Het Vaticaan heeft bekend gemaakt dat Karol Wojtyła, de gewezen paus Johannes Paulus II, op 1 mei zalig wordt verklaard. Dat is de tussenstap naar zijn heiligverklaring die wel zal volgen. Rome verwacht een toevloed van twee miljoen gelovigen om de zaligverklaring mee te maken en ook op andere plaatsen zal deze gebeurtenis massaal gevierd worden. Dat de voormalige paus zo snel zalig en heilig verklaard zal worden, hoeft niet te verwonderen. Al onmiddellijk na zijn dood in 2005 gingen er stemmen op om hem deze sacrale onderscheiding toe te kennen. Op zijn begrafenis liepen pelgrims met spandoeken waarop ‘Santo Subito!’ (‘Maak hem onmiddellijk heilig’) stond te lezen, een oproep waarvan later duidelijk werd dat die door enkele behoudende rooms-katholieke bewegingen geregisseerd was. Het Vaticaan speelde hier snel op in en startte de procedure zonder de gebruikelijke vijf jaar wachttijd na het overlijden van de kandidaat-heilige in acht te nemen. De huidige paus heeft immers een uitzondering gemaakt. De vraag is of Johannes Paulus II deze status verdient? Tenslotte betekent het zalig en heilig verklaren van een mens volgens de Kerk twee zaken: ten eerste dat de ‘heilige’ geleefd en gehandeld heeft overeenkomstig de wil van God, en ten tweede dat hij als ‘heilige’ een na te volgen voorbeeld is. Nu kan de Kerk stellen dat niet-katholieken geen enkele opmerking mogen maken op wat zij beslist over een van haar voornaamste leiders, maar in de wetenschap dat de katholieke Kerk nog steeds een van de belangrijkste morele spreekbuizen in de wereld is en bijna 1,3 miljard gelovigen telt, lijkt het ons vanzelfsprekend dat een mogelijke heiligverklaring van Johannes Paulus II ook door niet-kerkleden mag en moet beoordeeld worden, waarbij de essentiële vraag is of de heilige in spe een na te volgen voorbeeld was en is voor alle medemensen. De verkiezing van Karol Wojtyła in 1978 tot paus had een enorme impact op het Oost Europese en vooral het Poolse denken. Met goed georganiseerde bezoeken aan zijn vaderland wist paus Johannes Paulus II de snaar van de onderhuidse wrevel in Oost-Europa te raken. Zo werden de kerken daar een belangrijke kracht in de oppositie tegen de communistische regimes. Dat het christelijk geloof toen een flinke impuls kreeg, vooral in Polen, is niet verwonderlijk na jaren van onderdrukking door de communisten. Maar de drang naar vrijheid was ruimer dan een drang naar alleen vrijheid van geloof. Het was een opstand tegen alle vormen van onderdrukking. Het was een roep naar vrijheid, zelfbeschikkingsrecht en consumentisme, fenomenen die de paus juist verfoeide. In dat opzicht was Johannes Paulus II wel een belangrijke factor in het neerhalen van het communisme, maar geen beslissende. Het waren immers de Hongaren die als eerste hun grenzen afbraken waardoor de Muur viel. Dat Karol Wojtyła geen heilige was, blijkt uit tal van zaken die aantonen dat hij juist geen na te volgen voorbeeld was en is. In de eerste plaats was er zijn onvoorstelbare energie om zoveel mogelijk mensen zalig en heilig te verklaren. In de 24 jaar van zijn pontificaat zijn er meer heiligen bijgekomen dan in de vier eeuwen daarvoor. Dat is op zich geen probleem, ware het niet dat hij ook dubieuze figuren de status van ‘na te volgen voorbeeld’ heeft gegeven. Onder hen Jozefmaria Escrivá, de leider van het oerconservatieve Opus Dei, dat zich verzette tegen de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie. Maar vooral de zaligverklaring in 1998 van de Kroatische aartsbisschop Stepinac was omstreden. Die had zich tijdens de oorlog immers uitgesproken ten voordele van de toenmalige dictator en massamoordenaar Ante Pavelić. Volgens schattingen was die verantwoordelijk voor de moord op bijna 800.000 mensen, vooral Joden en Servisch-orthodoxe gelovigen. Nog merkwaardiger was