De federale oppositiepartijen CD&V, NVA en Vlaams Belang pleiten voor een verregaande staatshervorming waarbij ze tal van bevoegdheden willen overdragen naar de gewesten en gemeenschappen. Hun doel is een verregaande vorm van confederalisme en voor sommigen zelfs regelrecht separatisme. Zelf ben ik daar vierkant tegen. Uiteraard kunnen we enkele bevoegdheden overhevelen waarbij gestreefd wordt naar meer eenvoudigheid, subsidiariteit, samenwerking, gelijke behandeling, financiële verantwoordelijkheid, solidariteit en een nieuw evenwicht tussen meer autonomie van de deelstaten en samenhang van de federatie. Het moeten aanpassingen zijn die ten goede komen van de burgers, ongeacht hun afkomst of woonplaats. En dus geen aanpassingen die ingegeven zijn door rancune, eigenbelang of het belang van de ‘eigen volksgemeenschap’. Als liberaal sta ik bijzonder wantrouwig tegenover elke vorm van nationalisme of het belang van het ‘volk’. Nationalisme is niet verzoenbaar met de fundamentele liberale waarden. In feite zijn ze elkaar tegengestelde. Nationalisme heeft steeds een conservatieve reflex gehad en is feitelijk tegengesteld aan het Verlichtingsdenken. Dat liberalisme en nationalisme moeilijk verenigbaar zijn, spruit voort uit de kern van het liberale gedachtegoed zelf dat de individuele vrijheid centraal stelt. Grenzen, zowel geestelijke als fysieke, druisen daar tegenin. Elk nationalisme vertaalt zich naar een gemeenschappelijk kenmerk, een bindend element, een volk, een groep of een stam. Het liberalisme erkent alleen het menszijn als verbondenheid. Elke andere eigenschap leidt tot particularisme of corporatisme. In die zin voel ik mij niet zozeer Vlaming of Belg, maar een wereldburger. Ik begrijp die hang naar separatisme niet. Individuele vrijheid is onverenigbaar met onderwerping van de mens aan het belang van het volk, de natie, de geschiedenis, de taal, de levenskracht, bloed en bodem. ‘Een mens definiëren op grond van de groep waartoe hij behoort: zo begint de stigmatisering, dat is de daad die alle vormen van racisme inluidt’, schreef de Franse filosoof Alain Finkielkraut. Omgekeerd kan geen enkel volk, geen enkele religieuze groep, geen enkel ‘ras’ zich beroepen op zijn superioriteit om de individuele mens te herleiden tot een deelgenoot. Het nationalisme gaat uit van een vermeende superioriteit van het ‘eigen volk’. Het veroordeelt op die manier de vreemdeling, zowel diegene die hier al decennialang geïntegreerd is als de ware buitenstaander. Zij kunnen en mogen geen deel uitmaken van de volksgemeenschap. In het beste geval worden ze getolereerd, in het slechtste worden ze teruggestuurd of zoals onder nazi-Duitsland vernietigd. We moeten af van het tromgeroffel waarmee Vlaamse partijen rond de staatshervorming naar de verkiezingen trekken. Dat is niet in het belang van de mensen. Hun voorstellen zijn vaak gewoon schrikbeelden waarmee ze de eigen problemen willen afwentelen op de anderen, de ‘wereldvreemde’ Brusselaars, de ‘luie’ Walen en de ‘criminele’ vreemdelingen. Alsof we in Vlaanderen zo perfect zijn. Neem het discours over de werkonwillige Franstaligen. Ook in Vlaanderen zijn er vele duizenden openstaande vacatures maar die raken niet ingevuld ondanks de 178.000 ‘werkzoekenden’. Als Schepen van Werk en Economie in Gent krijg ik dagelijks vragen van bedrijven en KMO’s die op zoek zijn naar mensen die de handen uit de mouwen willen steken, maar ze vinden ze niet. Daarmee gooi ik geen steen naar de vele werklozen die zich oprecht inzetten om een gepaste job te vinden – zo worden vooral ouderen en vreemdelingen vaak gediscrimineerd – maar moeten we meer dan vroeger zorgen voor stimulering, herscholing en desnoods het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Vakbonden en zogenaamd progressieve partijen zullen hiervoor steigeren en dit voorstel afdoen als asociaal, maar in feite is het aanzetten tot het aannemen van een job de beste en meest sociale maatregel ook. Uitkeringen houden de mensen in een positie van afhankelijkheid, terwijl een job hen emancipeert en kansen geeft in de samenleving. De staat hervormen is prima, maar het lijkt me allemaal teveel achterhaalde symboliek. Voor mij is het belangrijker of er concrete problemen mee worden opgelost. Neem nu de geluidsnormen over de nachtvluchten rond de luchthaven van Zaventem. De Vlaamse en Brusselse regering geraken het maar niet eens waardoor een heel belangrijke economische activiteit die tienduizenden jobs garandeert, dreigt verloren te gaan. Die materie moeten we dringend herfederaliseren. Want stel u voor, een piloot die tijdens het landen rekening moet houden met Vlaamse en Brusselse geluidsnormen! Yves Leterme en Charles Picqué geraken er niet uit. Hoog tijd dat serieuze politici dit probleem oplossen. Niet met tromgeroffel en kaakslagflamigantisme, maar door een open en constructieve dialoog tussen volwassenen. Mathias De Clercq Mathias De Clercq Linksmailto:Mathias.DeClercq@Gent.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|