|
Afgelopen week ontstond nogal wat commotie omdat Flor Koninckx twee weken in Tanzania had doorgebracht voor een programma van VT4 en omdat Margriet Hermans zich had laten opereren op kosten van een televisieblad. Voor Vlaams minister Bourgeois, bevoegd voor eedformules, wielercommentatoren en ‘Vlaamsche’ identiteit in het buitenland, was dit een schande. Onverwijld riep hij de televisiezenders op om geen politici meer uit te nodigen voor optredens in amusementsprogramma’s. Zonder enige voorkeur uit te spreken voor beide senatoren, vind ik de bemoeienissen van de minister hier volledig misplaatst. Een politicus treedt toch wel bijzonder betuttelend op wanneer hij meent te moeten beslissen hoe zijn collega’s zich moeten gedragen. Is het niet in de eerste plaats de kiezer die het gedrag van politici dient goed of af te keuren in het stemhokje? Het is mij dan ook niet duidelijk waarom Flor en Margriet niet zouden mogen wat Jan en Mieke wel mogen. Wie uitgaat van de veronderstelling dat argeloze kiezers wel eens zouden kunnen stemmen op compleet incompetente mensen omdat hun bekende kop veel op tv komt, zou beter meteen voorstellen om de democratie in zijn geheel af te schaffen. De idee dat de kiezer altijd gelijk heeft en in staat is om een deftig oordeel te vormen over de diverse partijen, is nu eenmaal een basispremisse van de westerse democratie. Wie niet het risico wil lopen dat het volk de ‘verkeerde’ leiders kiest, emigreert beter naar een land als Cuba of Noord-Korea. Of een politicus zijn bekendheid nu haalt uit tv-optredens, dienstbetoon, pensenkermissen of uit ‘ernstig’ politiek werk, doet in se niets ter zake. Een ander argument dat blijkbaar gevoelig ligt, is dat van het zogenaamde ‘plichtverzuim’. Politici worden ervoor betaald, dus moeten ze hard ‘werken’. Dit is niet geheel correct. Politici worden verkozen. Hoe ze dat mandaat invullen, is hun zaak en die van hun kiezers. De reden van de goede verloning ligt louter in het feit dat men wou vermijden dat competente mensen om financiële reden niet in de politiek zouden willen stappen. Wie de werklust en de capaciteiten bezit die vereist zijn voor een absolute toppoliticus, kan in het bedrijfsleven nog steeds een veelvoud verdienen van een parlementaire of ministeriële wedde. Daartegenover staat weliswaar dat wie absoluut niets uitvreet in het parlement daar veel te royaal voor betaald wordt, maar uiteindelijk is het wel de kiezer die beslist wie er in dat parlement komt, dus moet die achteraf niet komen klagen. Bovendien is de appreciatie van het begrip ‘werken’ in het parlement, zeer subjectief. Het is tegenwoordig in om het aantal wetsvoorstellen of vragen op de persoonlijke teller van een parlementslid in aanmerking te nemen als waardemeter. Het lijkt mij vrij bedenkelijk om politiek werk op die manier te kwantificeren. Veel belangrijker is de vraag welk gevolg aan al die wetsvoorstellen of vragen gegeven wordt. Misschien bewijst een parlementslid van de Boerenbond zijn achterban meer diensten door zelf niets te doen, maar wel alert op de rem te gaan staan telkenmale een wetsvoorstel dreigt te raken aan de belangen van de landbouwers, dan het parlementslid dat tientallen wetsvoorstellen en vragen indient waaraan uiteindelijk geen enkel verder gevolg wordt gegeven. Het moet perfect mogelijk zijn om invloed uit te oefenen en het politieke debat in een bepaalde richting te duwen, zonder persoonlijk veel initiatieven te nemen. Dit kan door pertinente opmerkingen in de debatten, stille diplomatie achter de schermen of door bepaalde thema’s en standpunten onder de aandacht van de media te brengen. Wie zich overigens eens de moeite getroost om de vele vragen en wetsvoorstellen inhoudelijk na te kijken, zal snel de onzin van het kwantificeren van parlementair werk inzien. Zo was er vorig jaar een Vlaams Belang-kamerlid die door middel van een parlementaire vraag wilde weten waarom de minister van Justitie een doos pralines had gegeven aan haar buitenlandse ambtsgenoot. Een zinnig mens zal allicht de grootste vraagtekens plaatsen bij de relevantie van dergelijke vraag, maar het is nu eenmaal niet aan een objectief observator om te oordelen over de inhoudelijke waarde van dit parlementaire ‘werk’. Dit komt alleen toe aan de kiezers van de parlementair in kwestie. Misschien hebben zij bewust gekozen voor politici die zich beperken tot het persifleren van onze parlementaire instellingen en die vervolgens in de weekends hun achterban komen vertellen hoe hypocriet en wereldvreemd de traditionele politici wel zijn. Het feit dat er in het parlement politici zitten die naar mijn mening geen zinvol werk verrichten, vind ik niet meer of minder jammer dan het feit dat er in het parlement veel politici zitten die er een andere politieke mening op nahouden dan mezelf. Dit is nu eenmaal eigen aan een democratisch systeem. Politici die moeite hebben met de populariteit van hun collega’s, zouden beter hun energie steken in het verkopen van hun eigen politieke werk. Als de kiezers overtuigd raken van het enorme nuttige werk van een bepaald politicus, zullen ze deze ongetwijfeld verkiezen boven iemand die alleen maar goed kan zingen of voetballen. Steven Keirse Steven Keirse Linksmailto:steven.keirse@gmx.net |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|