Het liberale denken van Thomas Paine

column vrijdag 12 juni 2009

Dirk Verhofstadt

Tweehonderd jaar geleden, op 8 juni 1809, stierf de liberale filosoof en publicist Thomas Paine. Hij stond mee aan de wieg van de Amerikaanse onafhankelijkheid en raakte betrokken bij de Franse revolutie. Paine was zondermeer de meest gelezen politieke denker van zijn tijd die bekendheid genoot in de hele westerse wereld. Zijn boeken Common Sense, Rights of Man en The Age of Reason waren bestsellers die miljoenen mensen inspireerden. Hij was bevriend met de groten van zijn tijd zoals Benjamin Franklin, Georges Washington, Thomas Jefferson, Edmund Burke, James Monroe, Mary Wollstonecraft, de Lafayette, de Condorcet en Napoleon Bonaparte. Maar bijna geen van deze vriendschappen bleef duren omdat Paine niet de minste toegeving wou doen op zijn liberale kernideeën: de vrijheid van het individu, de gelijkheid van elke mens, zijn afkeer voor de slavernij, zijn verzet tegen elke geïnstitutionaliseerde religie. Hij stierf uiteindelijk verarmd en vereenzaamd. Over deze markante figuur hield ik vorige maandag een Liberales-lezing teneinde de figuur en de ideeën van Paine opnieuw onder de aandacht te brengen. Die ideeën blijven immers bijzonder relevant voor het liberalisme.

In heel wat hoofden is in de loop van de voorbije 200 jaar een hardnekkig vooroordeel over het liberalisme gegroeid. Namelijk dat het een asociale, rechtse of conservatieve beweging zou zijn. Niets is echter minder waar. De begrippen ‘links’ en ‘rechts’ staan voor de twee grote rivaliserende krachten in de 18de en 19de eeuw. Die tussen ‘rive gauche’ (de Verlichting) en ‘rive droite’ (de Romantiek). In die zin staat het liberalisme duidelijk aan de linkerkant. En op de as ‘progressief’ tegen ‘conservatief’ kan het liberalisme alleen maar bij de eerste term gerekend worden. Liberalen zijn steeds opgekomen voor progressie of vooruitgang, tegen alle behoudsgezinde krachten in. Het streefde naar de emancipatie van de burgers ten koste van het Ancien Régime. De eerste politieke beweging die het woord ‘liberaal’ gebruikte was in 1812 in Spanje. Toen richtten enkele jonge politici de groep Liberales op die de oorspronkelijke principes van de Verlichting (de mens is een doel op zich en geen middel) en van de Franse revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid) toe te passen in het bestuur van hun land. Het waren deze liberalen die aan de basis stonden van de Spaanse Constitutie die later model stond voor liberale grondwetten in tal van andere Zuid Europese en Latijns Amerikaanse landen.

Dat het liberalisme van in het begin een progressieve beweging was en is, blijkt uit de geschriften van Paine. Een greep uit zijn standpunten: hij pleitte voor vrouwenrechten, hij protesteerde tegen de slavernij, hij was voorstander van openbaar onderwijs, hij verwierp praktijken als marteling en de doodstraf, hij vond dat iedere mens recht had op een eerlijk proces, hij was voorstander van een systeem van progressieve belastingen, hij deed voorstellen voor een basisinkomen, hij tekende een sociaal welvaartsysteem uit en had een plan om de armoede te bestrijden (uitgewerkt in zijn boek Agrarian Justice), hij wilde een pensioenleeftijd van 60 jaar, hij kantte zich tegen handelsprotectionisme, hij verwierp het kolonialisme, hij pleitte voor de onafhankelijkheid van de Zuid-Amerikaanse staten, hij kwam op voor de vrijheid van meningsuiting, hij verzette zich tegen religieuze onderdrukking, hij kantte zich tegen het principe van een staatsgodsdienst, hij bestreed de ongelijke behandeling van mensen, hij verwierp het middeleeuwse systeem van het eerstgeboorterecht, hij verdedigde het algemeen stemrecht, en hij stelde een soort internationale vredesorganisatie voor. Al die principes verdedigde hij met overtuiging en inspireerden latere liberale en progressieve denkers en politici.

Met deze progressieve ideeën stond Thomas Paine lijnrecht tegenover die andere grote Britse denker Edmund Burke. Die publiceerde in 1790 zijn Reflections on the Revolution in France dat later de basis zou vormen voor het moderne conservatisme. Burke was geen man van de Verlichting. Sterker nog, hij verachtte het rationalisme en atheïsme van de Verlichtingsfilosofen. Hij hekelde de mensenrechten als abstracte boosdoeners, verdedigde een cultuur die was gevormd door traditie en geloof, en bleef voorstander van de aristocratie of een regeringsvorm waarbij de heerschappij in handen bleef van een kleine elitaire groep. Bovenal klaagde Burke over het feit dat de geest van de ridderlijkheid voorbij was. ‘Nooit, nooit meer zullen wij die eerbiedige loyaliteit aan rang en geslacht, die trotse onderwerping, die waardige gehoorzaamheid, die nederigheid van hart, die zelfs in slavernij een heerlijke geest van vrijheid levend hield, aanschouwen’, zo schreef hij. Of veel slaven uit die tijd en later die ridderlijke en heerlijke geest van vrijheid ervoeren, zoals Burke beschreef, valt sterk te betwijfelen.

