De klassieke geopolitici, beïnvloed door Darwinistisch denken, beschouwden de staat als een organisme die ruimte inneemt, groeit, verschrompelt en ten slotte afsterft. Het territorium van een staat is in deze context een uiting van zijn macht en zijn vitaliteit. De grenzen van de staat zijn echter dynamisch gebleken. Door de eeuwen heen heeft de mens het talent ontwikkeld om het territorium van zijn staat op diverse manieren verder uit te breiden. Eén voorbeeld hiervan is de landwinning op zee waarin landen als Nederland een noodzaak toe voelden door de dichte bevolkingsgraad. Economische en militaire macht waren andere manieren om de staat te versterken. Nu lijkt het alsof een extra dimensie zich aankondigt: de ruimte. De Europese ruimtevaartindustrie moet het stellen zonder de stabiliserende invloed van militaire programma’s, zoals in de Verenigde Staten. Bovendien zijn er juridische belemmeringen. In de ESA-conventie wordt bepaald dat met het Europese ruimtevaartprogramma uitsluitend vreedzame doeleinden mogen worden nagestreefd. Resolutie 1962 die door de Algemene vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen in december 1963 stelt onder meer dat de ruimte vrij verkend mag worden door alle staten en enkel ten voordele van de internationale vrede en stabiliteit. Indien deze conventie wordt nageleefd lijkt het dus niet mogelijk dat één staat een stuk van de ruimte zou opeisen als een verlengde aan diezelfde staat. Maar internationale verdragen worden in vraag gesteld en de grenzen van de interpretatie van dergelijke verdragen worden steeds meer getest. Hoewel het nog zeer zelden in de actualiteit wordt vermeld zijn de Verenigde Staten nog steeds bezig met de ontwikkeling van het antiraketschild, waarbij het ABM-verdrag van 1972 wordt verdaagd als een overblijfsel van de koude oorlog. Naast de strategische raketverdedigingsplannen bestaat een verdergaand plan voor het in gebruik nemen van de ruimte als een nieuw oorlogstoneel. Het Amerikaanse 'Space Command' is al jaren bezig met het ontwikkelen van de plannen hiervoor. Het volstaat hiervoor het document van het US Space Command Vision for 2020 in te kijken waarin de missie van het Space Command wordt omschreven als "dominating the space dimension of military operations to protect US interests and investment. Integrating Space Forces into warfighting capabilities across the full spectrun of conflict.". Ook Rusland heeft aangekondigd dat het per 1 juni 2001 strijdkrachten voor oorlogvoering in de ruimte zal oprichten. De koude oorlog mag in Europa wel volledig tot de verleden tijd behoren, er zijn andere probleemgebieden. De onrust in Azië lijkt enkel toegenomen door de verschuivende (economische) machtsverhoudingen. Japan dat sinds de Tweede Wereldoorlog, onder de militaire vleugels van Amerika, uitgegroeid is tot een economische wereldmacht voelt meer en meer de hete adem van de Chinese draak. Japan streeft naar de erkenning als een ‘normaal’ land dat ook zijn rol kan spelen in de internationale politiek en dan niet enkel als economische grootmacht, maar ook als militaire. Dit is niet voor de hand liggend aangezien de Amerikanen tijdens de bezetting van Japan na de Tweede Wereldoorlog een uitzonderlijk artikel hebben laten opnemen in de grondwet. Artikel 9 van de Japanse grondwet stelt namelijk dat: ‘Het Japanse volk voor eeuwig afziet van oorlog als een soeverein recht van de natie en de dreiging of het gebruik van geweld als middel om internationale conflicten te beslechten afziet’. Sindsdien beschikt Japan over een ‘zelfverdedigingsleger’ en is de interpretatie van artikel 9 door de jaren geëvolueerd. Zo nam het parlement in 1992 