Procureur des Konings Sabbe heeft gelijk. Het zijn inderdaad de politici die het niet eens raken over de hervorming van justitie. Bij lezing van de nota van minister De Clerck blijken de regeringspartijen bij ongeveer elk onderdeel tegengestelde visies, minstens bedenkingen en opmerkingen te hebben. De politiek heeft evenwel gelijk niet over een nacht ijs te willen gaan. Om te beginnen valt een stevig boompje op te zetten over de weigering van De Clerck om prioritair in te zetten op informatisering. Wat het speerpunt en de topprioriteit van deze hervorming zou moeten zijn wordt complexloos naar de Griekse kalender verwezen. Waar voor de bedrijven en organisaties een doorgedreven geïnformatiseerde communicatie een fait accompli is, blijkt communicatie en compatibiliteit voor justitie, zowel verticaal als horizontaal, intern als extern, een onbereikbaar ideaal. En dat terwijl de plannen op tafel liggen te wachten op uitvoeringsbesluiten. Maar ook los van het gebrek aan aandacht voor dit prangend tekort, telt het hervormingsplan van De Clerck nog andere problemen, meer bepaald wat betreft de zetelende magistratuur. Sabbe heeft grotendeels gelijk met zijn uitval, maar spreekt enkel voor het openbaar ministerie, een onderdeel van de rechterlijke macht dat op geheel andere leest is geschoeid en geheel andere karakteristieken kent dan de zetel en waar inderdaad al geruime tijd van onderuit hervormingsprojecten lopen. Met succes. Zo bijvoorbeeld de werklastmeting en de gegevensverzameling over de doorlooptijden van dossiers, de samenwerking over arrondissementsgrenzen heen en specialisatie voor onder meer fiscale en milieudossiers. Dit geldt echter niet voor de zittende magistratuur. Zo zijn er weinig of geen cijfers bekend over de werking en efficiëntie van de diverse rechtbanken, weze het de vredegerechten, de rechtbanken van eerste aanleg dan wel de rechtbanken van koophandel en de arbeidsrechtbanken. In zoverre die cijfers wel bekend waren, blijkt de minister hier bij het opstellen van zijn plan geen oog voor gehad te hebben. De statistische analyse, eerste beleidsinstrument voor een moderne organisatie, ontbreekt vooralsnog bij de zittende magistratuur. Een voorbeeld is de schaalvergroting van de arrondissementen – een van de dogma’s van De Clerck. Het klopt dat bepaalde arrondissementen te klein zijn om onder meer een efficiënt en performant personeels- en middelenbeleid te kunnen voeren. Het antwoord van de minister ligt in het simplistisch samenvoegen van de kleinste arrondissementen. Dom en ondoordacht. De Clerck spant het paard achter de wagen en vindt het blijkbaar niet nodig na te gaan wat werkt en wat niet. Immers wat blijkt? Het zijn net de kleine arrondissementen die goed werken en nauwelijks achterstand kennen, zo is het parket van Turnhout één van de snelste in ons land en kent de rechtbank van Mechelen nauwelijks tot geen gerechtelijke achterstand. Onder meer deze twee arrondissementen wenst De Clerck net samen te voegen, om zo tot een monsterarrondissement te komen dat vergelijkbaar is met Antwerpen qua bevolkingsaantallen, maar geografisch veel meer gespreid is en sociaal-economisch weinig tot geen verbindingen kent. Zoals gezegd is een schaalvergroting nuttig en dus nodig, maar niet zonder weldoordacht te onderzoeken op welke manier. De Clerck lijkt te negeren dat vanaf een bepaald punt de schaalvoordelen niet meer opwegen tegen de schaalnadelen en leiden tot een buitenproportionele bureaucratie. Het gerechtelijk arrondissement Antwerpen is daar een voorbeeld van. Hoewel niet catastrofaal kent het een minder snelle werking dan haar provinciale zusjes Mechelen en Turnhout. Het verzet tegen de wijze waarop De Clerck de schaalvergroting wil doorvoeren is dan ook niet gebaseerd op regionale reflexen, zoals Sabbe ten onrechte beweert, maar op een rationele en gestaafde vrees dat de voorgestelde recepten meer problemen zullen creëren dan ze er zullen oplossen. Waarom onderzoekt men geen schaalvergroting op sociaal-economische gronden, die tevens een oplossing biedt voor grotere arrondissementen? Om opnieuw het voorbeeld van Antwerpen, Mechelen en Turnhout te nemen, zou men de druk op Antwerpen en Brussel – met een zeer snel groeiende bevolking – kunnen wegnemen door enkele van hun gemeenten onder hetzij Mechelen, hetzij Turnhout te plaatsen. Efficiënter, logischer, gebaseerd op cijfers en sociaal-economische samenhang én met oog voor de toekomst waarin het arrondissement Antwerpen voorbereid wordt op een sneller toenemende bevolking. Minder eenvoudig en snel te volbrengen dan het samenvoegen van twee bestaande arrondissementen, maar wel op grond van een analyse van waar huidige en toekomstige problemen zich situeren en hoe deze adequaat het hoofd te bieden. Naast bovenvermeld probleem vertoont De Clercks plan vele andere gaten en mankementen die niet het voorwerp van deze tekst kunnen uitmaken, maar een algemene indruk is wel dat haast en spoed de voornaamste motieven waren en dat er om die reden geen ruimte was voor een grondige analyse van de bestaande problemen én, belangrijker, in tweede instantie de bestaande goedwerkende formules (waar is bv. de schriftelijke procedure?). Tot slot heeft De Clerck geen antwoord klaar voor een van de grootste etterbuilen bij justitie: Brussel. Het grootste arrondissement én ressort van ons land, waar het grootste aantal bedrijven gevestigd is, dat een grootstedelijke criminaliteitsproblematiek kent en met een gigantische gerechtelijke achterstand kampt (pleitdata liggen intussen voor sommige kamers in 2012), wordt compleet genegeerd. Misschien omdat hier niet een schaalvergroting, maar eerder een schaalverkleining op zijn plaats is? Dogma’s zullen justitie niet helpen, weloverwogen beslissingen met moed en durf wel. Advocaten, magistraten en burgers die dag in dag uit dit zieke zorgenkind ternauwernood doen functioneren, verdienen beter.
Annelies Keirsmaekers Annelies Keirsmaekers Linksmailto:annelies@keirsmaekers.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|