Nood aan een stabiel institutioneel klimaat

column vrijdag 05 oktober 2007

Egbert Lachaert

Yves Leterme wordt een tweede keer de ring in gestuurd als formateur. Het christendemocratische kopstuk heeft de afgelopen maanden al enkele blunders begaan, waarbij hij zich het manifeste wantrouwen van de Franstalige gemeenschap op de hals gehaald heeft. Dit wantrouwen zorgt – samen met een irrationele mediasfeer – voor het immobilisme dat dringend moet omgebogen worden. België kan zich geen twee maanden meer zonder regering veroorloven. In weerwil van wat bepaalde Vlaamse nationalisten menen, is een regeringsloos land overigens ook geen goede zaak voor Vlaanderen.

Sinds het St-Michielsakkoord van 1993 is België een federale staat. De sindsdien ontstane staatsstructuur is echter allesbehalve efficiënt en eenduidig ‘federaal’. Vandaag kent ons land een staatsstructuur met confederale en unitaire trekjes. Confederaal omdat bijvoorbeeld de nationale verkiezingen per deelregio worden georganiseerd en niet over de hele federatie (behalve dan het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde). Unitair omdat bijvoorbeeld bepaalde fiscale bevoegdheden zich enkel en alleen op het federale niveau bevinden en de regionale autonomie bijzonder beperkt is.

Het Belgisch huis werd dan ook in 1993 op drijfzand verplaatst en daar zien wij vandaag de gevolgen van. Het stond toen al vast dat de gecreëerde staatsstructuur een centrifugaal effect zou hebben. De ontmoetingsplaatsen tussen Franstaligen, Brusselaars, Walen, Duitstaligen en Vlamingen werden bijzonder beperkt en de media stelden zich in op de nieuwe politieke organisatie waarbij berichtgeving over de andere gemeenschappen bijna als irrelevant werd gezien. De verkiezingsstrijd van 10 juni jl. was daar een goed voorbeeld van. In Vlaanderen werd coming man Yves Leterme de hemel in geprezen, maar niet in het minst werd ooit de vraag gesteld hoe die gedoodverfde premier zijn verkiezingsprogramma zou kunnen hard maken en wie aan de overzijde van de taalgrens als partner zou kunnen fungeren.

Grote ontsteltenis maakte zich meester van de Vlaamse publieke opinie toen na 10 juni jl. bleek dat de geesten in Wallonië in volstrekt andere zin waren geëvolueerd. Erger nog, in Wallonië leek men evenmin het debat in Vlaanderen gevolgd te hebben en was de triomferende Didier Reynders (MR) in de waan dat een rooms-blauwe regering snel tot een Franse toverdrank zou leiden, quod non.

Elke constitutionele crisis, dus ook de huidige, biedt echter perspectieven. De bevolking stelt zich vandaag de vraag of er nog een toekomst voor België in het verschiet ligt. Als liberaal meen ik dat er voor ons land wel degelijk een toekomst bestaat, al was het als voorbeeld voor de internationale gemeenschap dat taal- en cultuurverschillen een samenleven tussen burgers niet in de weg hoeven te staan. Als democraat zou het mij overigens voor de borst stoten dat een kleine minderheid nationalisten, waarvan slechts een minderheid gedreven wordt door rationele argumenten, er in zouden slagen hun nationalistische ideologie op te leggen aan een meerderheid van de Belgen die niet pleit voor separatisme. Voorts is het ook mijn overtuiging dat België, met zijn economisch Brussels hart, een sociaal-economische meerwaarde biedt. Vlaanderen als regio – zeker zonder de stad Brussel – heeft behalve zijn havens en KMO’s te weinig te bieden als markt om een rol van betekenis te kunnen spelen in het Europa van morgen.

Daarmee wil ik evenwel niet gezegd hebben dat een staatshervorming niet nuttig en nodig is. Het komt er hem echter vandaag op aan om tussen de onderhandelende partijen vertrouwen te creëren en dit vertrouwen kan enkel gecreëerd worden indien men duidelijkheid creëert over de gewenste einddoelstellingen van een staatshervorming. Een stabiel institutioneel klimaat is primordiaal en er dient naar instellingen gestreefd te worden die over homogene bevoegdheidspakketten beschikken. Indien men ‘op goed bestuur’ als einddoel mikt, is een gesprek over de taalgrenzen wel degelijk mogelijk.

Men kan de Franstaligen echter begrijpen dat zij zich zorgen maken over de ware agenda van bepaalde onderhandelaars, zoals Bart De Wever. Geen mens die gelooft dat die aan de tafel zit om een stabiel institutioneel klimaat voor de komende decennia te creëren. Voor Bart De Wever en de NVA is er maar één weg en dat is de weg van het separatisme. Kan men dan begrijpen dat de Franstaligen argwanend aan de tafel zitten en pogen ieder (zelfs constructief) Vlaams voorstel van tafel te krijgen?

Om de argwaan weg te werken, zullen de Vlaamse partijen CD&V en Open Vld alvast uit een ander vaatje moeten tappen dan het uitbrengen van een (nieuw) gezamenlijk standpunt met NVA om Yves Leterme te steunen. Na 116 dagen onderhandelen, lijkt het leveren van rugdekking aan het duo Leterme-Dewever immers meer op het handhaven van het destructieproces van dit land, dan van het zoeken naar een oplossing.



Egbert Lachaert

Egbert Lachaert

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be