|
Vandaag kent België voor het eerst sinds lang een echte nationale staking die gepaard gaat met een betoging in Brussel van de drie ‘representatieve vakorganisaties’ ABVV, ACV en ACLVB. De aanleiding van de betoging is het zogenaamde Generatiepact van de federale regering waarin een aantal maatregelen aangekondigd worden om ouderen langer aan het werk te houden. Vooral het verstrengen van de voorwaarden om met brugpensioen te kunnen gaan, leidt tot grote commotie binnen de vakorganisaties, die zich ten aanzien van hun leden verplicht voelen te betogen. Betreurenswaardig daarbij is dat de vakorganisaties hiermee geen hulp bieden bij het creëren van toekomstige werkgelegenheid voor vooral jongeren en laaggeschoolden. Aan werkgeverszijde is men echter ook niet vreemd aan enige schizofrenie. Het stelsel van het brugpensioen wordt publiek wel bekritiseerd door de werkgeversverenigingen, maar de realiteit is dat ook ondernemingen het brugpensioen zeer vaak hanteren om ontslagkosten af te wentelen op de overheid. Het zogenaamde Generatiepact, waartegen vandaag heftig geprotesteerd wordt, beoogt een hogere werkgelegenheidsgraad bij oudere werknemers. Dat er iets schort aan die werkgelegenheid van ouderen staat immers vast. België kent op één land in de EU na de laagste werkgelegenheidsgraad bij 55+’ers. In de statistieken van 45+’ers komt België zelfs als slechtste leerling uit de klas. In het Generatiepact wordt vooral aandacht besteed aan de inschakeling van ouderen in het arbeidsproces na een ontslag. Er wordt benadrukt dat een herstructurering van een onderneming niet het alibi mag zijn om oudere werknemers vanaf leeftijden als 48, 50 of 52 jaar tot de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) te dumpen in het brugpensioenstelsel. Begeleidingsmaatregelen moet de mogelijkheid op een nieuwe tewerkstelling verhogen. Het Generatiepact is een eerste stap naar een debat over de rol van ouderen in het arbeidsproces. Er zal evenwel nog veel aan toegevoegd moeten worden vooraleer de werkgelegenheidsgraad van ouderen effectief zal toenemen. Dat de voorwaarden voor het brugpensioen strenger worden, kan als niet meer dan normaal beschouwd worden en is misschien politiek moedig, maar allesbehalve de enige maatregel die noodzakelijk is om tot een hogere werkgelegenheid van ouderen te komen. Het brugpensioenstelsel is op zich echter al volstrekt perfide. Het brugpensioen houdt het ontvangen van een werkloosheidsuitkering in. Om die uitkering (en de aanvullende brugpensioenvergoeding) te kunnen ontvangen, moet de bruggepensioneerde verplicht werkloos blijven én mag hij niet meer werken op eender welke manier. Pas op de leeftijd van 65 jaar kan de bruggepensioneerde, die dan officieel met pensioen gaat, opnieuw enige activiteit ontwikkelen. De realiteit is dan ook dat heel watbruggepensioneerden in de praktijk lustig bijklussen in de officieuze economie. De realiteit van het brugpensioen is echter ook dat de werkgevers dit brugpensioen maar al te graag omarmen in het kader van een ontslag van oudere werknemers. In plaats van het betalen van dure opzeggingsvergoedingen gooien werkgevers én werknemers het vaak snel op een akkoordje waarbij de te betalen opzeggingsvergoeding verminderd wordt tot het wettelijke minimum om dan een parafiscaal gunstigere aanvullende brugpensioenvergoeding te betalen na het ontslag. Iedereen tevreden? Neen, de belastingbetaler wordt twee maal bedrogen. Enerzijds door het feit dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid sociale bijdragen op opzeggingsvergoedingen misloopt, anderzijds doordat meer werkloosheidsuitkeringen moeten worden betaald aan de bruggepensioneerden door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Om dan nog niet te spreken van economische effecten op lange termijn, waarbij de bruggepensioneerde werkloos moet blijven tot de pensioenleeftijd en men de officieuze economie stimuleert. Enige common sense leidt tot de eenvoudige analyse dat een dergelijk stelsel in een context waarin de gemiddelde levensverwachting gestegen is naar respectievelijk 82 jaar voor de vrouw en 77 jaar voor de man én de zogenaamde baby-boomgeneratie (geboren na de tweede wereldoorlog) op het punt staat zijn loopbaan te beëindigen, niet langer houdbaar is. Het Generatiepact is dan ook broodnodig, doch slechts een eerste stap in de goede richting. Zo staat het ook vast dat ouderen een andere rol in het arbeidsproces moet toegedicht worden dan die van een uitgebluste werknemer die te duur en onproductief zou zijn. Door herscholing en grotere mogelijkheden tot tijdskrediet kan de oudere werknemer een meer begeleidende (of rustigere) rol toebedeeld worden dan voorheen. Het brugpensioenstelsel wordt op termijn beter vervangen door een stelsel van vervroegd pensioen waarbij de vervroegde gepensioneerde niet langer als een werkloze moet worden aanzien die niet meer mag werken. Deze vervroegd gepensioneerde kan een degelijk pensioen aangeboden worden vanaf de leeftijd van 60 jaar (en in sommige sectoren of voor sommige functies zelfs iets vroeger), maar de ruimte moet gelaten worden voor deze vervroegd gepensioneerden om officieel toch opnieuw werk te zoeken en zo een pensioenbonus te verdienen op het ogenblik van de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. Tot slot moet afstand genomen worden van de volstrekt achterhaalde loonstrategie die werkgevers en werknemers aannemen. Het belonen van een hogere leeftijd of langere anciënniteit werkt contraproductief. Oudere werknemers worden uit de markt geprezen doordat hun lonen lineair stijgen naarmate ze ouder worden of meer anciënniteit hebben. Dit is ook de echte reden waarom geen oudere werknemers meer worden aangenomen door werkgevers. Hun loonkost is veel te duur, terwijl hun motivatie – na een lange loopbaan – gemiddeld iets minder groot is. Bij ontslag wegen deze loonkosten ook zeer zwaar door bij de berekening van de ontslagvergoeding (vooral bij hogere bedienden). De beperking van de disproportioneel hoge ontslagkosten van oudere werknemers is in dit opzicht overigens eveneens wenselijk. Kortom, het Generatiepact is dan ook maar een eerste initiatief in de richting van een hogere werkgelegenheidsgraad van ouderen. Het valt dan ook te betreuren dat op een dergelijk krampachtige en conservatieve manier gereageerd wordt door de vakorganisaties op de eerste voorstellen die in de goede richting gaan. Een oud statement van een bekend politicus was dat men geen sociale welvaart op een economisch kerkhof kan bouwen. Deze realiteit geldt vandaag nog meer dan vroeger. De ondergetekende hoopt alvast dat alle betrokken actoren hun verantwoordelijkheid zullen opnemen om de jongeren van vandaag ook een sociale welvaart te bieden die gelijkaardig is aan diegene die de 50’ers en 60’ers van vandaag gekend hebben. Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|