Als streefcijfers vrijwillig niet gehaald worden, dan quota

column vrijdag 02 april 2010

Irina De Knop

De Belgische politici Joëlle Milquet en Sabine de Bethune pleitten eind vorig jaar voor de invoering van quota om meer vrouwen in de raad van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen te brengen. Milquet zei een voorstel te zullen indienen waarin wordt bepaald dat de betrokken raden van bestuur over zeven jaar voor minstens één derde uit vrouwen zouden moeten bestaan. Ze verwees onder meer naar Frankrijk, waar de partij van president Nicolas Sarkozy een voorstel heeft ingediend om een minimum van 40% vrouwen in de raden van bestuur op te leggen. Amper 8% van de managementfuncties bij Belgische ondernemingen worden ingevuld door vrouwen en politici spreken zich dan ook steeds vaker uit voor de invoering van vastgelegde quota. Daarbij wordt regelmatig gezegd dat het bewezen is dat bedrijven met een gediversifieerd werknemersbestand en management beter presteren dan hun collega's met een homogeen werknemersbestand. Dat moet blijken uit een onderzoek van het adviesbureau McKinsey in 2007.

Senator Sabine de Bethune pleitte op de nationale vrouwendag van vorig jaar om nog eens het idee van quota te lanceren. Ze wil 30% vrouwen in bestuursraden van beursgenoteerde bedrijven en in de magistratenfuncties van hogere rechtbanken. Europees commissaris Nellie Kroes verdedigt al veel langer dat alleen quota effectief zijn. Ook Dirk Verhofstadt pleit voor quota omdat vrijblijvende intentieverklaringen in geen enkel land op spontane wijze geleid heeft tot meer vrouwen in topfuncties. Toch werkt het woord quota bij veel liberalen nog steeds als een rode lap op een stier. Het ruikt te veel naar overheidsinmengingen en regeldrift.

Ach, laat ons niet flauw doen. In Vlaanderen zetelen niet meer dan 6,7% vrouwen in raden van besturen van beursgenoteerde bedrijven. Volgens het International Business Report 2009 gaat een magere 12% van de topfuncties in KMO’s in België naar vrouwen. Op de kabinetten is 15% van de medewerkers vrouw, berekende de actiegroep Alice. Dat is geen klein beetje een scheefgetrokken situatie. Aan het huidige groeitempo en met de huidige niet bindende stimuli zou het nog 150 jaar duren voor een paritair evenwicht is bereikt in topfuncties. Wij willen niet nog een keer twintig jaar positief stimulerende maatregelen en intentieverklaringen om op het einde van de rit weer nergens te staan.

De positieve economische effecten in bedrijven waar een genderevenwicht is, zijn uitvoerig onderzocht en beschreven. Bedrijven met een genderevenwicht doen het beter. Organisaties met een meer vrouwvriendelijke omgeving, denken meer aan de noden van vrouwelijke consumenten en hebben hogere return on investment. Maar ook voor het welbevinden en de sfeer in een bedrijf is genderevenwicht positief. Laat ons moedig zijn en door de zure appel heen bijten. Als liberaal ben ik geen voorstander van quota, maar als ze nodig blijken om het doel te bereiken, moeten we niet willens nillens tègen zijn omdat quota nu eenmaal antiliberaal zouden zijn. Quota passen inderdaad niet in de theoretische invulling van een liberale ideologie. Anderzijds kunnen we niet blind blijven voor het feit dat we met convenanten, afsprakennota’s en vrijwillige streefcijfers niets opschieten. Bovendien hoeven we de quota niet vanaf dag één in te voeren. Maar misschien is het wel nodig om ze voorop te stellen indien de vrijwillige afspraken niet worden nagekomen.

Laat ons dus van mevrouw de Bethune’s idee een ambitieuzer maar ook een concreter en meer realistisch en effectief realiseerbaar plan maken. We willen vrouwen in allerhande topfuncties in bedrijven, niet alleen in de raden van bestuur. Dat is uiteindelijk maar het topje van de ijsberg. Als we willen dat bedrijven beter presteren, en echt werk gaan maken van de combinatie arbeid en gezin, dan moeten er vrouwen in echte topfuncties komen. Daarom pleit ik op het federaal niveau voor een trapsgewijze aanpak, waarbij quota in het vooruitzicht worden gesteld wanneer bedrijven hun vrijwillig bepaalde streefcijfers niet realiseren. Dat hoeft niet van vandaag op morgen. Een traject over vijf jaar lijkt me realistisch omdat je de bedrijven de tijd moet geven om hier rustig en planmatig werk van te kunnen maken. Is er geen duidelijke trendbreuk na die periode, dan worden de streefcijfers quota.

Een ander voorstel, dat eventueel kan gecombineerd worden met mijn eerste, is om te werken met fiscale stimuli. Als we vanuit de overheid het financieel aantrekkelijk kunnen maken om jongeren aan te werven, waarom zouden we dan hetzelfde principe niet kunnen hanteren voor deze doelgroep. Een fiscaal beleid maakt dat bedrijven voor hun topfuncties kunnen blijven kiezen voor een man of een vrouw, alleen zal het fiscaal aantrekkelijker zijn om een vrouw aan te werven of te bevorderen in een leidinggevende functie. Dergelijke maatregel kan hopelijk bewerkstelligen dat de slinger af en toe in het voordeel van de vrouwelijke kandidaat doorslaat. Als dat niet liberaal is.

Op Vlaams en Brussels niveau moeten we een aantal flankerende maatregelen uitwerken, naar analogie met het Noorse Female Future Programm. Dit programma is er op gericht om vrouwen met leidinggevend potentieel klaar te stomen en te motiveren voor het opnemen van een leidinggevende functie. Bedrijven worden gevraagd om talentrijke vrouwen binnen hun bedrijf te detecteren, hen te wijzen op hun potentieel en hen aan te moedigen in te stappen in dit programma. In Noorwegen is het een opleiding van 15 dagen waarin een brede waaier aan kennis wordt aangereikt. De geslaagde dames worden opgenomen in een databank waaruit raden van bestuur kunnen recruteren.

Bij de ontwikkeling van die flankerende maatregelen kan de overheid een belangrijke rol spelen om zo bedrijven voor te bereiden om deze cultuurswitch door te voeren. Dit kan door het organiseren van mentorschap, het aanbieden van managementtrainingen, het ontwikkelen van een database van vrouwen die in aanmerking komen voor topfuncties, middelen voor bedrijven die investeren in de loopbaan van vrouwen, topfuncties verplicht openbaar te laten adverteren en andere stimulerende maatregelen om de combinatie werk/gezin te verbeteren. Wie niet waagt, niet wint.


De auteur is Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld

Irina De Knop

Irina De Knop

Links
mailto:Irina.DeKnop@vlaamsparlement.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be