De noodzakelijke aanklacht tegen de Heilige Stoel

column vrijdag 03 juni 2011

Dirk Verhofstadt

Vorige woensdag hielden de advocaten Walter Van Steenbrugge en Christine Mussche een persconferentie waarin ze aankondigden dat ze de ‘Heilige Stoel’, zeg maar paus Benedictus XVI en de bisschoppen, zouden dagvaarden wegens ‘schuldig verzuim’ ten aanzien van de vele Belgische slachtoffers van seksueel misbruik van de kerk. Sommigen vinden dit overtrokken en CD&V-senator Rik Torfs noemde het zelfs een ‘publiciteitsstunt’. Maar is het dat ook? Op de persconferentie namen verschillende slachtoffers van dit seksueel misbruik voor het eerst het woord. Hun getuigenissen waren zonder overdrijven bloedstollend. Wat zij als kinderen hebben meegemaakt, grenst aan het onvoorstelbare. Wat hen werd aangedaan komt in grote mate overeen met dat wat de slachtoffers van Marc Dutroux hebben meegemaakt. Veelvuldige verkrachting, gedwongen seks, regelrechte vernedering. Wat die mensen als kind hebben meegemaakt, hebben ze hun hele leven moeten meedragen. Ze konden nergens terecht met hun verhaal. Niet bij de daders, niet bij hun familie, zelfs niet bij de pers, want wie zou ze geloofd hebben? En dan roept een politicus: ‘publiciteitsstunt’!

De advocaten doen wat ze moeten doen, namelijk recht doen geschieden. Dat ze daarmee in de pers komen is niet alleen normaal, maar ook noodzakelijk. Het is juist de plicht van de pers om verslag te doen van misdrijven die een dermate maatschappelijke impact hebben. De samenleving moet immers weten wat er gedurende decennia aan weerzinwekkende feiten binnen de kerk gebeurd is. En de slachtoffers hebben het recht om zich te verdedigen. Eén van hen drukte het als volgt uit: ‘elk individu heeft het absolute en onbetwistbare recht om elk rechtsmiddel aan te wenden om een flagrante schending van de mensenrechten, kinderrechten, en van de misdaden tegen de menselijkheid aan te klagen’. Dat het niet om een ‘publiciteitsstunt’ gaat, blijkt ook uit de volgende uitspraak over wat de slachtoffers met deze actie willen bekomen: ‘schulderkenning, hulp, een rechtvaardige compensatie voor onomkeerbare schade en de garantie dat binnen de katholieke kerk nooit nog een kind wordt misbruikt. Niet het uwe, niet het onze, niet één kind meer’.

De uitspraak van Rik Torfs dat het hier om een ‘publiciteitsstunt’ zou gaan, is dan ook misplaatst. De dagvaarding tegenover de Heilige Stoel is hoog gegrepen, maar het is de enige juiste actie die men vandaag kan ondernemen. Want wie beval bisschop Roger Van Gheluwe en kardinaal Godfried Danneels om te zwijgen? Dat was de toenmalige paus Johannes Paulus II en zijn voorzitter van de Congregatie van de Geloofsleer Joseph Ratzinger die in navolging van de pauselijke richtlijn ‘Crimen Sollicitationes’ van 1962 en de daaropvolgende brief ‘Sacramentorum sanctitatis tutela’ van 2001 de opdracht gaven om elk geval van seksueel misbruik van kinderen enkel en alleen te melden aan het Vaticaan – en dus niet aan de gewone gerechtelijke instanties – om op die manier elke zaak binnenkamer te houden. Sterker nog, volgens deze pauselijke instructie voor bisschoppen en oversten van religieuze gemeenschappen, moeten zowel de priester, het slachtoffer als eventuele getuigen een absoluut stilzwijgen bewaren over de belastende feiten. Zij dienen zich te houden aan een ‘eeuwige stilte’ (silentium perpetuum). Wie dit stilzwijgen toch doorbrak, zou bestraft worden met excommunicatie.

Om het heel duidelijk te stellen: Johannes Paulus II en Benedictus XVI hielden op een bijzonder actieve manier een systeem in stand waarbij de slachtoffers van seksueel misbruik werden miskend en de daders alle kansen kregen om te ontsnappen. Vaak werden pedofiele priesters door hun bisschoppen overgeplaatst naar een andere plaats waar ze dan opnieuw slachtoffers maakten. In geen enkel geval betoonde de kerk als instituut berouw omwille van de gepleegde feiten tegenover kinderen die onder haar gezag stonden. De reden voor dat stilzwijgen is duidelijk. De kerk wil vermijden dat ze grote schadevergoedingen zou moeten betalen aan de slachtoffers en liet bij monde van de Antwerpse bisschop Bonny reeds weten dat ze daarvoor zal rekenen op vrijwillige giften van de gelovigen. Met andere woorden, de kerk wil de eventuele schadevergoedingen ten aanzien van slachtoffers van misbruiken die onder haar verantwoordelijkheid gebeurden, laten betalen door derden! En dat terwijl uit jaarrekeningen blijkt dat de Vlaamse bisdommen alleen al in 2009 6,5 miljoen euro winst maakten (De Morgen, 1 juni 2011).

Zoals uit de dagvaarding van de advocaten blijkt, draagt de Heilige Stoel, dus de kerk, de verantwoordelijkheid voor de gepleegde feiten en kan ze als rechtspersoon aansprakelijk worden gesteld op basis van eigen fouten op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, namelijk: ‘elke daad van een mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht diegene door wiens schuld de schade is ontstaan deze te vergoeden’. De Heilige Stoel verzuimde om in te grijpen en instructies te geven teneinde de misbruiken te doen ophouden. Daarnaast is de Heilige Stoel wel degelijk aan te klagen omdat die verantwoordelijk is als aansteller en gezaghebber over de Bisschoppen, voor wiens fouten ze eveneens aansprakelijk is op grond van artikel 1384, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek. Om deze redenen is de aanklacht tegen de Heilige Stoel niet alleen zinvol maar ook noodzakelijk. Het Vaticaan, de paus, de bisschoppen, de priesters en andere vertegenwoordigers van de kerk moeten immers beseffen dat ze niet boven de wet staan en dat de wet geldt voor iedereen. Sine exeptio.



Dirk Verhofstadt

Dirk Verhofstadt

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be