Ze is er, de nieuwe regering. Eindelijk, na 541 dagen onderhandelen sinds de verkiezingen van juni 2010, en het lijkt inderdaad al een eeuwigheid. De wisselbeker voor het wereldrecord regeringsvormen staat voorlopig nog even in het STAM in Gent, in de hoop dat Bosnië-Herzegovina er in de komende maanden niet mee gaat lopen. Misschien is ‘er zijn’ wel de grootste verdienste van de regering-Di Rupo. Het is inderdaad bijzonder moeilijk om na anderhalf jaar lopende zaken nog dolenthousiast te worden over het regeerakkoord. De laatste federale verkiezingen lijken al een eeuwigheid geleden, en in elk geval te dateren uit een andere wereld. Intussen lijkt de Eurozone, zoniet de hele Europese constructie, bijzonder wankel en op het randje van de instorting te staan. Di Rupo I is in vele opzichten een uitzonderlijke regering, althans naar samenstelling. Voor het eerst sinds Martens-III in 1980 een klassieke tripartite (hoewel de voorbije regeringen dat bijna ook waren, op de Sp.a na), en voor het eerst sinds Paul Vanden Boeynants (1978-1979) wordt ze geleid door een Franstalige. Voor een Waalse premier moeten we al teruggaan tot de regering-Leburton in 1974, overigens ook al een tripartite. In de politieke debatten van de voorbije week, zowel tijdens het investituurdebat in de Kamer als tijdens televisiedebatten, ging er nogal wat aandacht naar het communautaire. De samenstelling van de Vlaamse oppositie, met voornamelijk N-VA en Vlaams Belang, en een zeer dun streepje Groen!, is daar ongetwijfeld niet vreemd aan. Dit blijft mij hooglijk verbazen. Meer dan 2/3 van de onderhandelingstijd is besteed aan communautaire gesprekken, of beter, aan non-gesprekken. Ik wil niet beweren dat het communautaire niet belangrijk zou zijn, wel integendeel. De aberratie BHV moest al decennia geleden opgelost zijn. De essentie van een federale staat is immers de duidelijke territoriale afbakening van de deelstaten. Kieskringen die gespreid zijn over meerdere deelstaten, slaan in een federale context nergens op. Het is alsof inwoners van Nevada zouden meestemmen voor de verkiezing van de gouverneur van California, wat uiteraard ondenkbaar is. Die ‘kiezel in de schoen’, zoals BHV de voorbije jaren ietwat liefkozend werd genoemd, is er eindelijk uit. Gelukkig. Ik betwist dan ook te genen dele dat dit probleem eerst diende aangepakt te worden, vooral omdat de houding van de Franstaligen, en in de eerste plaats van CDH, in 2007, niet bevorderlijk was voor het vertrouwen. De Vlaamse partijen konden dus niet anders dan eerst dit probleem opruimen vooraleer verder te onderhandelen over de ‘serieuze’ dingen. De aanpak van dit vervolg heeft mij echter wel hooglijk verbaasd. De keuze om eerst de herverdeling van bevoegdheid tussen de federatie en de deelstaten, en daaraan gekoppeld de financieringswet, aan te pakken, is eigenlijk de wereld op zijn kop. In de context van een globale monetaire en economische crisis, wetende dat fundamentele besparingen en hervormingen noodzakelijk zijn, is het verdelen van bevoegdheden en middelen immers een puur virtuele oefening. Verdelen zonder goed te weten wat er eigenlijk nog te verdelen valt, is op zijn zachtst gezegd een merkwaardige manier van werken. In een normale en logische indeling bekijk je eerst wat er moet gebeuren en hoeveel middelen je daarvoor ter beschikking hebt, en zoek je dan naar de meest efficiënte en effectieve organisatievorm. De Belgische regeringsvormers hebben het omgekeerd aangepakt, en de oorzaak voor deze kromme redenering ligt voor mij volledig bij de het communautaire fetisjisme van de N-VA, met medeplichtigheid van CD&V, die de regeringsvorming gedurende een vol jaar hebben gegijzeld, door de staatshervorming als doel en niet als middel te zien. Maar goed, eind september is men dan toch eindelijk, met vallen en opstaan, begonnen aan het sociaal-economische luik. Het hoeft geen betoog dat het dichtrijden van een budgettair gat van meer dan 11 miljard euro geen sinecure is. Toch is dit nog maar de helft van het verhaal. Deze omvangrijke sanering leidt ons uiteindelijk tot een tekort van toch nog altijd 2,8% van het BBP. Voor een evenwichtig budget is een operatie van minstens twee keer die omvang vereist. In het regeerakkoord worden een aantal stappen/stapjes gezet in de richting van fundamentele hervormingen. Inzake pensioenen gaan we resoluut de goede richting uit. Het optrekken van de minimumleeftijd tot 62 jaar, de inperking van het brugpensioen en het vervroegd pensioen, de eerste kleine aanzetten tot hervorming van de ambtenarenpensioenen, hebben een traject ingezet dat stap voor stap zal leiden tot een evenwichtiger, betaalbaarder en realistischer pensioensysteem. Zonder grote schokken, ja, maar toch in de goede richting. De komende jaren, en zeker na de verkiezingen van 2014, zullen er ongetwijfeld verdere hervormingen komen. Voorlopig kunnen we er evenwel mee uit de voeten. Dat de pensioenleeftijd niet is