De berekende oorlog der krankzinnigen

column vrijdag 23 januari 2009

Alexander Hoefmans

Mission accomplished! Althans dat verklaarden zowel Hamas als Israël nadat ze op zondag 18 januari jl. een eenzijdig staakt-het-vuren hadden afgekondigd dat een einde zou moeten stellen aan het 23-dagen durende wapengekletter. Als het de bedoeling was van beide partijen om op de eigen borst te kloppen en zoveel mogelijk schade aan te richten en slachtoffers op hun conto te schrijven, dan kan men inderdaad stellen dat beiden hun opdracht met brio vervuld hebben. Of klinkt dit te cynisch? Er moet toch ergens een rechtvaardiging te vinden zijn in een deel van de verwoestingslogica die de laatste weken werd tentoongespreid? Helaas, net dat waren inderdaad de oppervlakkige objectieven van beide partijen. Al te veel nobele doelstellingen hebben we zeker sinds de zomer van 2006 niet meer horen verkondigen in het Palestijns-Israëlisch conflict. De toestand is zodanig complex geworden dat Israël zich blijkbaar genoodzaakt ziet om zijn oorlogsmachinerie in te schakelen in een nieuwe strategie die officieus kan bestempeld worden als de calculated madman’s war of de berekende oorlog der krankzinnigen zoals onlangs werd gesuggereerd in The New York Times.

Laten we eerst duidelijk stellen dat geen enkele staat aanvallen op zijn burgers mag en hoeft te aanvaarden. Een staat heeft de plicht om zijn eigen burgers te beschermen maar tegelijk ook een welvarend bestaan te waarborgen. Handelingen in het kader van het eerste kunnen echter gemakkelijk verwezenlijkingen ten opzichte van het tweede verhinderen. Moderne oorlogs- of guerillavoering verwezenlijkt in fine geen enkele van deze kernopdrachten. Het Handvest van de Verenigde Naties erkent weliswaar het recht van een staat op zelfverdediging maar dat veronderstelt geen carte blanche. Overheidsoptreden dient, in welke context dan ook, proportioneel te zijn ten opzichte van de geviseerde doelstellingen. Komt daarbij dat in het kader van internationale conflicten de Verdragen van Genève over de toepasselijke rechtsregels in tijden van gewapend conflict allerminst met de voeten mogen worden getreden.

De recente gebeurtenissen in Gaza kunnen in de verste verte niet omschreven worden als proportioneel. Evenmin lijkt het respect voor het humanitair oorlogsrecht een prioriteit te zijn geweest, denken we aan de ongeveer 1.300 Palestijnse slachtoffers (waaronder zeker Hamas militanten maar evengoed burgers en kinderen), het mogelijke gebruik van fosforbommen en de moeilijkheden die internationale humanitaire organisaties ondervonden hebben om voedsel, materiaal en medicijnen tot bij de doorsnee bevolking te brengen. Anderzijds ligt de verantwoordelijkheid evenzeer verpletterend bij Hamas dat burgers inschakelt in de strijd, wapens in moskees verschuilt en aanvallen uitvoert vanuit of in de buurt van burgerwoningen. Het is bijzonder triest vast te stellen dat de Palestijnse bevolking niet alleen slachtoffer hoeft te zijn van deze waanzin, maar zelfs een instrument is geworden in de strijd.

