De opkomstplicht is een absurditeit

column vrijdag 25 april 2003

Steven Keirse

Op 18 mei is het weer zover, dan mogen we weer gaan stemmen. Mogen? Moeten eigenlijk. In België zitten we om historisch-politieke redenen opgescheept met opkomstplicht bij de verkiezingen. Gezien de huidige parlementariërs allen verkozen zijn in een kiesstelsel met opkomstplicht, hebben zij er belang bij deze absurde bevoogdende maatregel te behouden. Nochtans zijn de argumenten voor opkomstplicht zowel theoretisch als empirisch ronduit zwak te noemen.

Twee argumenten worden doorgaans aangehaald ter ondersteuning van de opkomstplicht. Een eerste argument is dat het verkiezingsresultaat representatiever zou zijn als heel de bevolking meestemt. Nochtans wijst niets erop dat de leiders van landen zonder opkomstplicht minder steun zouden genieten van hun bevolking dan leiders van landen met opkomstplicht. Bovendien kan de vraag gesteld worden of verkiezingen met opkomstplicht niet juist minder representatief zijn. Er kunnen zich immers ernstige distorties voordoen in de stembusgang als een groot aantal ongemotiveerde kiezers gaat stemmen en bijgevolg "zomaar" een bolletje kleurt.

Overigens dient ook opgemerkt te worden dat stemplicht ook in het hypothetische geval waarbij iedereen perfect bewust en volledig geïnformeerd stemt tot een heel onrepresentatief resultaat kan leiden, gezien de intensiteit van de preferenties van de kiezer nooit exact gemeten kan worden. Stel bijvoorbeeld dat 10 mensen voorstander zijn van een parlement dat voor 55% bestaat uit partij B en voor 45% uit partij A en dat 5 mensen voorstander zijn van een parlement dat voor 95% bestaat uit partij A en voor 5% uit partij B. Na een gewone meerderheidsstemming zal het resultaat zijn dat partij B de verkiezingen wint, terwijl dat een verkeerd beeld geeft over de wens van de kiezers omdat de totale preferentie voor partij A (95x5 + 45x10)/15 groter is dan de totale preferentie voor partij B (5x5 + 55x10)/15. Gezien het niet mogelijk is mensen in procenten te laten stemmen op verschillende partijen (omdat ze er in dat geval strategisch best aan zouden doen 100% te geven aan hun meest geprefereerde partij), kan een systeem met stemrecht in de plaats van stemplicht een goed middel zijn om kiezers met minder intense preferenties gemiddeld genomen minder te laten doorwegen doordat kiezers die eerder onverschillig zijn minder snel geneigd zijn om te gaan stemmen.

Een tweede argument voor de opkomstplicht is de claim dat de lagere klassen niet zouden gaan stemmen zonder stemrecht en dat er bijgevolg met hen geen rekening gehouden zou worden. Het tweede deel van deze claim is zeer gemakkelijk weerlegbaar. Het is immers helemaal niet zo dat onze buurlanden sociale slagvelden zijn. De landen met de sterkste sociale bescherming en de hoogste belastingvoet van Europa zijn de Scandinavische landen en daar is er geen opkomstplicht.

Het eerste deel van de claim daarentegen schijnt op het eerste zicht steun te vinden in de statistieken, doch zeer grote voorzichtigheid is geraden bij interpretatie van statistische gegevens. Mochten mensen uit lagere klassen minder snel geneigd zijn te gaan stemmen, precies omdat ze tot die lagere klassen behoren, hebben voorstanders van de opkomstplicht misschien een punt, doch m.i. is dit niet het geval. Empirisch kunnen we immers vaststellen dat de opkomst bij verkiezingen in alle landen met stemrecht eerder laag is wanneer er weinig op het spel staat en hoog wanneer de inzet van de verkiezingen ook hoog is. Mensen met hogere inkomens voelen de inzet van elke verkiezing eerder hoog aan en staan sneller op inspraak in het beleid, om de simpele reden dat zij in een proportioneel belastingsstelsel ook een groter deel van de te besteden overheidsmiddelen betalen. Dat lagere klassen minder snel geneigd zijn naar de stembus te trekken, ligt daarom eerder aan de geloofwaardigheid van de politici die zogezegd voor hun belangen opkomen dan aan het gebrek aan maatschappelijk bewustzijn bij die klasse. Trouwens, als we een correlatie tussen deelname aan betogingen en opleidings- of inkomensniveau zouden maken, zouden we eerder tot de conclusie komen dat lagere klassen over meer maatschappelijk bewustzijn beschikken dan de hogere klassen.

Conclusie van dit alles is dat de opkomstplicht een regel is die elke ratio mist. Elke discussie rond mogelijke aanpassing of verfijning van de kieswetgeving (ik denk bijvoorbeeld aan discussies rond de stemgerechtigde leeftijd, discussies rond het al dan niet toelaten van migrantenstemrecht) is mijn inziens praat voor de vaak zolang we niet eerst deze absurditeit uit onze kieswetgeving halen.



Steven Keirse

Links
mailto:steven.keirse@rug.ac.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be