de houding van Johannes Paulus II tegenover bevrijdingstheologen in Zuid-Amerika, priesters en bisschoppen die opkwamen voor de armen en die zich verzetten tegen de dictatoriale regimes van die tijd. Moreel hoogstaande figuren zoals Don Helder Camara, Gustavo Gutierrez en Leonardo Boff die zich keerden tegen de uitbuiting door de machtigen, werden toen door de paus teruggefloten en vaak uit hun ambt ontzet. Onder impuls van Wojtyła werden de bevrijdingstheologen aan banden gelegd en vervangen door conservatieve discipelen die de lijn van Rome onvoorwaardelijk volgden, met alle negatieve gevolgen voor de Latijns Amerikaanse Kerk van dien. De derde miskleun van Johannes Paulus II, was zijn hardnekkige houding tegenover het gebruik van voorbehoedsmiddelen in Afrika. De Aids-epidemie stak eind jaren ’70, begin jaren ’80 de kop op en zorgde voor het Human Immunodeficiency Virus (HIV) waaraan miljoenen mensen stierven. Het gebruik van condooms kon het risico op negatieve effecten drastisch verminderen, maar toch weigerde de Kerk dit toe te staan. Integendeel, tal van kerkelijke vertegenwoordigers beweerden dat het gebruik van condooms juist de ziekte aanwakkerde. Deze manifest onwetenschappelijke houding van de paus heeft mee gezorgd voor een reusachtige toename van het Aids-virus in Afrika en op die manier voor de dood van miljoenen mensen. Heel wat ethici noemden die houding van de paus dan ook immoreel. Een vierde en cruciale reden waarom Johannes Paulus II het niet verdiend om heilig verklaard te worden, was zijn lakse houding tegenover de pedofiliezaken in de Kerk. Op 30 april 2001 ondertekende hij de brief ‘Motu Proprio Datae Quibus Normae De Gravioribus Delictis’, waarmee hij bevestigde dat alle gevallen van seksueel misbruik van kinderen door katholieke verantwoordelijken moesten overgemaakt worden aan de Congregatie van de Geloofsleer van het Vaticaan en dat ze onderworpen waren aan pauselijke geheimhouding. Daarmee bevestigde Wojtyła in feite de gangbare procedure dat dergelijke feiten niet mochten worden gemeld aan de normale gerechtelijke instanties, maar binnen de muren van de Kerk moesten behandeld worden. Die houding heeft er mee voor gezorgd dat duizenden slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk aan hun lot werden overgelaten. Ook hield Johannes Paulus II de Mexicaanse priester Marcial Maciel Degollado, de stichter van de behoudende beweging Legionairs van Christus, de hand boven het hoofd, terwijl er vanaf de jaren zeventig aanwijzingen waren dat hij kinderen en seminaristen had misbruikt. Dat de Kerk Johannes Paulus II zo snel mogelijk heilig wil verklaren, is begrijpelijk. Na al de schandalen rond de pedofilieaffaires, wil de huidige paus uitpakken met ‘positief nieuws’. Er zullen ongetwijfeld heel wat festiviteiten georganiseerd worden om de nieuwe heilige te vieren. De vraag is echter of de talloze armen, de Aids-patiënten en de slachtoffers van seksueel misbruik daarmee gediend zijn. Juist onder het pontificaat van Wojtyła werden de verworvenheden van het Tweede Vaticaans Concilie teruggeschroefd en koos de Kerk voor een meer conservatieve richting, waardoor miljoenen gelovigen in de kou bleven staan. Benedictus XVI kan beweren dat Johannes Paulus II de wil van God heeft gevolgd – wie kan zeggen wat diens wil is –, maar kan hij niet zeggen dat hij een na te volgen voorbeeld was. Wojtyła was een pragmatische paus die er bovenal op uit was om de macht van de katholieke Kerk te verstevigen. Dat heeft hij ook gedaan. Maar daarmee heeft hij de mensheid geen dienst bewezen, integendeel. De vele armen, Aids-lijders en slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk zijn er het levende voorbeeld van.
Peter Nissen en Dirk Verhofstadt Linksmailto:verhofstadt.dirk@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|