een wet aan die stelde dat de Zelfverdedigingsmacht kan deelnemen aan het uitvoeren van de niet-gevechtstaken in VN-verband. Het begrip zelfverdediging werd verder gerekt met de antiterrorismewet van september 2001. En vandaag stelt de Liberale LDP (de partij van premier Koizumi) dat het mogelijk zou moeten zijn om de ruimte voor militaire doeleinden te gebruiken, ook al is er sinds 1969 een wet van kracht die stelt dat de ruimtevaartprogramma’s enkel voor vreedzame doeleinden kan dienen. De partij oordeelt dat zelfverdediging gelijkgesteld kan worden aan vreedzaam gebruik. En aangezien de grenzen van het begrip ‘zelfverdediging’ bij oorlogsvoering in de laatste jaren reeds is verwaterd, kunnen wij ons enkel de vraag stellen waar dit zal eindigen. Zeker aangezien Japan eind vorig jaar de zuinigste begroting voorstelde in acht jaar, waarbij ruimteonderzoek een van de weinige uitgavenposten is die stijgt. De begroting trekt ook 139,9 miljard yen uit voor de ontwikkeling, samen met de VS, van een antiraketschild dat Japan moet beschermen tegen vijandige raketten. Dit laatste is nog te begrijpen, aangezien Japan sinds de Tweede Wereldoorlog steeds de VS heeft gevolgd op het gebied van defensie en toen ik in 1998 in Japan was er nog Noord-Koreaanse raketten richting Japan zijn gelanceerd. Waarbij er één voor Japan in de zee terecht kwam en de andere over Japan vloog naar de Pacific. Japan beschouwt China echter als een grotere potentiële dreiging. Tokio maakt zich vooral zorgen over de recente verhogingen van het Chinese defensiebudget, de aanschaf van geavanceerde gevechtsvliegtuigen en marineschepen van Rusland en de uitbreiding van het raketarsenaal. Bovendien kunnen de onlangs aangeschafte onderzeeboten uit de Kiloklasse de belangrijke maritieme handelsroutes, die cruciaal zijn voor het economisch overleven van Japan, afsluiten. De relaties tussen China en Japan zijn sinds 2001 verder onder druk komen te staan door bezoeken van premier Koizumi aan de tempel in Yasukuni, waar onder meer de zielen van veertien oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog worden geëerd. Daarnaast leidde de herziening van Japanse geschiedenisboeken dit voorjaar tot felle anti-Japan-demonstraties in China. Hoewel historici aannemen dat bij de verovering van de Chinese stad Nangking in 1937 Japanse troepen driehonderdduizend burgers hebben gedood en tienduizenden Chinese vrouwen hebben verkracht, spreken de Japanse geschiedenisboeken eufemistisch over 'een groot aantal Chinezen' die zijn gedood. Ook China en India beschikken over ambitieuze plannen in de ruimte. Beide landen worden fel bekritiseerd: veel geld uitgeven aan deze nieuwe ruimtewedloop terwijl de halve bevolking in armoede leeft. De bestuursvoorziter van India's ruimtevaartorganisatie ISRO, George Joseph, stelt echter dat dit onzin is. Hij herhaalt de woorden van de vader van India's ruimtevaartprogramma, Vikram Srabhai: “Het is niet of we 't ons kunnen veroorloven, het is of we 't kunnnen veroorloven niet te doen”. George Joseph voegt eraan toe: “Wetenschap leidt tot meer productieve technologieën”. Maar, ten koste van alles? De ruimtewedloop werd tijdens de Koude Oorlog als een belangrijk onderdeel van de culturele en technologische machtsstrijd beschouwd tussen de Verenigde Staten en de toenmalige USSR. Gezien de recente ontwikkelingen kan men stellen dat het gevaar nog niet geweken is. Er moet internationaal op toegezien worden dat er onder het mom van het veiliger maken van de wereld dergelijke middelen niet worden ingezet. Katrien Leinders Katrien Leinders Linksmailto:katrien_leinders@hotmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|