De zin van het werken

column vrijdag 10 juni 2011

Lieven Monserez

Beste lezer, u weze gewaarschuwd. Dit is een column zoals Rik Torfs die graag zou hebben: een werkstuk vol nuanceringen, een artikel waarin de gelaagdheid van een problematiek aan de orde kan komen, een verhaal van ‘enerzijds, anderzijds’. Vindt u dergelijke intellectuele brouwsels maar gewauwel, lees dan niet verder. Aan wie wel de moed en zelfopoffering aan de dag legt om door te gaan, hoop ik iets bij te brengen over werk en zingeving.

Vorig weekend vierde het ACW, de christelijke arbeidersbeweging, ‘Rerum Novarum’. Met deze encycliek zette paus Leo XIII 120 jaar geleden de sociale kwestie volop op de rooms-katholieke kaart. Van deze verjaardag maken de prominenten binnen het ACW volop gebruik om hun Duitse broeders de mantel uit te vegen. Volgens hen is het Duitse sociale model niet langer een model dat het navolgen waard zou zijn. De Duitse economie kan alleen maar nieuwe jobs creëren die laag betaald worden en de werknemers weinig arbeidsvreugde bezorgen. Het niveau van de Duitse uitkeringen is ook al niet meer wat het geweest was. Van de Duitse boer dus geen eieren meer, laat staan komkommers!

Toch wel een vreemde houding vanwege mensen die zich tot nu toe altijd beroemd hebben op het Rijnlandmodel, deze unieke mix van de vrije markt met sociale correcties zoals een sterke sociale zekerheid. Nu het Rijnland er economisch weer bovenop is gekomen en niet langer de ‘zieke man van Europa’ is, zou het plots niet meer als voorbeeld mogen gelden. Nochtans is het dankzij onze sterke Duitse buur dat de Belgische economie dit jaar naar een groei van bijna 2,5 % afstevent. Als we nu het goede uit Duitsland zouden overnemen, zou de Belgische economie dan niet nog meer kunnen groeien? Dit zou het oplossen van netelige vraagstukken, zoals het verminderen van het overheidstekort, het terugdringen van de staatsschuld en de vergrijzing, alvast een stuk makkelijker maken.

De Duitse economie zet prestaties neer die in de opkomende groeilanden evenmin zouden misstaan. De werkloosheid in Duitsland staat nu op het laagste niveau sinds de Duitse hereniging in 1990. Dit alles is voor een groot stuk het resultaat van de loonmatiging die de Duitse sociale partners al jaren volhouden. Daardoor kon de Duitse industrie haar concurrentiekracht terugwinnen. Koppel dit aan het feit dat de Duitse industrie blijkbaar de goederen produceert die de Chinezen en anderen hard nodig hebben om hun eigen economie verder uit te bouwen. Dan krijg je een industrie die er weer staat en zo volop mee kan profiteren van de kansen die de globalisering biedt. Om de sterke stijging qua orders op te vangen heb je bijkomend personeel nodig. Dit veronderstelt natuurlijk dat er op de arbeidsmarkt voldoende aanbod is, met andere woorden dat er voldoende mensen op zoek zijn naar werk. Daar heeft de regering van bondskanselier Schröder, bestaande uit socialisten en groenen (!), mede voor gezorgd door de grote arbeidsmarkthervormingen van 2003. Door de sociale uitkeringen minder aantrekkelijk te maken, werden meer mensen gestimuleerd om werk te gaan zoeken.

Dit Duitse recept zou zeker voor sommige streken van Vlaanderen heel welkom zijn. Neem bijvoorbeeld de provincie West-Vlaanderen. Daar is iets minder dan de helft van de beroepsbevolking arbeider, dit is 20 % meer dan in de rest van Vlaanderen. Dat wijst op de nog zeer sterke industrie aldaar. Bepaalde delen van deze industrie kunnen, net als de Duitse industrie, mee surfen op de sterke golven van de groeilanden. Deze bedrijven krijgen de extra stroom aan orders echter niet verwerkt. Ze worden in hun expansie afgeremd door de krappe West-Vlaamse arbeidsmarkt. Zo bedraagt de werkloosheid in het arrondissement Tielt amper 3,6 %, wat door economen als een situatie van bijna volledige werkgelegenheid wordt gezien.

