Onze sociale zekerheid verdampt

column

Egbert Lachaert

Luc Cortebeeck (ACV) heeft gelijk. De waarde van een wettelijk pensioen is vandaag sterk gedevalueerd, maar het is jammer dat de voorman van de grootste vakorganisatie van dit land enkel teruggrijpt naar conservatieve en oud-linkse gedachten, zoals belastingverhoging, om de sociale zekerheid te vrijwaren naar de toekomst toe. Dit terwijl het debat over sociale zekerheid helemaal geen debat over minder of meer sociale bescherming moet zijn, maar net één van betere sociale bescherming aan een lagere kostprijs. Daarvoor dienen de betrokken actoren hun ideologische vooringenomenheid en corporatistisch eigenbelang naast zich neer te leggen en een pragmatische efficiëntiediscussie te voeren.

Uit alle recente armoederapporten blijkt dat wie vandaag in België moet leven met een uitkering in de armoede dreigt te verzeilen. De sociale uitkeringen zijn relatief gezien niet voldoende mee geëvolueerd met de stijging van de vaste levenskosten en de sociale zekerheid dekt ook achterhaalde risico's en is bovendien niet efficiënt georganiseerd. Het resultaat laat zich vandaag al voelen. Onze ooit zo geroemde sociale zekerheid, het sluitstuk van de moderne welvaartstaat na de Tweede Wereldoorlog, wankelt en voldoet vandaag niet meer. De woningprijzen stegen de afgelopen tien jaar zo sterk dat de vroegere regel dat men niet meer dan één derde van het gezinsbudget aan de woning mocht spenderen, vandaag een verre illusie is voor veel gezinnen. De afgelopen twee jaar kwamen daar bovenop nog de gestegen verwarmingskosten, hogere voedingsprijzen en inflatie in het algemeen. De werkende burgers worden nochtans in dit land murw geslagen met bijna de hoogste (para)fiscale lasten op arbeid om een sociale zekerheid te vrijwaren die dus steeds minder efficiënt wordt.

De reden waarom onze sociale zekerheid vandaag tekortschiet, is te vinden in het conservatisme dat de afgelopen decennia aan de dag werd gelegd om de discussie over de hervorming ervan aan te gaan. De zogenaamde verdedigers van het sociaal systeem werden zo de doodgravers van onze sociale zekerheid. Hervormingen van de sociale zekerheid werden in het verleden – getuige daarvan de verkiezingscampagne van de SP in 1994 met Louis Tobback – steevast gelijk gesteld met sociale afbraak. Dit laatste is vanzelfsprekend niet de bedoeling, maar het krampachtig vasthouden aan wat er vandaag is, heeft dus even goed tot het tenietgaan van ‘de sociale zekerheid' geleid. Het is jammer dat Luc Cortebeeck die conclusie zelf niet trekt.

Onze sociale zekerheid werkt deels als een verzekeringsmechanisme dat vandaag vijf risico's dekt, met name kinderlast, ziektekosten enerzijds en inkomensverlies wegens ziekte, werkloosheid en ouderdom anderzijds. Vooruitziend leiderschap zou vooreerst inhouden dat men durft evalueren of deze vijf risico's nog werkelijk de grootste bronnen van sociale onzekerheid zijn en of het geen aanbeveling verdient andere risico's te gaan verzekeren, zoals gebrek aan vorming. Ook moet een sociale zekerheid op zich niet enkel uit financiële steun bestaan, maar voor een groot deel uit begeleidingsmaatregelen. Ook dit debat wordt steevast naar de achtergrond verwezen.

Voorts is in het stelsel de balans zoek tussen solidariteit en sociale rechtvaardigheid . De werkloosheidsverzekering biedt bijvoorbeeld te weinig impulsen om terug aan de slag te gaan en er is geen nationaal actieplan inzake begeleiding van werklozen. Ook de uitkeringen zelf zijn niet aangepast aan de onzekerheden van vandaag. Zij zijn enerzijds te laag om het inkomensverlies bij verlies van een job te dekken en maken verder het zoeken naar een job alleen maar minder interessant. De uitkeringen zouden gedurende de eerste 6 maanden van werkloosheid nauwer moeten aansluiten bij het laatste netto loon. Vandaag wordt dit doorgaans op 60% van een begrensd inkomen vastgelegd, maar dit percentage moet een stuk hoger zijn. Na die periode dient de werkloosheidsuitkering iedere zes maanden 10% lager te worden, behalve indien de werkzoekende diens inspanningen om een job te zoeken, kan bewijzen. De controle hierop moet dan deze keer wel ernstig georganiseerd worden en niet afhankelijk per regio.