opgetrokken van 65 naar 67, is op zich niet eens zo dramatisch. Mocht iedereen al daadwerkelijk werken tot 65, dan is het probleem grotendeels opgelost. Het zijn, zoals vaak, al de uitzonderingen die de regel uithollen en maken dat hij niet langer geloofwaardig is. Overigens, in onze buurlanden wordt die pensioenleeftijd wel verhoogd, maar uitgesmeerd over 15 tot 20 jaar. Dit klinkt misschien wel krachtdadig, maar brengt op korte termijn niet meer op dan wat in het Belgisch regeerakkoord staat. Op andere vlakken ziet het er veel minder rooskleurig uit. De zogenaamde sanering in de sociale zekerheid is er geen, al kunnen we er ons alleen maar op verheugen dat die krankzinnige groeinorm van 4,5% boven inflatie eindelijk gesneuveld is. Inzake arbeidsmarkthervormingen wordt een eerste minimale aanzet gegeven tot het beperken van werkloosheidsuitkeringen in de tijd, maar dit is bijzonder mager. De automatische indexkoppeling blijft buiten schot. Op zich hoeft dat geen drama te zijn, het is in elk geval veel duidelijker en gemakkelijker dan telkens opnieuw sociale akkoorden te moeten sluiten, maar dan wel op voorwaarde dat de indexering van de lonen deel uitmaakt van de loonnorm, dat de samenstelling van de indexkorf wordt herbekeken, en dat er snelheidsremmers worden ingevoerd om de aanpassing van de lonen aan een snel fluctuerende index te dempen en mede af te stemmen op de economische groei, als maatstaf voor de draagkracht van ondernemingen. Het evenwicht tussen besparingen en lasten ligt in het uiteindelijke akkoord een heel stuk beter dan in de oorspronkelijke nota-Di Rupo, die inderdaad onverteerbaar was. Bart De Wever had wat dat betreft gelijk in zijn analyse, maar niet in zijn strategie om niet aan tafel te gaan zitten.We hadden als liberalen de steun van N-VA nochtans goed kunnen gebruiken op cruciale momenten in de sociaal-economische onderhandelingen. Gelukkig heeft Alexander De Croo het been voldoende stijf gehouden om een aanvaardbaar akkoord uit de brand te slepen. Het regeerakkoord, waaraan anderhalf jaar is onderhandeld, is dus niet meteen een mooie baby te noemen. Eigenlijk kan men het akkoord best omschrijven als een goede basis om verder op te werken, eerder een begin dan een eindpunt. De kern van het probleem is natuurlijk dat België inderdaad alle kenmerken vertoont van een permanente diplomatieke conferentie tussen twee verschillende naties, met onverenigbare politieke en publieke opinies (80% centrum-rechts in Vlaanderen tegenover 75% links-zonder-centrum in Franstalig België), om over het feodale hertogdom Brussel met zijn 19 vazalletjes nog maar te zwijgen. In die zin is het communautaire uiteraard wel het alfa en omega van de Belgische ziekte. Hoe ziet de toekomst van Di Rupo I er uit? Ik ben ervan overtuigd dat deze regering de rit zal uitdoen (die is overigens al halfweg), al was het maar omdat het alternatief (vervroegde verkiezingen) nog erger is. Er zullen ongetwijfeld een aantal aanzetten gegeven worden tot hervormingen, maar in de kern zal deze regering gewoon een soort lopende-zaken-plus zijn. Meer is niet haalbaar in het huidige Belgische bestel. Wil men fundamenteel vooruitgang boeken, dan is de enige oplossing een confederalisme volgens artikel 35 van de grondwet. Men kan dan uitsluitend die bevoegdheden federaal laten, waarvan we inschatten dat ze ooit Europees zullen worden opgenomen, zoals Defensie en Buitenlandse Zaken. Uiteraard zal ook de interpersoonlijke solidariteit op federaal niveau moeten worden verankerd, mits duidelijke en transparante afspraken over de transfers binnen de federatie. België is in veel opzichten een soort mini-Europa, en de verlamming die zich van de EU heeft meester gemaakt, is in dit opzicht niet veelbelovend. De nieuwe regering moet, nog geen week na de vertrouwensstemming, al haar begrotingsdoelstellingen fors bijsturen, volgens de Nationale Bank met minstens 1,5 tot 2 miljard. Dit zal ongetwijfeld van bij de start tot zware discussies leiden. Een crisis creëert altijd opportuniteiten, en vooral veel creativiteit. Crisissen zijn blijkbaar steeds nodig om fundamentele hervormingen door te voeren. Helaas blijkt men ter linkerzijde, vooral dan langs de Franstalige kant (in de mate dat links in Vlaanderen überhaupt nog iets voorstelt, natuurlijk) nog steeds niet overtuigd. Blijkbaar moet vooral voor de PS de crisis nog dieper worden vooraleer men zal beseffen dat men, zelfs als socialist, de werkelijkheid niet onbeperkt kan negeren en manipuleren. De crisis zàl dieper worden, en de broodnodige hervormingen steeds meer onvermijdelijk. Jammer alleen voor de 11 miljoen Belgen die het gelag zullen betalen vooraleer de linkerzijde en de vakbonden in België, behorend tot de meest reactionaire krachten in modern West-Europa, ontwaken uit hun achterhaalde utopie.
Christophe Peeters Christophe Peeters Linksmailto:Schepen.Peeters@gent.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|