Amper enkele tientallen kilometer verder, in Moeskroen, is er wel veel werkloosheid. Maar blijkbaar is het oversteken van een taalgrens een onmetelijk groot obstakel. Er is werk in West-Vlaanderen, er is arbeidsaanbod in Moeskroen, maar de twee vinden elkaar niet. Dus moeten de ondernemingen in het zuiden van West-Vlaanderen hun heil gaan zoeken in het noorden van Frankrijk. Blijkbaar is voor Fransen het oversteken van een landsgrens niet zo onoverkomelijk. Zou het feit dat Franse werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperkt zijn daar toch niet voor iets tussenzitten?

Hebben de criticasters van de Duitse gang van zaken dan totaal geen punt? Toch niet. Terecht waarschuwen ze voor het gevaar dat steeds meer werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijven zitten, omdat ze zich niet kunnen opwerken. Ze zijn gevangen in een negatieve spiraal van inhoudsloze jobs zonder arbeidsvreugde, opeenvolgende arbeidscontracten van korte duur waar het altijd de vraag is of je morgen nog wel een baan hebt en een loon waarmee men niet of amper uit de kosten komt. Ook Günter Wallraff slaat hier terecht spijkers met koppen. In zijn jongste boek Heerlijk Nieuwe Wereld beschrijft hij zijn ervaringen als undercoverreporter aan de achterkant van de Duitse economie. Zo werkte hij een tijdje in een industriële bakkerij die levert aan warenhuizen. Door het monotone werk en de zeer lange arbeidsdagen zijn de werknemers daar de uitputting nabij. Het is dan ook niet te verwonderen dat ze zich regelmatig verbranden. Ook Wallraff liep brandwonden op. De sporen daarvan zijn nu nog altijd te zien bij hem.

We mogen inderdaad niet blind zijn voor de diepe kloof die zich in onze samenleving steeds meer manifesteert. De kloof tussen zij die in het leven alle kansen hebben gekregen en daardoor het nog nooit zo goed hebben gehad en zij die nooit echt kansen hebben gekregen en daardoor van de regen in de drop terechtkomen. Frits Bolkestein zei enkele jaren geleden dat de warmte van een baan te verkiezen is boven de kilte van een uitkering. De springplank van een job is effectief beter dan de hangmat van een uitkering. De springplank doet echter minder zijn werk. Meer mensen kunnen niet meer hoog genoeg springen of komen zelfs niet meer aan springen toe. De trampoline is dringend aan verbetering of vervanging toe.

Tevens wijst de uitspraak van Frits Bolkestein op een lacune waar het liberalisme al lang mee kampt, maar die het toch dringend moet verhelpen. Liberalen zijn altijd sterk geweest in de materiële zaken des levens. Maar de immateriële kant van de zaken is zeker niet het sterkste punt bij liberalen. Nochtans zullen zingevingskwesties aan belang blijven winnen. Neem nu de spirituele dimensie van arbeid. Werk is zo veel meer dan het vergaren van een inkomen door het verrichten van arbeid. Werk is een bron van sociale contacten, door te werken kan men een nuttige bijdrage aan de maatschappij leveren, via het werk kan men zijn talenten ontplooien enz. Kortom, goed werk is een belangrijke factor van levensgeluk.

Werk zou voor iedereen moeten zijn zoals de traditionele vraag van een slager. Ja, het mag meer zijn! Wat is de zin van het werken? Wat is waardig of kwaliteitsvol werk? Dat meer liberalen zich daar nu eens over zouden buigen…



Lieven Monserez

Lieven Monserez

Links
mailto:lieven@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be