Pleidooi voor een efficiënte en democratische overheidcolumn vrijdag 22 oktober 2004Egbert LachaertHet blijkt een naakte vaststelling dat wie een ministerpost of parlementair mandaat ambieert, maar beter in België geboren wordt. Ons land kent – voor zover ik de tel nog niet kwijt raakte – maar liefst zes regeringen. Om het helemaal overzichtelijk te maken, worden deze regeringen dan nog niet eens op hetzelfde ogenblik verkozen. Om dan nog niet te spreken van het feit dat er in ons land ook nog steeds provincies bestaan met hun geijkte uitvoerende en wetgevende organen en dat de kiezer daarnaast ook nog af en toe gestoord wordt om te gaan stemmen om gemeentelijke en Europese mandatarissen te verkiezen. Het schitterende resultaat van jarenlang minutieus ‘staatshervormen’ was dat na de federale verkiezingen vorig jaar, waarbij de paarse regeringspartijen een nieuw mandaat voor vier jaar verkregen, dit jaar het resultaat van die verkiezingen al in twijfel werd getrokken en zowat ieder kopstuk uit de federale regering ook figureerde op de Vlaamse en Europese verkiezingslijsten. Om de chaos helemaal compleet te maken, gingen die Vlaamse en Europese verkiezingen dan nog klaarblijkelijk niet over Vlaamse of Europese thema’s, doch wel over werk, economie en sociale zekerheid, bij uitstek federale materies! Is er nog iemand verwonderd dat de kiezer afhaakt? Ons staatsbestel houdt het midden tussen een confederaal en een federaal model. Confederale elementen zijn onder meer dat een federale wet niet hoger in de hiërarchie der rechtsbronnen geplaatst wordt dan een decreet van een deelstaat en dat de kiezers bij een nationale verkiezing niet de mogelijkheid hebben om te stemmen op kandidaten uit andere deelstaten. Federale elementen zijn dan weer het behoud van alle niet-specifiek aan de deelstaten toegekende bevoegdheden op federaal niveau. De chaotische structuur die de politici (of zou de term ‘bricoleurs’ hier passender geweest zijn?) van de jaren ’80 en ’90 ons cadeau gedaan hebben, is geen geschenk voor de beleidsdragers van vandaag. Eén principe is daarbij spijtig genoeg vaststaand: politieke partijen spannen zich van nature in omwille van electorale overwegingen en stemmengewin. Elk DHL-vliegtuig meer boven een buurt waar men stemmen kan winnen, is op dat vlak een vliegtuig te veel. Indien men dan weet dat de luchthaven van Zaventem op de grens ligt tussen gebieden die door drie verschillende regeringen worden geleid, kan men zich de problemen zo al inbeelden. De vraag is maar zeer of een dossier als dat van DHL een werkelijk communautair dossier is. Het is eerder een dossier waarbij ons gebrekkig staatsbestel ons parten speelt, met de werknemers van DHL als trieste slachtoffers van de hele structuur. Bovendien kon de federale regering (die uiteindelijk toch boven de grenzen van de deelstaten regeert) haar wil niet doordrukken omdat zij ‘in de hiërarchie’ ook niet hoger geplaatst is dan de deelstaten. Liberales hield eerder dit jaar een studiedag in Gent omtrent de actieve welvaartstaat. Eén van de conclusies van die dag was dat een overheid geen ‘jobcreator’ is. Een overheid kan zelf geen arbeidsplaatsen creëren, zij kan enkel het meest gunstige kader scheppen waarbinnen het interessant wordt te investeren, waardoor jobs ontstaan. In die optiek is het belangrijk dat een overheid stabiel, doorzichtig en efficiënt is en ook dat imago heeft bij potentiële investeerders. Op onze studiedag werd met cijfers aangetoond dat de hoge loonkost in België weliswaar een handicap is, maar dat dit zelfs nog niet opweegt tegen de administratieve rompslomp en kosten die daarmee gepaard gaan voor ondernemingen. België heeft in het DHL-dossier allesbehalve uitgeblonken als een efficiënte, doorzichtige en efficiënte overheid, de inspanningen van de federale en Vlaamse regeringen ten spijt. De vraag is of uit deze crisis niet enkele lessen moeten getrokken worden omtrent onze staatsstructuur. De vraag die men zich daarbij kan stellen: in hoeverre is deze staatsstructuur werkbaar? Deze column is niet bedoeld om een nieuwe aanzet te zijn tot een emotioneel debat waarbij de termen ‘kaakslag’, ‘geldstroom, ‘separatisme’ onmisbaar zijn, maar eerder bedoeld om een rationele analyse te maken van hoe ons land efficiënter kan worden georganiseerd. Liberalen zouden op dit vlak de voortrekkers dienen te zijn. Indien er één thema is waarmee liberalen zich zouden moeten vereenzelvigen en krachtdadig naar voor zouden moeten treden, is het het strijden voor een efficiënte overheid die haar kerntaken op de meest krachtdadige manier uitvoert en daarbij de nadruk legt op de persoonlijke vrijheid van allen zonder de intermenselijke solidariteit uit het oog te verliezen. Een consequente federale structuur kan daarbij werkbaar zijn in België, doch dan dient onze staatsstructuur ook teruggebracht worden tot een echte federale structuur. Het is op dit vlak onaanvaardbaar dat de kiezers slechts deels de volksvertegenwoordigers en senatoren kunnen aanduiden die hen uiteindelijk zullen vertegenwoordigen. Behalve de gepriviligieerde inwoners van het district Brussel-Halle-Vilvoorde beschikt geen enkele Belg over de mogelijkheid om op een kandidaat te stemmen die tot een andere taalgemeenschap behoort. Vanuit democratisch oogpunt zou elke Belg bij de federale verkiezingen toch minstens het recht moeten hebben om op iedere kandidaat te stemmen die hem zal vertegenwoordigen ongeacht tot welke taalgemeenschap die behoort. Waarom zou een Vlaming niet op Louis Michel kunnen stemmen indien hij vindt dat deze politicus hem op een goede manier zou kunnen vertegenwoordigen? Waarom zou een Waal niet op Johan Vande Lanotte kunnen stemmen indien hij hem een bekwame minister vindt? Is het geen permanente bron van conflicten dat Waalse partijen enkel stemmen in Wallonië kunnen halen? Zou het voor de Waalse partijen geen impuls kunnen zijn beter rekening te houden met de wil van de Vlamingen indien die Waalse partijen ook stemmen zouden kunnen halen in Vlaanderen? Een federale mandataris moet het hele land vertegenwoordigen. Het is dan ook bijzonder jammer dat onze staatsstructuur ons niet toelaat bij federale verkiezingen te stemmen op de helft van de kandidaten die ons zou kunnen vertegenwoordigen. In dit alles vervalt de hele discussie over Brussel-Halle-Vilvoorde in de marge. Het is inderdaad onrechtvaardig dat enkel Franstaligen in de Vlaamse rand op Vlaamse én Franstalige partijen kunnen stemmen. Vlamingen en Walen zouden dit immers ook moeten kunnen bij de federale verkiezingen. Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert.lachaert@bellaw.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|