Politieke partijen langs Vlaamse en Franstalige kant doen er alles aan om de zwarte piet voor de huidige politieke impasse in elkaars schoenen te schuiven. De vraag is maar zeer of de bevolking nog het onderscheid maakt tussen partijen en personen en hun onderlinge verantwoordelijkheden. Eerder lijkt de publieke opinie het proces te maken van haar leiders in het algemeen. Dit wordt nog gevoed door het feit dat niemand echt een uitweg uit de crisis ziet. Die uitwegen zijn er, maar het zijn er eerlijk gezegd niet veel meer. Dat verkiezingen nu sneller komen dan gepland, verandert eigenlijk op zich niet veel aan wat al een tijdje lag te borrelen. Door de korte timing staat de Wetstraat in rep en roer, maar vermoedelijk zou zelfs bij het vastleggen van een werkmethode en timing vorige week (zonder een val van de regering) dezelfde discussie gestart zijn in het najaar om in een identieke impasse uit te monden begin 2011. Verkiezingen worden nu als een chaotische gebeurtenis beschreven. Begrijpelijk gezien de juridische onzekerheid die de verkiezingen omgeven, maar tegelijk bieden verkiezingen in 2010 ook perspectieven, bijvoorbeeld omdat ze de optie openen voor samenvallende verkiezingen in de toekomst. Dit wel op voorwaarde dat het klimaat rond die verkiezingen serener wordt. In het andere geval dreigt de burger zich wel eens massaal af te zullen keren van zijn traditionele politici of ze nu van oranje, blauwe, rode of groene kleur zijn. Dan dreigt een clash tussen Wetstraat en Dorpstraat. Serene verkiezingen zijn uitgesloten indien de traditionele partijen (met hun Franstalige tegenhangers) niet snel uitsluitsel bieden over (a) de wettigheid van de verkiezingen én (2) ten minste het perspectief van een ernstige staatshervorming na die verkiezingen zodat daarna weer een inhoudelijk beleid kan worden gevoerd (wat al bij al finaal het belangrijkste is). Indien voor beide zaken geen oplossing wordt geboden, zijn de verkiezingen een maat voor niets. Na die verkiezingen dreigen we immers in net dezelfde situatie terecht te komen en dit met op de achtergrond en verder gedegouteerde en geradicaliseerde publieke opinie in Noord en Zuid. Wat zijn dan de opties? Er zijn er niet zo gek veel, maar uiteindelijk lijken er wel oplossingen voor de hand te liggen om het politiek klimaat constructiever en serener te maken de komende dagen. Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest van 26 mei 2003 kort samengevat geoordeeld dat de aanpassingen aan de Kieswet die in 2002 werden doorgevoerd (en die ondermeer een provinciale kieskring in het leven riepen) strijdig waren met de Grondwet omdat er sprake was van een ongeoorloofde verschillende behandeling van burgers en kandidaten in het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde in vergelijking met andere (provinciale) kieskringen. De nieuwe bepalingen van de Kieswet die betrekking hadden op ‘BHV’ werden vernietigd. Men kan strikt juridisch tegemoet komen aan de kritiek van het Grondwettelijk Hof door de aanpassingen aan de Kieswet van 2002 deels op te heffen en bijvoorbeeld terug de arrondissementele kieskring in het leven te roepen over het hele land. Hiervoor volstaat een gewone wet met een gewone meerderheid. Het Grondwettelijk Hof oordeelde eerder al dat het bestaan van een kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde op zich niet strijdig is met de Grondwet onder de vorige Kieswet (met arrondissementele kieskringen). Op die manier zou ten minste voorkomen worden dat de komende federale verkiezingen in chaotische omstandigheden moeten doorgaan en de uitslag finaal juridisch betwistbaar zou zijn. Het grootste risico is dat de uitslag van de verkiezingen wordt vernietigd met alle gevolgen vandien. De juridische strijd daarover kan trouwens jaren aanslepen. Niemand is hierbij gebaat. De terugkeer naar een arrondissementele kieskring kan evenwel enkel tijdelijk en eenmalig zijn. Het tijdelijk karakter van de regeling kan wettelijk voorzien worden. Indien men immers geen tijdelijk karakter voorziet, zullen immers vooral de Franstalige partijen deze oplossing aangrijpen om voor het politieke (niet het juridische) probleem van Brussel-Halle-Vilvoorde geen enkele oplossing meer te zoeken, wat politiek in Vlaanderen niet langer aanvaardbaar is na 50 jaar discussie over de splitsing van het kiesarrondissement. Deze piste werd inmiddels van de hand gewezen door Minister van Binnenlandse Zaken Turtelboom. Het is wel onduidelijk of het motief daarvoor juridisch van aard is of de reden is dat het politiek niet opportuun is dat een ontslagnemend minister hier het initiatief neemt. Dit alles houdt de Kamer evenwel niet tegen om een dergelijke wet te stemmen indien daarover overeenstemming zou bestaan. Indien de piste van de arrondissementel kieskring niet meer bewandeld wordt, zal toch best op een andere manier tegemoet gekomen worden aan de vragen over de legaliteit van de verkiezingen. Verder is het ook nodig dat de grondwetsartikelen vastgesteld worden door de Kamer en Senaat die voor herziening vatbaar moeten worden verklaard. Zonder die verklaringen zijn verkiezingen nutteloos, want dan kan geen staatshervorming doorgevoerd worden na de verkiezingen. Ons onwerkbaar politiek systeem kan dan evenmin niet hervormd worden. Wordt (1) een oplossing gevonden voor de wettigheid van de verkiezingen, bijvoorbeeld door een tijdelijke terugkeer naar de arrondissementele kieskring, en (2) worden de nodige grondwetsartikelen voor herziening vatbaar verklaard, dan kan de traditionele politieke klasse ten minste aan de bevolking uitleggen dat er na de verkiezingen op die manier gedurende 4 jaar geen verkiezingen hoeven te worden georganiseerd en dat niets de weg naar een staatshervorming en hervorming van ons politiek systeem tegenhoudt. Ondertussen spreekt het voor zich dat het wetsvoorstel dat in de Kamer in behandeling is over de splitsing van BHV verder moet behandeld worden na de verkiezingen. Vier jaar zouden moeten volstaan om alle alarmbelprocedures, amendementen en andere vertragingstechnieken uit te putten en te zorgen dat – bij niet akkoord – dit voorstel gestemd raakt. In Vlaams-Brabant zal men een tijdelijke terugkeer naar de arrondissementele kieskring niet toejuichen, maar het alternatief scenario lijkt gezien de politieke onwil die vandaag overheerst schadelijk voor de Belgische én Vlaamse economie. Veel alternatieven lijken er dus niet te zijn, tenzij de verdere radicalisering en de onmacht. Verkiezingen dreigen in die omstandigheden dan wel eens heel onvoorspelbaar te worden. Het is maar de vraag of de radicalisering die zich zal voltrekken een oplossing in de hand zal werken. Blauw, oranje, rood en groen zitten hier in dezelfde boot. Of zij zorgen voor een serener klimaat of zij dreigen elk op hun manier de rekening te betalen. Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|