Paine repliceerde op Burke met zijn ophefmakende boek Rights of Man om ‘de grondslagen van de Amerikaanse en de Franse Revolutie met elkaar te verenigen’. Hij was immers overtuigd dat we aan het begin stonden van een universele beweging tegen alle vormen van despotisme. In het voorwoord voor de Franstalige versie schreef hij hierover het volgende: ‘De strijd van het Franse volk is deze van gans Europa, zelfs van de hele wereld. De broederlijkheid tussen alle volkeren en de strijd tegen de heersende klasse zijn de doeleinden, die door allen hand in hand moeten worden nagestreefd.’ Paine was zich bewust van de gruwelijke uitwassen van de Franse revolutie maar geloofde ietwat naïef dat hij als vertegenwoordiger in de Convention Nationale met rationele argumenten de omwenteling in goede banen kon leiden. Al die tijd, zelfs in de donkerste periodes van zijn leven, had hij een onverwoestbaar geloof gehad in de goedheid van zijn medemensen. Tot hijzelf door het monster van de revolutie zou worden opgeslokt. Paine keerde zich tegen de terechtstelling van Lodewijk XVI. Volgens hem moest de Franse koning een proces krijgen. Niet omdat hij de persoon van de koning als ‘onschendbaar’ beschouwde, maar vanuit een rationeel principe dat sterk kantiaans getint was. ‘Hij die zijn eigen vrijheid veilig wil stellen, moet zelfs zijn vijand tegen onderdrukking beschermen, want als hij die plicht schendt, schept hij een precedent dat op hemzelf terug zal slaan.’ Vanaf dan werd hij beschouwd als een verrader van de revolutie, zat 10 maanden opgesloten in de gevangenis en ontsnapte alleen met geluk aan de guillotine.

Desondanks bleef Paine de onvervreemdbare rechten van de mens op een hartstochtelijke wijze verdedigen. Hij bleef gekant tegen het systeem van de erfopvolging dat kon leiden tot het aan de macht komen van imbecielen – iets wat hij ook letterlijk meende over de toenmalige Britse koning George III - die geen enkele notie hadden van het algemeen belang en van de rechten van de burger. ‘Nooit bestond er, nooit zal er bestaan, en nooit kan er bestaan, een parlement, of een andere groep mensen, of een generatie mensen, in enig land, die het recht heeft of de macht heeft om komende geslachten te controleren en te binden “tot het einde van de tijd”, of om voor altijd te bevelen hoe de wereld bestuurd moet worden, of door wie’, aldus Paine, allicht het meest zwaarwegende argument tegen het conservatieve denken en de protagonisten van de gesloten samenleving. Daartegenover zag hij republikeinse democratische instellingen als beste antidotum tegen oorlog en hield hij een opvallend pleidooi voor de gelijkheid van elke mens. ‘Alle individuen – man en vrouw, zwart en blank, rijk en arm, jong en oud – werden geboren met gelijke natuurlijke rechten’, zo stelde hij. Ze hebben recht op een eerlijk proces en om op geregelde tijdstippen te stemmen. Allemaal liberale en progressieve ideeën die later, na de Tweede Wereldoorlog, hun weerslag vonden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het liberalisme staat dus recht tegenover het conservatisme, iets wat later ook nadrukkelijk beklemtoond werd door liberale denkers als John Stuart Mill, Karl Popper en Friedrich Hayek. In een toespraak in het Lagerhuis van 31 mei 1866 verklaarde John Stuart Mill het volgende: ‘De tirannie der gewoonte is overal de vaste hinderpaal voor de vooruitgang van het mensdom’, en hij voegde eraan toe dat ‘alhoewel het niet waar is dat alle conservatieven dwaze mensen zijn, is het waar dat de meeste dwaze mensen conservatief zijn’. The Open Society and Its Enemies van Karl Popper is dan weer een afrekening met profeten als Plato en Hegel die een statische en behoudsgezinde maatschappij voorstonden, wat onvermijdelijk uitloopt op onderdrukking van mogelijke veranderingen. Volgens Popper berust de vooruitgang in de maatschappij en de groei van kennis op vrije discussie en een stapsgewijze hervorming van de samenleving. Dat ook Friedrich Hayek geen uitstaans had met dergelijke denkbeelden maakte hij overduidelijk in de appendix bij zijn boek The Constitution of Liberty onder de veelzeggende titel Why I am not a Conservative. Conservatisme duidt volgens Hayek op een aversie tegen verandering. Liberalen hebben juist vertrouwen in de kracht om zaken ten goede te veranderen. Dat betekent niet dat liberalen geen waarde hechten aan tradities. Tradities kunnen belangrijk zijn, maar mogen geen rem zijn op vooruitgang. In die zin zullen liberalen er alles aan doen om belemmeringen die obstakels vormen voor een spontane en vrije groei uit de weg trachten te ruimen, ook belemmeringen die door de overheid worden opgeworpen. Het liberalisme staat derhalve haaks op elke vorm van constructivisme en behoudsgezindheid.

Ook vandaag blijven de kerngedachten van Paine bijzonder actueel. ‘Mensen’, zo schreef hij in Rights of Man, ‘kunnen geen mensen bezitten; en zo heeft ook geen enkele generatie het recht om te beschikken over generaties die nog moeten komen’. In het licht van het oprukkende religieus fanatisme waarbij vrouwen behandeld worden als tweederangsburgers, van het wilde kapitalisme in China en andere landen waarbij arbeiders worden uitgebuit, en van de ecologische problemen die de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen op de helling zet, is dit een bijzonder actuele boodschap die we niet mogen vergeten.


De volledige tekst van de Thomas Paine-lezing samen met een Nederlandstalige versie van zijn belangrijkste werken verschijnt in het najaar.

Dirk Verhofstadt

Dirk Verhofstadt

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be