Met de oorlog tegen Hezbollah in de zomer van 2006 heeft Israël een nieuwe strategie geïntroduceerd die het lijkt te hebben herhaald en verfijnd in Gaza. Er zijn parallellen tussen beide oorlogen. Ook in 2006 werd Israël aangevallen door raketten, vanuit Zuid-Libanon dan en afgevuurd door Hezbollah. Hezbollah kon overigens, nog meer dan Hamas dat ondertussen een quasi-staatsagent is geworden, omschreven worden als een ghost fighter, verscholen tussen de plaatselijke bevolking, met kleinschalige commando’s en dus zeer mobiel. De strategie van Israël kan, zowel destijds als nu, in Koude Oorlog-termen omschreven worden als het toebrengen van massale afschrikking. De overweldigende oorlogsmachinerie wordt ingezet om in die mate schade toe te brengen aan de plaatselijke bevolking zodat de tegenstander niet anders zal kunnen dan in te binden. Als ‘bonus’ toont Israël aan dat terrorisme-sponserende regimes zoals in Syrië en Iran niet op hun lauweren moeten rusten. Hezbollah en Hamas hanteren, met hun beperktere middelen en op kleinere schaal, eigenlijk dezelfde strategie. Het afvuren van raketten op Israëlische burgers dient niets anders dan om hen te terroriseren, een reactie uit te lokken en op ruimere schaal sommige Arabische leiders achter hun cause te scharen. De taktiek is dezelfde, de middelen zijn ongelijk, de schade in absolute termen is echter even vernietigend. Het is een oorlog van de berekende krankzinnigheid.

De krankzinnigheid schuilt misschien nog niet eens zozeer in de overweldigende verwoesting die werd toegebracht maar nog meer in de logica die ermee gepaard gaat. Israël denkt een onherstelbare slag te hebben toegebracht aan Hamas. Anders dan Hezbollah is Hamas een quasi-staatsagent geworden nadat het in juni 2007, na een strijd met Fatah, de controle in Gaza heeft overgenomen. De toepassing van de oorlog van de berekende krankzinnigheid heeft zich dan ook uitgebreid naar de complete verwoesting van welke (overheids)instelling dan ook die met Hamas kan worden vereenzelvigd, gaande van het parlement tot universiteitsgebouwen, moskees en zelfs scholen. Israël hoopt dat door het treffen van de Palestijnse bevolking zij zich zal keren tegen Hamas, dat Hamas (na de militaire uitschakeling door Israël) politiek verschrompelt en daarmee de meer gematigde Fatah terug de touwtjes in handen kan nemen. Dit alles ten dienste van de Israëlische veiligheid, uiteraard, maar ook om het vredesproces nog een kans te geven, want met Fatah valt er te praten. De Palestijnse bevolking wordt met die tactiek echter niet alleen als instrument gebruikt, is niet alleen het directe slachtoffer van geweld, maar wordt bovendien beroofd van elke mogelijkheid om deel te nemen aan het publieke en sociale leven, voor zover dit door Israël’s economische wurggreep op de Gazastrook al mogelijk was.

Wat met de slaagkansen van die logica? Het volstaat al de geschiedenis van de talrijke embargo’s erop na te gaan om te concluderen dat de strategie van het stimuleren van een interne revolutie weinig doeltreffend is. En embargo’s zijn dan nog niet-militaire middelen. Terreur zaaien is daarentegen terreur oogsten. Hetzelfde geldt voor haat. Denken dat de Palestijnse bevolking de ogen zal sluiten voor een agressor en zich tegen een beweging zal keren die compleet verweven is met het sociale weefsel van een deel van de bevolking is op zijn minst gezegd vrij naïef. Israël is daarmee trouwens vreemd genoeg indirect een partner geworden van Fatah in de interne strijd binnen Palestina. Premier Olmert drong er dan ook tijdens een diner met verschillende Europese leiders enkele dagen geleden op aan dat het ondermijnen van Hamas een versterking van Fatah veronderstelt. Wanneer echter het vernietigen van Hamas onrealistisch is, moet het dan maar genegeerd worden in het vredesproces? Daar waar er nu een vrij grote internationale consensus bestaat omtrent een two-state solution (afgezien van vreemde eend in de bijt Muammar Khaddafi, de Libische leider die in de New York Times recent een column publiceerde met als voorstel het oprichten van de staat ‘Isratine’) zitten we vandaag met een de facto three state situation.

