenoten die tot dezelfde gemeenschap behoren. Tot hiertoe is er eigenlijk zelfs geen enkel probleem met een nationalistisch discours. Wel integendeel, mensen verenigen zich graag in verenigingen en gemeenschappen. Dit hoeft op zich ook niet tegenover een verdraagzaam of pluralistisch mensbeeld te staan. Problematisch wordt het pas als die gemeenschap tegenover derden wordt geplaatst of andere bevolkingsgroepen die men met alle zonden van Israël overlaadt én als men daar bovenop nog eens de eigen gemeenschap begint te romantiseren. Daarbij houdt men de leden van de eigen gemeenschap meestal sprookjes voor over de eigen identiteit wat zeer opzwepend, maar ook gevaarlijk kan zijn. In een extreem geval eindigt men inderdaad bij fysiek geweld op andere bevolkingsgroepen omdat die als minderwaardig worden aanzien en eigenlijk niet meer als gelijken worden gezien voor wie men even veel empathie aan de dag moet leggen als voor een lid van de eigen gemeenschap. Vele Duitsers begrepen na de Tweede Wereldoorlog zelf niet hoe het mogelijk was dat zij mee gestapt zijn in zoiets als de massavernietiging van de Joden. Deze bevolkingsgroep werd niet meer als mens aanzien door veel Duitsers. Hoogstens nog als dieren, die men gewelddadig mocht behandelen en die niet dezelfde rechten genoten als een andere burger van de eigen bevolkingsgroep. In Vlaanderen zijn we nog niet zo ver afgedreven dat een groot deel van de bevolking de Franstaligen of de vreemdelingen als minderwaardig beschouwt. Over het algemeen lijkt men zich eerder te ergeren aan de politieke keuzes van een andere gemeenschap. De verklaringen van Vic Van Aelst lijken echter een stap verder te gaan dan ergernissen. Van Aelst probeert immers duidelijk een vijandbeeld in het leven te roepen en de Franstaligen als imperialisten af te schilderen die een bedreiging vormen voor de eigen gemeenschap. Het in het leven roepen van een vijandbeeld staat haaks op een tolerant nationalisme dat er op gericht is de eigen gemeenschap zonder meer te verenigen. Het nationalisme van Vic Van Aelst is er op gericht een strijd op te nemen tegen een andere gemeenschap. Uit zijn argumenten blijkt bovendien een diepgewortelde haat, zoals bijvoorbeeld wanneer hij stelt solidair te willen zijn met Turken maar niet met Franstaligen. De argumenten die gehanteerd worden, lijken bovendien eerder uit de geschiedenisboeken te komen. Zo stelt Van Aelst dat Franstaligen pas zullen rusten tot de kabeljauw in de Noordzee Frans spreekt. De politieke boodschap die hier gegeven wordt is dat iedere Franssprekende burger in Vlaanderen dus met argwaan moeten bekijken en bij voorkeur buiten Vlaanderen moet weggestuurd worden, inclusief eventuele Franstaligen die al in Vlaanderen wonen. Verder stelt van Aelst dat Vlaanderen als een kolonie wordt beschouwd door de Franstaligen en dat men de Vlamingen “al 180 jaar pluimt”. Naast het feit dat beide zaken historisch volstrekt ongenuanceerd zijn, wordt hier het vijandbeeld opgehangen van een andere bevolkingsgroep. Typisch daaraan is de veralgemening waarbij iedere burger die aan bepaalde kenmerken voldoet als een profiteur of kolonist wordt aangemerkt. Ook bijvoorbeeld een Franstalige die in Vlaanderen woont, die perfect Nederlands spreekt, werkt en veel belastingen betaalt. Ook die Franstalige medemens moet vanaf nu – volgens Vic Van Aelst – bij de kolonisten en profiteurs ondergebracht worden en dus met argwaan bekeken worden. Dit soort argumenten houdt risico’s op escalatie in. Ook de joden stigmatisering is net op dezelfde manier begonnen. Na een tijdje ontstaat een soort gewenning dat dit soort uitspraken kunnen en nog later neemt een deel van de bevolking aan dat dit ook de werkelijkheid is. Indien er daarna nog een nationalist op staat die op charismatische wijze drastische maatregelen bepleit, is het hek natuurlijk helemaal van de dam. Dan schieten de Mladic’en van deze wereld inderdaad in actie. Het is dan ook zeer verontrustend dat de partij van Vic Van Aelst hem niet terugfluit voor de uitspraken die worden gedaan. Uiteindelijk gaat het hier wel om de grootste politieke partij van Vlaanderen én België, die blijkbaar de stigmatisering van een bevolkingsgroep als aanvaardbaar ziet. De N-VA doet hiermee afstand van een nationalisme dat binnen een pluralistisch denkbeeld past. De erfenis van de Tweede Wereldoorlog heeft er de West-Europese bevolking lang voor behoed om te vervallen in gevaarlijke vormen van nationalisme. Zou het dan toch zo zijn dat er om de zoveel tijd een periode van waanzin nodig is om mensen weer te laten inzien dat die zo aanlokkelijke collectivistische en nationalistische denkbeelden tot niets dan ongeluk leiden? Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|