De Voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso zei dat “Europa het zich niet kan veroorloven passief toe te kijken” naar de volksopstanden in Noord Afrika die hij als ‘historisch’ bestempelde. “Dit is een unieke kans om diegenen te ondersteunen die ijveren voor vrijheid, gerechtigheid, democratie en mensenrechten”, aldus de voorzitter. Ondertussen bereiden EU diplomaten sancties voor tegen het regime van Muammar Gaddafi. Barroso deed die uitspraken op woensdag 23 februari 2011 na een, door zijn woordvoerder Olivier Bailly als ‘gepassioneerd’ omschreven, wekelijkse bijeenkomst van de Europese Commissie waarin de commissarissen zich uitdrukten als een ‘politiek orgaan’ en als ‘echte politici’. Omdat Tunesië, Egypte en Libië onder het Europees beleid voor buurlanden vallen, vormt de schending van het mensenrechten in die landen ook een onderwerp van discussie binnen de EU. Daarvoor zijn de instrumenten al aanwezig zoals het ‘European Neighbourhood Partnership Instrument’, het ‘Instrument voor Stabiliteit’ en het ‘Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten’ om er slechts enkele te noemen. Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands- en Veiligheidsbeleid Catherine Ashton, heeft op dinsdag 22 februari 2011 een bezoek gebracht aan Egypte en het land hulp aangeboden bij het hervormingsproces richting democratie en de vrijwaring van het economisch potentieel. Hierbij benadrukte ze dat de toekomst van Egypte volledig in handen ligt van het land zelf. De EU speelt slechts een ondersteunende rol. Het grootste dilemma hier wordt de keuze tussen directe steun aan de bevolking via ngo’s – track two diplomacy – of steun via de klassieke diplomatieke kanalen. Beide hebben voor- en nadelen. Via de klassieke kanalen kan de nadruk op het democratiseringsproces als dusdanig gelegd worden, zonder zelf een keuze te moeten maken inzake de legitimiteit van de betrokken ngo’s, en zo de neutraliteit van de interventie te garanderen en de onafhankelijkheid van de elektronische media, die in eerste instantie de revolutie mee op gang hebben gebracht. Het internet mag geen Westers machtsinstrument worden. In schril contrast met de vredevolle afronding van de protesten in Egypte, staan de gebeurtenissen in Libië waar de straten het theater zijn van apocalyptische schouwspellen. Hier kunnen heel wat burgers niet rekenen op het leger. Wijken van de hoofdstad Tripoli worden gebombardeerd door de luchtmacht en mensen die de slachtoffers willen weghalen, vormen het doelwit van buitenlandse huurlingen die lukraak in het rond schieten. De wereld reageert geschokt. Obama stelt: “Het lijden en het bloedverlies zijn schandelijk en onaanvaardbaar. Deze acties schenden elke internationale norm en elke gemeenschappelijke menselijke waarde”. Ook Barroso spreekt klare taal: “Het is onaanvaardbaar om het leger geweld te zien gebruiken tegen burgers. We zullen de verzuchtingen van het Libische volk ondersteunen”. Welke vorm die steun zal aannemen is echter nog niet duidelijk. Het Europees Parlement roept op om Libië het lidmaatschap van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties te ontnemen en bereidt sancties voor. Die kunnen onder meer inhouden dat de olie- en gascontracten opgezegd worden. Ongeveer 85% van de export is bestemd voor Europa. Ook de VS treft al voorbereidingen om de buitenlandse tegoeden te blokkeren. Uit een vertrouwelijk document op de onthullingssite WikiLeaks, blijkt dat Libië een staatsfonds bezit van 32 miljard dollar (ruim 21 miljard euro). De Libische Investeringsautoriteit (LIA), die de vele olie- en gasinkomsten beheert, bezit aandelen in de Italiaanse bank UniCredit en de Britse uitgever Pearson. Maar op dit moment blijven de dreigingen symbolisch. Gadaffi heeft al eerder sancties ondergaan toen hij door de internationale gemeenschap nog beschouwd werd als een paria. Ondertussen geeft hij aan te willen strijden tot de laatste snik. Indien economische sancties niet werken kan enkel een militair ingrijpen uitsluitsel bieden. Op korte termijn kan het instellen van een no-fly zone een einde maken aan de luchtaanvallen op de eigen bevolking. In ieder geval zal de heropbouw moeilijker zijn dan in Egypte en Tunesië waar de legers respect hebben verdiend door de rol die ze gespeeld hebben in de vredevolle overgang. Gelukkig lijken de Libische burgers aan de winnende hand. Het Oosten (aan de grens met Egypte) zou al in handen zijn van het volk. Het is moeilijk zicht te krijgen op de evolutie van de conflicten maar sommige bronnen zeggen zelfs dat ondertussen al het grootste deel van het land overwonnen is en Gadaffi’s machtsbasis beperkt is tot enkele buitenwijken van Tripoli en het centrum van het land. Zoals Barroso het formuleert: “Sommigen hebben in het verleden uitdrukking gegeven van morele vooroordelen over de Arabische cultuur en vroegen luidop: ‘geven de Arabieren wel om democratie?’. Ik denk dat de jonge mensen in die landen tonen dat ze geen dictaturen willen. De boodschap die wij aan die landen en die jonge mensen moeten overbrengen is dat we aan hun zijde staan in hun strijd voor menselijke waardigheid, mensenrechten en democratie.” Laat ons hopen dat het niet alleen bij woorden blijft. Jelmen Haaze Jelmen Haaze Linksmailto:jelmen.haaze@gmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|