Het inkomen van gepensioneerden die van een wettelijk pensioen leven, is inderdaad te laag. De oplossing bestaat er echter niet in de tweede pijler, de aanvullende verzekeringen, te ontmoedigen maar dit stelsel net uit te breiden naar alle werkenden. Een gemengd pensioenstelsel, bestaand uit een deeltje repartitie (betaald door de bijdragen van de werkenden van vandaag) en een deel kapitalisatie (zelf gespaard kapitaal dat wordt belegd op lange termijn) biedt ook de beste bescherming tegen enerzijds een omgekeerde bevolkingspiramide (die we de komende jaren zullen zien opduiken en die de financiering via repartitie onder druk zet) en beursschokken (die een kapitalisatiestelsel op korte termijn soms kwetsbaar maken). Een gedeelte van de actieve bevolking is vandaag al aan het sparen voor een aanvullend pensioen. Waarom streeft het ACV er niet naar de veralgemening van de tweede pijler te bekomen? Zeker ook voor arbeiders die in de meeste sectoren en ondernemingen in de kou blijven staan op dit vlak. Luc Cortebeeck pleit eigenlijk voor een terugkeer naar de oude tijd en wil terugplooien op de eerste pijler, die net nu financieringsmoeilijkheden ondervindt door de demografische evolutie.

In een andere tak van de sociale zekerheid, de ziekteverzekering en ziektekostenverzekering, mogen overigens diverse aan het ACV verwante actoren zich ook eens ernstige vragen stellen over hun toch wel vreemde rol. Er dient in die tak van de sociale zekerheid een einde gemaakt te worden aan een aantal ongezonde situaties, zoals de rol van de ziekenfondsen. Vandaag spelen die ziekenfondsen de rol van (1) belangenbehartiger van de patiënten, (2) verzekeraar en ten slotte (3) als aanbieder van gezondheidszorg. Deze schizofrenie is onhoudbaar en leidt tot misbruiken, aangezien de factuur voor een bepaalde overconsumptie steevast op de ziekteverzekering afgewimpeld wordt. Op een werkende vrije markt heet zoiets te veel marktmacht en zouden mededingingsautoriteiten al lang opgetreden zijn met de vraag aan deze kartels om zich op te splitsen in diverse onderdelen die afzonderlijk verder opereren, zodat de patiënt (consument) een gezonde keuze heeft en de belastingbetaler en de staat zelf een beter zicht krijgen op de kosten. Ook de rol van andere lobbygroepen en corporatistische verenigingen dient herzien te worden.

Ten slotte is er dan nog de werking van de socialezekerheidsinstellingen zelf. Er dringt zich een onafhankelijke audit op omtrent de werking van deze (vaak deels gepolitiseerde) instellingen en zonder taboes moet men ook eens durven onderzoeken hoe bepaalde processen binnen deze instellingen kunnen overgelaten worden aan private partners. De overheid dient de garantie te bieden dat iedereen kan genieten van een degelijke sociale zekerheid, maar de uitvoering van bepaalde taken dient niet per se in overheidshanden te zijn. Heel wat taken, zoals de inning van sociale bijdragen en de uitbetaling van uitkeringen, dienen toch niet per se het werk te zijn van overheidsinstellingen, aanverwante instellingen en ideologisch gekleurde zuilen? Waarom bijvoorbeeld geen openbare aanbesteding uitschrijven voor instellingen of ondernemingen die de werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen of pensioenen wensen uit te betalen? Bijvoorbeeld banken of De Post zouden hierop kunnen inschrijven en meedingen naar het contract met de overheid om de uitkeringen overal te lande uit te betalen. Zelfs de vakbonden kunnen meedingen, maar indien zij nu eenmaal niet de goedkoopste blijken te zijn, is het toch logisch dat de overheid de kosten inperkt om de sociale bescherming zo hoog mogelijk te houden tegen de laagst mogelijke kostprijs?

De federale overheid zou net van het huidige crisismoment moeten gebruik maken om een aantal cruciale instellingen te hervormen om haar budget op termijn weer in evenwicht te krijgen. Die oefening dient nu te starten, maar het is enigszins bedroevend vast te stellen dat één van de belangrijkste actoren in de discussie, het ACV, enkel op het idee van een belastingverhoging kan komen om onze sociale zekerheid te vrijwaren. Er zal heel wat meer nodig zijn, meneer Cortebeeck.


Deze tekst werd eerst gepubliceerd in De Morgen van 24 augustus 2009.

Egbert Lachaert

Egbert Lachaert

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be