Onderwijs voor morgen

column vrijdag 24 juni 2011

Jelmen Haaze

Wereldwijd zijn landen hun onderwijssystemen aan het herzien. Hiervoor zijn twee redenen: een economische en een culturele. Vroeger werden de kinderen aan de schoolbanken gekluisterd met een verhaaltje: “Als je hard werkt en goede punten haalt haal je een diploma hoger onderwijs en een ‘goede’ job”. Vandaag is dit niet meer gegarandeerd. Niet alleen het onderwijssysteem is achterhaald, ook de spreekwoordelijke wortel die de kinderen op de schoolbanken hield is verdwenen waardoor de leerkrachten enkel nog de roede ter beschikking hebben. Het wordt steeds moeilijker om te voorzien wat de economie van morgen vraagt en hoe het curriculum hierop afgestemd moet worden. Een gevolg is dat hiermee ook het spanningsveld ‘onderwijs voor de arbeidsmarkt’ of ‘onderwijs voor creativiteit en zelfontplooiing’ verdwenen is. Een steeds sneller evoluerende wereld heeft nood aan creatieve mensen die ‘out of the box’ kunnen denken.

Cultureel worden we geconfronteerd met een globaliserende wereld die we niet kunnen ontkennen. Of we het nu eens zijn met de mondialisering of niet, we hebben de verantwoordelijkheid onze kinderen de vaardigheden mee te geven die een dergelijke omgeving vergt. Een evenwicht tussen het houvast van hun cultuur en de flexibiliteit die noodzakelijk is in een omgeving die hen zal confronteren met andere paradigma’s. De oude onderwijsmethoden waar kinderen het antwoord op hun vragen in hun handboek moesten vinden en die enkel leiden tot standaardisering voldoen niet meer. Meer en meer wordt erkend dat de beste leermomenten gebeuren in groep. Dit vereist specifieke vaardigheden en een kennisattitude die gericht is op het intersubjectieve: kennis moet gedeeld worden en we leren dankzij de ander. Zelfs als we een boek zitten te lezen moet dat ooit door iemand geschreven zijn en kan het ons dichter brengen bij iemand die soms zelfs generaties voor ons leefde.

Het handelen in de publieke wereld vertrekt echter vanuit private behoeften, in het onderwijs is dit de socio-emotionele ontwikkeling van het kind. In ons onderwijssysteem wordt hiervoor als ijk de kalenderleeftijd van het kind gebruikt. Dit is echter niet het belangrijkste kenmerk van een kind, sommigen ontwikkelen sneller dan anderen. Uit deze vaststelling volgt dan ook de eerste conclusie: kenmerken zoals socio-emotionele ontwikkeling, taalvaardigheid, logische vaardigheden en intra- en interpersoonlijke intelligentie zijn sterk gecorreleerd, in die mate zelfs dat een construct dat we ‘intelligentie’ noemen een belangrijke voorspellende waarde krijgt als ‘snelheidsmeter’. Het is niet minder dan logisch dat een kind als individu benaderd wordt en dat men vertrekt vanuit het kind zelf en waartoe het al in staat is. Enkel dan kunnen we het kind uitnodigen tot ontwikkeling zonder een statistisch gemiddelde noch een politieke consensus op te dringen omdat ze een bepaalde leeftijd hebben. Het alternatief is ethisch onaanvaardbaar.

Wat voor de sterkere leerlingen nu onder de noemer ‘versnellen’ aangebracht wordt betekent eigenlijk gewoon ‘volgen’. In het onderwijs zoals het vandaag georganiseerd is worden kinderen die sneller ontwikkelen dan het jaarsysteem voorziet de facto vertraagd. Daartegenover worden kinderen die niet meekunnen gestimuleerd, versneld dus eigenlijk. De allerzwaksten worden in het lager onderwijs zelfs gewoon meegesleurd want na negen jaar stroom je toch automatisch door naar het secundair niveau. Daar worden ze dan met een enorme achterstand geconfronteerd waar weinig of geen rekening mee gehouden wordt door de leerkrachten. Zo richt ons onderwijs zich enkel op de statistische middenmoot en worden zowel de zwakkere als de sterkere leerlingen benadeeld.

Het kan nochtans anders. Op de Liberales-avond waar het boek Ik kan zijn wie ik wil van Peter Vercauteren over ‘opgroeien met autisme’ werd voorgesteld, vertelde Saskia, de moeder van haar autistische zoon Egon, hoe dat kan. Door specifieke Gon-begeleiding slaagt Egon erin het gewoon onderwijs te blijven volgen, en met succes. Ook de lerares en de Gon-begeleidster waren toen aanwezig en getuigden van het feit dat dergelijke begeleiding bijzonder nuttig is om de talenten die elk kind heeft, aan bod te laten komen. Die begeleiding gebeurt individueel maar is erop gericht om het kind beter te laten functioneren binnen een groep. Egon staat model voor de vele duizenden kinderen die het om een of andere reden moeilijk hebben, maar mits de nodige begeleiding zichzelf en hun talenten kunnen ontplooien zodat ze later in het leven zoveel mogelijk kansen krijgen.

Een tweede belangrijke conclusie is dat, hoewel het evident lijkt dat kinderen die meer moeite hebben om problemen op te lossen, meer hulp nodig hebben dan kinderen die minder moeite hebben om problemen op te lossen, dit in het onderwijs blijkbaar niet zo toegepast wordt. Van elk kind wordt verwacht dat ze dezelfde antwoorden op dezelfde wijze reproduceren. Dit terwijl onze maatschappij net vereist dat we zelf systematisch en planmatig informatie leren vinden in literatuur en met behulp van experimenten. Dan moet geleerd worden structuur aan te brengen in die kennis door gerichte vragen te stellen en zich te ‘metapositioneren’: de zaken van op afstand bekijken.

Melancholisch navelstaren heeft geen zin. De globalisering is er en onze kinderen geloven niet meer in de oude fabeltjes. Als Vlaanderen zichzelf en onze kinderen echt respecteert dan moet het de toekomst met vertrouwen durven tegemoet zien. Dan moet het elk kind erkennen als een nieuwe kans, als iets nieuws dat deze wereld nog nooit gezien heeft, en dat nieuwe respecteren. Dan moet het elk kind als individu benaderen om het de kans te geven zichzelf in vrijheid binnen een gemeenschap te ontplooien.



Jelmen Haaze

Jelmen Haaze

Links
mailto:jelmen@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be