Arbeid bevrijden kan niet zonder wettelijk kader

column vrijdag 27 mei 2005

Egbert Lachaert

In de tegenwoordig dagelijkse stormvloed aan berichtgeving omtrent de Vlaamse liberalen valt naast het onderling gekissebis soms ook nog eens ernstig nieuws te rapen. Dit weekend hield de liberale partij immers een congres omtrent de toekomst van onze economie onder het motto ‘meer vrijheid, meer welvaart’. De toon was met deze titel al gezet: de liberalen gaan radicaal voor de zelfontplooiing van het individu en menen dat het ‘bevrijden van dat individu’ van het juk van de arbeidsregulering (bijna) automatisch tot meer welvaart zal leiden.

Vanzelfsprekend ligt deze overtuiging in het verlengde van het liberale geloof in de individuele zelfontplooiing. Het individueel streven naar vooruitgang is immers de drijfveer van een economie die welvaart creëert. De dag dat er geen ondernemers meer opstaan, geen initiatief en risico’s meer genomen worden, zal onze economie enkel maar stagneren en achteruitgaan. Het zijn inderdaad de liberalen die het initiatiefrecht moeten vrijwaren en die dienen te streven naar een goed georganiseerde overheid die initiatieven stimuleert in plaats van ze te ontmoedigen.

In deze context kan men zich vragen stellen over het huidig wettelijk kader dat de arbeidsverhoudingen beheerst. Deze regelgeving is ontstaan in een andere eeuw en is inderdaad niet meer aangepast aan de noden en wensen van deze tijd. Het voorbijgestreefd karakter van de arbeidswetgeving is overigens niet alleen een zorg voor werkgevers, maar zeer zeker ook voor werknemers. Wanneer zullen de wetgever én de vakorganisaties immers eens werk maken van een gelijkschakeling van het kunstmatige onderscheid tussen een arbeider en een bediende? Wanneer zal deze starre regelgeving toelaten dat een bediende die enkele bijkomende uren per week wil werken om iets meer te verdienen, effectief overuren kan presteren zonder samen met zijn werkgever te verdrinken in een kluwen van aanpassingen aan het arbeidsreglement, het uithangen van nieuwe werkroosters, enz?

De discussie over een moderner en aangepast kader waarbinnen arbeid wordt verricht, heeft helemaal geen asociaal karakter, zoals menig journalist liet uitschijnen na het congres van het afgelopen weekend, maar is gericht op een win-win scenario voor arbeidskrachten en werkgevers ten einde hen in staat te stellen hun onderlinge afspraken in een moderner wettelijk kader tot stand te laten komen.

Bij het streven naar een moderner arbeidsrecht mag men evenwel ook niet vervallen in dogma’s die al even star zijn als de huidige regelgeving. Een gebrek aan een efficiënte en duidelijke regelgeving leidt immers hoegenaamd niet tot meer vrijheid of welvaart, tenzij dan misschien tot de vrijheid en de welvaart voor diegene die – in een juridische woestenij – in staat is zijn vrijheid en welvaart af te dwingen omdat hij over meer menselijke en/of financiële middelen beschikt.

De al te blinde droom van een ontplooid individu, dat zonder een zekere regelgeving, zijn belangen nastreeft, maar daarbij oog heeft voor vrijwillige solidariteit met zijn medemens, lijkt immers ver te staan van de realiteit. Wie de laatste illusies op dit vlak koesterde, werd vorige week nogal hard met de neus op de feiten gedrukt. Vorige week raakte het verhaal bekend van een aannemer die zonder het naleven van de elementaire principes van de bestaande sociale wetgeving een Armeense arbeider tewerkgesteld had. Toen de man van een wankele stelling was gevallen en daarbij levensgevaarlijk gewond raakte, had de aannemer de man in een verlaten straat gedumpt, waar hij wellicht toch niet meer levend gevonden zou kunnen worden. Tot zover het blinde geloof in de verantwoordelijkheidszin van de van regels bevrijde werkgever.

Uit het voorgaande kan afgeleid worden dat absolute vrijheid al even onwenselijk is als de overregulering die we thans kennen. Indien dit ertoe leidt dat het leven van het ene individu in het handen ligt van dat van een ander, dient dit iedere liberaal tegen de borst te stoten.

Bij het ‘bevrijden van arbeid’ dient dan ook in ieder geval rekening gehouden te worden met het feit dat er in een arbeidsverhouding onmogelijk sprake kan zijn van gelijkwaardige partijen bij de overeenkomst. Het herleiden van de arbeidsverhouding tot een verhouding van het ene individu tot het andere is niets meer dan een onrealistisch dogma. Eén van de partijen bij die overeenkomst oefent per definitie gezag uit over de andere partij, zodat die partijen slechts in uitzonderlijke situaties op gelijkwaardige basis kunnen onderhandelen over loon-, arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden. Een wettelijk beschermend kader zal dan ook steeds noodzakelijk en verantwoord zijn, ook vanuit het liberale principe van het garanderen van de vrijheid van ieder individu.

Het is bemoedigend dat de Vlaamse liberalen naar een bevrijding van de economie en de arbeid willen streven, maar de Vlaamse liberalen doen er ook goed aan de verantwoordelijkheidszin van het individu te onderstrepen in de door hen aangekondigde maatregelen, beleids- programmateksten.

“De mens vervolmaakt door de maatschappij is de beste der dieren; hij is de meest verschrikkelijke der dieren wanneer hij leeft zonder wet en zonder gerechtigheid” (Aristoteles).



Egbert Lachaert

Egbert Lachaert

Links
mailto:egbert.lachaert@bellaw.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be