In hun opiniestuk ‘It's not only the economy!’ (De Morgen, 15 december) repliceert Jong CD&V tegen mijn stelling dat de geest van de burgermanifesten terug uit de fles moet en dat we niet achter de drukkingsgroepen moeten lopen. Ze begrijpen niet dat dit een progressieve visie is. Nochtans is opkomen voor het recht op zelfbeschikking de meest progressieve strijd die in de loop van de geschiedenis gevoerd is, en dat zal ook in de toekomst het geval zijn. De kern van het liberalisme betreft het onvermoeibaar strijden voor het wegwerken van vormen van onvrijheid. Iedere mens moet zelf zijn levensplan kunnen invullen. Het liberalisme wil de keuzevrijheid van éénieder, ongeacht afkomst, ras of geaardheid vergroten. De economische vrijheid is daarbij een afgeleide van de ethisch, menselijke gekoesterde vrijheid. Het liberalisme is de meest progressieve beweging in het politieke spectrum. Dat was vroeger al zo en dat bijft ook vandaag het geval. Het waren in het verleden liberalen die opkwamen voor fundamentele rechten en sociale bescherming. Zoals John Stuart Mill die als eerste pleitte voor stemrecht voor vrouwen. De Britse liberale staatsman William Gladstone kwam op voor de erkenning van vakverenigingen en het stakingsrecht. Hij stond aan de zijde van de verdrukten, de verdrukte naties en de minderheden, zelfs als dat tegengesteld was aan het staatsbelang van het Britse imperium. De Britse liberale econoom William Beveridge zorgde voor het systeem van sociale zorg in Groot-Brittannië en lag aan de basis van de hedendaagse sociale zekerheid. Ook in ons land toonden liberale politici als ware progressieven. Gustave Callier was in de 19de eeuw een pleitbezorger van het algemeen verplicht lager onderwijs. Paul Janson kwam op voor het algemeen kiesrecht, de schoolplicht en de lotsverbetering van de arbeidersklasse. Louis Varlez stond aan de wieg van de volksrestaurants, de werkloosheidsverzekering, de arbeidsbemiddeling en stond mee aan de wieg van de International Labour Organisation. Henri Story bepleitte een getemperde vrije markteconomie met een sociaal vangnet voor iedereen. Lucienne Herman Michielsens ijverde voor de liberalisering van abortus. Al deze voorbeelden tonen aan dat het liberalisme een sterke sociale inslag had en heeft. Ook vandaag blijft de liberale beweging bijzonder progressief. Denk aan de houding van de VLD over euthanasie en het homohuwelijk, haar standpunten over het Generatiepact en de versterking van de sociale zekerheid, de open houding tegenover de werknemers uit de nieuwe Europese lidstaten, de strijd tegen de onderdrukking van moslimvrouwen binnen de orthodoxe islam, de bescherming van de privacy en mensenrechten in de strijd tegen de terreur, en de verwerping van elke samenwerking met extreemrechts. Ook naast de partij tonen liberale organisaties hun progressieve imago. Zoals de liberale vakbond die steeds meer mensen overtuigt van de noodzakelijke combinatie van vrijheid en rechtvaardigheid. Zoals het Willemsfonds dat opkomt voor een versterking van het humanisme. Of Solidariteit voor het Gezin, een succesvolle organisatie die instaat voor ondermeer gezins- en bejaardenzorg. De klemtoon ligt steeds op het liberale principe van de zelfredzaamheid. De vooruitstrevende politieke, maatschappelijke en ethische visie van het liberalisme staat lijnrecht tegenover het conservatisme van andere partijen. Zoals bij socialisten die elke modernisering van ons sociaal economisch apparaat afwijzen, vasthouden aan verworven rechten en werknemers uit de nieuwe Europese lidstaten buiten de grenzen houden. Zoals bij extreemrechts dat het individu ondergeschikt maakt aan de etnische volksgemeenschap en op economisch vlak pleit voor corporatisme. Zoals ook bij christendemocraten die in de dagelijkse politiek laten zien dat ze nog steeds de drukkingsgroepen achterna lopen en zich verzetten tegen elke modernisering. Denk aan de houding van CD&V-senator Hugo Vandenberghe die zich verzet tegen euthanasie bij mensen die ondragelijke pijn lijden. Denk aan Greta Dhondt, voormalig nationaal secretaris van het ACV, die zich verzet tegen het Generatiepact en de noodzaak om meer mensen langer aan het werk te houden. Denk aan Yves Leterme die meestapt in boerenbetogingen voor het behoud van de schandelijke exportsubsidies en dumpingpraktijken waardoor miljoenen boeren in het zuiden in armoede leven. Denk aan Mieke van Hecke die zich afzet tegen homoseksuele leerkrachten in het vrij onderwijs. Denk aan Kris Peeters die natuurgebieden wil openstellen voor jagers, ten nadele van fietsers, joggers en wandelaars. Denk aan Pieter De Crem die de beslissing over de uitstap uit kernenergie onvoorwaardelijk wil terugdraaien waardoor we aansluiting zouden missen met de toepassing van noodzakelijke alternatieve energietoepassingen. De christendemocraten spelen net als andere conservatieven in op de onzekerheid en de natuurlijke angst voor verandering bij de burgers. Nochtans zijn tal van vernieuwingen noodzakelijk om onze welvaart veilig te stellen en de samenleving leefbaar te houden. In 2007 zullen de kiezers een beslissende keuze moeten maken over de toekomst van ons land. Ofwel kiezen we voor een verdere moderniserig van onze samenleving, ofwel sluiten we ons af van de noodzakelijke veranderingen die zich opdringen en keren we terug naar de tijd waarin drukkingsgroepen het voor het zeggen hadden. Een comeback dus van het conservatisme. Het is aan de burgers om te bepalen of we ons land verder willen moderniseren of dat we de klok terugdraaien. Mathias De Clercq Mathias De Clercq Linksmailto:mathiasdeclercq@hotmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|