Begin deze week kondigde Delta Lloyd bank, bij monde van haar CEO Piet Verbrugge, een strategische koerswijziging aan. De bank, die in België een marktaandeel bezit van 1,6% in sparen en 3,1% in kredieten, wil zich in de toekomst voornamelijk toeleggen op het (potentieel) vermogende cliënteel. Om te bepalen wie in aanmerking komt om klant van de bank te mogen (blijven) zijn, stelt Delta Lloyd voorop dat een (potentiële) klant vanaf 35 jaar minstens 75.000€ roerend vermogen moet hebben of moet beschikken over een spaar- en kredietcapaciteit van 1.300€. Wie jonger is dan 35 jaar is pas welkom als zelfstandige of als houder van (minstens) een bachelordiploma. Wat de bank, bijvoorbeeld, zal doen met een vermogende klant die plots door ziekte of een ongeval zijn vermogen moet aanspreken of minder kan sparen of hoe de bank een trouwe klant zal behandelen die met pensioen gaat en niet langer kan sparen, blijkt echter niet uit de mededeling. Na de bekendmaking van het bericht regende het, voornamelijk negatieve, reacties. Tegenstanders verweten Delta Lloyd, in essentie, een gebrek aan respect en ethiek en beschuldigden de bank een bancaire segregatie te willen doorvoeren gebaseerd op leeftijd, diploma en vermogen. Verbruikersorganisatie OIVO diende zelfs een klacht in bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding. Met een toelichting op radio 1 en in Ter Zake trachtte Piet Verbrugge de ontstane commotie te milderen door te stellen dat wie niet voldoet aan het profiel kan rekenen op een beperkte dienstverlening, zoals geld afhalen. Voor het overige worden deze klanten doorverwezen naar één, nog op te richten, kantoor in Brussel. Hoewel Dhr. Verbrugge hiermee laat uitschijnen dat hij ook de minder (potentieel) vermogende klant niet in de kou laat staan, lijkt de realiteit evenwel anders. De wet van 24 maart 2003 verplicht Delta Lloyd immers tot het aanbieden van een basis-bankdienst, waaronder het openen, beheren en sluiten van een zichtrekening en het doen van overschrijvingen. Het aanbieden van een beperkte dienstverlening aan elke klant lijkt dus, op het eerste gezicht, meer te maken hebben met het naleven van een wettelijke verplichting dan met een toegewijde zorg voor de minder (potentieel) vermogende klant. Test-Aankoop verwoordt de realiteit treffend. Wat voor Test-Aankoop telt, is dat armere klanten van Delta Lloyd Bank voldoende keuze hebben als consument en dat de basisbankdienst gevrijwaard blijft. Ivo Mechels vreest evenwel grote reputatieschade en stelt zich bovendien ethische vragen. Wanneer Delta Lloyd blijft voldoen aan alle wettelijke verplichtingen, is, in principe, juridisch niets in te brengen tegen de beleidskeuze van de bank. De eerlijkheid gebiedt bovendien te benadrukken dat zgn. private banking reeds geruime tijd haar intrede heeft gedaan bij de meeste (groot)banken. Dat klanten gespecialiseerd en geïndividualiseerd advies nodig hebben wanneer hun beleggersprofiel en beleggingsportefeuille dit wenselijk maken, kan uiteraard verantwoordbaar zijn. Het aanbieden van gespecialiseerde diensten aan bepaalde klanten betekent voor die andere (groot)banken vooralsnog niet dat zo een dienstverlening eerder moet afhangen van de leeftijd, het diploma en het vermogen van de klant dan van de specifieke concrete situatie, vragen en wensen. Mensen zonder diploma of met een klein(er) vermogen worden bij die banken vooralsnog niet uitdrukkelijk gestigmatiseerd. Dat een onderneming haar ondernemingsstrategie analyseert, aanpast en bijstuurt, getuigt, in principe, van een goede realiteitszin. Meer nog, een onderneming die winstgevend wil zijn, blijven of worden doet er goed aan om haar beleid met gepaste zelfkritiek te toetsen aan de bereikte resultaten. Wanneer die resultaten niet beantwoorden aan de vooropgestelde doelen, is het niet meer dan normaal dat een onderneming haar koers richting optimum bijstuurt. Het is dan ook van levensbelang dat een onderneming beschikt over de grootst mogelijke maatschappelijk verantwoorde ondernemingsvrijheid om het eigen beleid in eer en geweten te bepalen en uit te voeren. Laat het nu net hier zijn waar, m.i., het schoentje aanzienlijk knelt. De Delta Lloyd bank engageert zich er in haar missie immers toe om op een actieve manier uw dromen te helpen vertalen in een realiseerbaar plan. Sinds begin deze week lijkt de hulp bij het realiseren van dromen nog slechts een privilege van (potentieel) vermogende klanten. De Delta Lloyd groep, waarvan de Belgische bank deel uitmaakt, draagt maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel en definieert dit begrip als het streven naar een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van medewerkers, maatschappij, winstgevende economische groei en zorg voor het milieu. Indien de groep van oordeel is dat een klantensegregatie op basis van leeftijd, vermogen en diploma een positieve bijdrage vormt aan de ontwikkeling van de maatschappij, kunnen onmiddellijk een aantal kanttekeningen worden gemaakt bij de lessen die uit de financiële crisis zouden moeten zijn getrokken. Paul Verhaeghe schreef in het essay van de nieuwsbrief van vorige week nog dat alles een product geworden is binnen een wereldwijde markt, waar enkel winst de toon zet. Het middel daartoe is bikkelharde concurrentie. Iedereen wordt permanent geëvalueerd via criteria waar hij geen zeggingschap over heeft. Het Rank and Yank systeem (‘Rangschik en gooi buiten’) is dodelijk voor sociale netwerken en reduceert elke ander tot een te duchten en vrezen concurrent. Waar de vrije markt vandaag elke private onderneming terecht de vrije keuze laat over de te volgen beleidskoers, laat het economisch en wettelijk kader Delta Lloyd bank inderdaad toe de beslissing te nemen niet de klant maar wel het (potentiële) vermogen, op basis van algemene criteria die verband houden met leeftijd, vermogen en diploma, centraal te stellen. Een goed werkende vrije markt die duurzaam en ethisch ondernemen vooropstelt, zou een dergelijke immorele, discriminerende en onethische beslissing genadeloos moeten afstraffen. Bovendien, waar de vrije markt toelaat dat een bank zelf bepaalt tot welk marktsegment zij zich richt, zou de vrije markt ook moeten toelaten dat elk individu vrij kiest of zij een noodlijdende bank helpt of niet. Het zijn immers alle belastingbetalers, inclusief degene die nu door Delta Lloyd worden verguisd, die banken op de rand van de ondergang een voortbestaan hebben gegarandeerd. Kortom, het is goed dat een vrije markt een onderneming de mogelijkheid biedt eigen keuzes en beleid te bepalen. Dat het nemen van keuzes impliceert dat immorele, onethische en discriminerende beslissingen kunnen genomen worden is evenwel slechts positief indien dezelfde vrije markt een dergelijk handelen kan bestraffen. Hoewel het streven naar winst voor elke onderneming een noodzakelijk doel is en bijdraagt tot de groei van de gehele economie, impliceert de geboden ondernemingsvrijheid, m.i., onder geen enkel beding dat het winstdoel ten koste van alles moet worden gemaximaliseerd. Het doel heiligt met andere woorden niet steeds het middel. Frederick Ongena Frederick Ongena |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|