Ieder jaar kiezen de kernleden van Liberales een stad uit om samen een weekend door te brengen. Niet zomaar een stad, maar een stad met een verleden. Vorig jaar trokken we naar het Britse Oxford waar we zestig jaar na de opstelling van het Manifest van Oxford een eigentijdse versie van deze beroemde tekst schreven. Dit jaar gingen we naar Krakau. Deze voormalige Poolse hoofdstad, gebouwd rond de Wawelheuvel die eeuwenlang het politieke en administratieve centrum van het land was, heeft zich vandaag al definitief ingeschakeld in de Westerse economie. De stad ontwikkelt bijzonder snel en herwint in recordtempo de glorie van weleer. Het contrast tussen het levendige en bruisende stadscentrum van Krakau en een aantal andere restanten uit de recente geschiedenis is groot. Het volstaat de rivier Wisla over te steken om in de oude Joodse ghetto van Krakau te komen die het toneel was van de film Shindler’s List. 69.000 joden werden geherlokaliseerd in een ghetto om later afgevoerd te worden naar concentratie- en vernietigingskampen. De voornaamste reden van ons bezoek aan Krakau was evenwel de nabijheid van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Liberales wou van de gelegenheid gebruik maken deze historische plaats te bezoeken nadat eerder dit jaar ook al het Fort van Breendonk en de Dossinkazerne te Mechelen werden bezocht. Een bezoek aan een concentratie- en vernietigingskamp heeft hoe dan ook iets irreëels en onvatbaars. Vooreerst is het voor ieder mens die niet direct betrokken was bij vergelijkbare gebeurtenissen moeilijk in te schatten hoe de psyche en beleving van slachtoffers en daders van een dergelijke genocide moeten worden ingeschat. Het bezoek aan een vernietigingskamp als Birkenau, waar meer dan een miljoen mensen op een onvoorstelbaar morbide uitgekiende wijze werden gedood, is voorts nog vreemder als je dit doet op een zonnige lentedag, met op de achtergrond het geluid van vogeltjes die zorgeloos lijken te fluiten alsof je in een idyllische omgeving zou terecht gekomen zijn. Enige verwarring bij de eerste indrukken van het kamp is dan ook mogelijk. Toch neemt tijdens het bezoek die eerste verwarrende indruk af ten nadele van een gigantische beklijvendheid die moeilijk of niet te omschrijven valt. Het kamp Auschwitz-Birkenau bestaat uit drie belangrijke delen. Net zoals het Fort van Breendonk is het kamp Auschwitz I – met de poort met het bekende opschrift Arbeit macht frei - een voormalige legerkazerne die door de Duitsers gedurende de oorlog werd omgebouwd tot een kamp. Auschwitz II ligt evenwel op het grondgebied van het dorpje Birkenau. Het is hier dat het grootste gedeelte van de massamoorden plaatsvond en het is dan ook deze site die het meeste indruk maakt. Het derde kamp Auschwitz III was een werkkamp bij fabrieksafdelingen, ondermeer de Buna-fabriek waar Primo Levi terechtkwam. Vooral het kamp in Birkenau laat – ondanks het feit dat het geheel op deze zomerse lentedag omzeggens uit een grote groene grasvlakte bestaat - een bijzonder neerslachtige indruk na. Het is hier dat honderdduizenden slachtoffers van de Holocaust na een dagenlange treinrit in onmenselijke omstandigheden aankwamen en waar SS’ers een selectie maakten tussen wie het ‘geluk had’ om fit genoeg te zijn om te werken in één van de kampen en wie rechtstreeks de gaskamers ingestuurd werd. Negentig procent van diegenen die de treinrit overleefden, gingen sowieso de gaskamers in. De gedachte overvalt iedere bezoeker hoe dokters en soldaten bij deze selectie harteloos vaders konden scheiden van hun gezin met kinderen om de vader naar de werkkampen te sturen en de vrouw en de kinderen de gaskamers in te sturen. Men kan in feite niet anders dan de bedenking maken dat de uitvoerders van deze massamoord de slachtoffers niet meer als mens, maar als een (in het beste geval) object of dier aanzagen. Op maximale capaciteit zou het vernietigingskamp Birkenau in staat geweest zijn 20.000 mensen per dag te vermoorden, te recycleren en te verbranden. De term ‘recycleren’ is hier wel degelijk van toepassing. Waardevolle bezittingen van de gevangenen die in Birkenau aankwamen, werden sowieso in beslag genomen, maar ook de mensen zelf waren na hun dood nuttig voor het Duitse nationaalsocialistische regime. Haar werd afgeschoren van de gevangenen en gebruikt om kleding van te maken, prothesen werden verzameld en gerecycleerd en gouden tanden werden omgesmolten en naar Berlijn gestuurd. De as van gecremeerde gevangenen werd zelfs gehanteerd als isolatiemateriaal in gebouwen. Vorig weekend groeide het groene gras opnieuw over de vlakte van Birkenau. Het lijkt vandaag op een museum dat keurig onderhouden wordt door tuiniers, ten behoeve van de duizenden toeristen die hier elk jaar naartoe komen. Het lijkt wel voltooid verleden tijd, maar dat klopt niet. De gruwel van Auschwitz en andere kampen staat immers niet alleen. De Russische goelags en recenter de kampen in Bosnië-Herzegovina en de Rwandese genocide tonen aan dat de mens snel vergeet en zich met een zekere regelmaat opnieuwe op het pad begeeft van onmenselijke terreur tegenover de medemens. Steevast ontstaat die terreur wanneer men andere mensen niet langer als een unieke mens aanziet, maar als een object of als onderdeel van ander groter geheel (een ras, een volk, een geloof, een overtuiging, een klasse,…) waartegen men zich in extreme gevallen of omstandigheden met geweld kant. Mensen zijn op zich klaarblijkelijk manipuleerbaar om in een waanzinnige terreur op massaschaal mee te stappen en dit op grond van emotionele drijfveren of buikgevoelens. Misschien is die gedachte op zich nog het angstaanjagends van al, naast het feit dat propaganda, manipulatie en populisme vandaag nog steeds evenveel succes hebben als weleer. Liberales bezocht Auschwitz-Birkenau op een zomerse lentedag. Tussen de barakken stond alles in bloei en het gras kon niet groener zijn. Maar uit getuigenissen weten we dat er in die vreselijke oorlogsjaren geen sprietje gras groeide. Toen was er alleen modder en stof waarin tienduizenden gevangenen probeerden te overleven. Toen was er alleen grijs en bruin. Dat vertelde onze gids en hoorden we vroeger reeds van de laatste getuigen van deze onbeschrijfelijke gruwel. Daarop hebben we samen een afspraak gemaakt. We gaan als kernleden van Liberales hier ooit terugkomen met onze kinderen en vrienden. Om ook hen te tonen tot wat extremisme, rascisme en fanatisme in staat is. Om uit te leggen dat er in Auschwitz-Birkenau een tijd geweest is waarop er van groen gras geen sprake was.
Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|