De vele agenda’s die het Midden-Oosten doorkruisen, maken dat de strategie van de berekende krankzinnigheid ook verwoestend simplistisch is. Hamas wil zijn macht in Gaza consolideren. Het niet verlengen van de wapenstilstand op 19 december van vorig jaar heeft daar veel mee te maken. Hamas kon, omwille van de weerstand van Israël, een deel van zijn beloftes niet waarmaken. De wurggreep van Israël werd onvoldoende verzacht. De grensblokkades bleven. Hamas hoopte dan maar om Israël daartoe militair te kunnen dwingen en met het daarmee gepaard gaande lijden van het Palestijnse volk haar greep op Gaza te behouden aan de hand van nationale en internationale verontwaardiging. Als ‘bonus’ zou Hamas een verdere radicalisering in beweging brengen, hetgeen alleen maar in haar voordeel zou spelen ten opzichte van Fatah. Bovendien heerst er ook een strijd tussen Hamas en Hezbollah, waarbij Hamas met lede ogen heeft moeten toezien op de ‘overwinning’ van Hezbollah op Israël in de zomer van 2006. Hamas vreest dat de sjiïtische Hezbollah, gesteund door Iran, wordt aanzien als de legitieme aanvoerder van de strijd tegen Israël eerder dan de soennitische Hamas, gesteund door het Syrische regime. Omwille van dit alles verklaarde de politieke leider van Hamas, Khaled Meshaal, op 22 januari jl. dat met deze overwinning de tijd gekomen is voor het Westen om met Hamas aan tafel te zitten. Want, zo verklaarde hij vanuit Damascus, Hamas has obtained legitimacy through struggle.

Ook Israël heeft zijn eigen agenda. Op 10 februari aanstaande vinden nationale verkiezingen plaats nadat premier Olmert een stap opzij heeft moeten zetten. De minister van Buitenlandse Zaken Livni, aangeduid als opvolgster, slaagde er niet in een nieuwe regering op de been te brengen. Ze wordt in de peilingen op de hielen gezeten door Ehud Barak, eerder al premier en nu minister van defensie en dus het brein achter Operation Cast Lead. Daarnaast is er de eeuwige schaduw van hardliner Benjamin ‘Bibi’ Nethanyahu. De interne politiek tracht punten te scoren met het spierbalgerol. Het (logische) falen van de Israëlische strategie, Hamas heeft nog altijd de controle over Gaza, maakt dat een deel van de bevolking er wel wat voor voelt om de job eens en voor altijd te klaren en de leiding van Hamas met een witte vlag in de hand van tussen het steengruis te zien kruipen. Het is vooral Nethanyahu die bij een radicalisering garen spint en dat komt het vredesproces, zonder of met Hamas, niet ten goede.

Waar staat de rest van de wereld, tenslotte? De Arabische wereld heeft eens te meer getoond dat de visies omtrent het Palestijns-Israëlisch conflict ver uiteen liggen. De Syrische president Assad riep op een Arabische top enkele dagen geleden de deelnemers op om Israël als een terroristische entiteit te bestempelen. Niet meteen een weg naar een onderhandelde oplossing. Egypte tracht als honest broker op te treden maar is zelf betrokken partij. De grens met Gaza is een zeef voor smokkelwaar, waaronder wapens voor Hamas, en Israël wil een internationaal gewaarborgd mechanisme om die smokkel tegen te houden. De Europese Unie kijkt dan weer zoals zo vaak machteloos toe. Veel goede bedoelingen maar nationale ego’s en belangen verhinderen een sterk en eensgezind optreden. De blik is daarom eens te meer gericht op de Verenigde Staten, en niet in het minst op de nieuwe president Barack Obama. Hij heeft de handen vol met de nationale economische crisis maar mag de ogen niet sluiten voor de meest dringende internationale crisissen. De eerste signalen zijn alvast hoopgevend. President Obama lijkt te zullen breken met de politiek van zijn voorganger en binnenkort opnieuw een special envoy voor het Midden-Oosten (wellicht voormalig senator George Mitchell) aan te duiden. Misschien zullen dan toch eindelijk stappen gezet worden weg van de krankzinnigheid en naar the age of responsability die president Obama heeft aangekondigd.



Alexander Hoefmans

Alexander Hoefmans

Links
mailto:ahoefmans@yahoo.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be