Voorbije maandag verrasten de Europese politieke leiders de wereld met een reddingsplan voor de eurozone. Met 750 miljard euro is dit pakket enkel te benaderen door het reddingsplan van de VS eind 2008. De aankondiging van het reddingsplan miste op korte termijn haar doelstelling niet: de markten veerden spectaculair op met dagwinsten tot 8%, waarbij echter het verlies van de voorbije weken slechts gedeeltelijk werd weggewerkt. Blijkbaar dachten veel investeerders dat de Europese leiders te verdeeld waren om geloofwaardig en krachtig op te treden. Dit skepticisme van de marktspelers hoefde niet te verbazen. Inderdaad, in 2008 en 2009 was het blijkbaar ieder voor zich en was de Europese cohesie volledig zoek. Iedere lidstaat probeerde zich zo goed mogelijk door de crisis te slaan, desnoods met maatregelen ten koste van andere landen. Herinner u oktober 2008 toen Wouter Bos, destijds Nederlands minister van Financiën, triomfantelijk aankondigde dat Nederland de gezonde delen van Fortis had gekocht en de Belgen dus met de ongezonde delen bleef zitten. In België werd er verongelijkt gereageerd, onder meer door prof. Paul De Grauwe, die in een opiniestuk in het NRC Handelsblad het volgende schreef: "De extreme, nationalistische reactie van Nederland heeft velen in België geschokt. (...) We verwachten niet van Nederland dat de slogan 'eigen volk eerst' de drijfveer wordt van het beleid." Ook andere leiders voerden een protectionistische politiek. Zo bijvoorbeeld beloofde Sarkozy aan Franse automakers staatshulp in ruil voor het behouden van jobs in eigen land. En in de VS wou men een ‘Buy-american’ clausule in staatscontracten, wat volledig indruist tegen de idee van vrijhandel. Deze nationalistische acties ondermijnden één van de belangrijke redenen voor het Europese project, namelijk dat wederzijdse afhankelijkheid automatisch leidt tot samenwerking en stabiliteit. De acties van individuele landen bewezen het tegendeel en zaagden zo aan de poten van het Europese project. Hernieuwde samenwerking Tot maandagmorgen, dus. De – vooral economische – wederzijdse afhankelijkheid van de Europese lidstaten en de VS (Obama zou tweemaal met Merkel gebeld hebben) trad terug op de voorgrond en zorgde ervoor dat de Europese leiders met een krachtig en duidelijk signaal naar buiten kwamen: de euro zou tot elke prijs verdedigd worden. Of zoals Guy Verhofstadt, fractieleider van de liberalen in het Europese parlement, het stelde in de nieuwsprogramma’s van de VRT: “De speculanten deden de voorbije twee weken meer voor Europa dan de politici in de voorbije jaren.” Nochtans mag de rol van de speculanten niet overschat worden. Deze crisis is zeer waarschijnlijk niet veroorzaakt door speculatie, maar door de Grieken zelf. Tien jaar lang hebben de Grieken gefraudeerd met hun begrotingscijfers en leefden ze boven hun stand. Kan je dan verwachten dat beleggers de Griekse staatobligaties blijven kopen alsof er geen vuiltje aan de lucht is? Meer nog, het gevaar dat Griekenland zijn schulden niet of niet tijdig terugbetaalt is helemaal niet geweken met dit reddingsplan. Zelfs indien de forse besparingen die nu aangekondigd en gestemd worden effectief worden uitgevoerd, dan nog zal de Griekse overheidsschuld de komende jaren stijgen tot meer dan 140% van het BBP. Deze schuld kan enkel afbetaald worden indien de Griekse economie groeit. En dus moeten de Grieken opnieuw competitief worden. Of dit op middellange termijn zal gebeuren is niet zeker, omdat de Grieken niet kunnen devalueren (tenzij ze uit de euro stappen). Een devaluatie is makkelijker uit te voeren en is niet selectief. Iedereen lijdt onder een devaluatie en dus wordt deze maatregel minder gecontesteerd. Zonder devaluatie zal Griekenland echter selectiever moeten saneren wat tot spanningen kan leiden, omdat sommige groepen zich benadeeld voelen. Er is dus een reëel gevaar dat de saneringen worden tegengewerkt, waardoor de economie blijft sputteren en het gevaar op wanbetaling blijft. En het is sinds maandagmorgen niet de markt die de verliezen zal slikken, maar de overheden in Europa, en dus de belastingbetaler. O ironie, de markt disciplineert de overheid Sommigen verwijten de Europese leiders dat ze te lang getalmd hebben met dit reddingsplan, waardoor de problemen groter werden. Men spreekt dan graag over de ‘broodnodige solidariteit’. Dit is echter een foute voorstelling van de feiten. Men kan pas solidair zijn met iemand als die zich aan de regels houdt, wat de Grieken duidelijk niet gedaan hebben. En het betreft niet enkel de politici, maar ook de gewone burgers: quand nous serons tous coupables, ce sera la démocratie. (Of hoe Griekenland duidelijk maakt waarom we gaan stemmen.) De gigantische bail-out van landen die zich onverantwoordelijk gedragen hebben, want dat is dit reddingsplan, heeft dus grote nadelen. Er is namelijk aan de Europese overheden het signaal gegeven dat als je je begroting laat ontsporen en daardoor uiteindelijk in de miserie komt, je buren wel klaarstaan om te helpen. In de toekomst zal er een reddingsplan verwacht worden, door de markt én door de betrokken landen. Dit nieuw gecreëerde verwachtingspatroon geeft een enorm probleem van moral hazard, wat ook het grote argument tégen dit reddingsplan was en is: je redt op korte termijn de economie, maar zaait de volgende crises. Als er tot voor kort nog overheden waren die twijfelden tussen een orthodoxe budgettaire koers of een leven boven haar stand (België?), dan zal de keuze nu kunnen overhellen naar het laatste. Er staat immers een vangnet klaar. Dit gevaar op laksheid ten gevolge van het nieuwe verwachtingspatroon lijkt echter wel erkend door de Europese leiders. Er is dan ook afgesproken dat er een strengere opvolging komt van de nationale begrotingen van de landen die deel uitmaken van de eurogroep. Dat betekent dat Europa de begroting vooraf zal nakijken, wat een grote stap is naar een sterkere politieke EU. Een begroting is immers de bloedsomloop van het politieke beleid. Controle hierop vanuit een supranationaal niveau werd tot voor kort dan ook gezien als een onaanvaardbare beperking van de nationale soevereiniteit. We moeten wel nog afwachten hoe ver deze controle zal gaan, maar ze is essentieel indien men het gevaar van moral hazard wil vermijden. Enigszins ironisch kunnen we dus vaststellen dat de vrije markt, die zelf van overheidswege regels nodig heeft om goed te functioneren, nu aan diezelfde overheden regels oplegt. Men kan op dit vlak spreken van een vruchtbare wisselwerking tussen markt en overheid. Daarenboven zorgt de vrije markt voor de broodnodige samenwerking op Europees niveau. De markt heeft duidelijk gemaakt dat er anders een einde komt aan de euro. Blijkbaar hebben de Europese leiders beslist om de euro te behouden, en moeten ze, onder druk van de markt, een grotere inmenging van Europa in hun staatszaken aanvaarden. De bomen groeien niet meer tot aan de Griekse hemel, desnoods komt Europa ze snoeien. En bevalt je dat niet, dan stap je maar uit de euro. Andreas Tirez Andreas Tirez Linksmailto:andreas@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|