Tegen de angst

column vrijdag 21 april 2006

Mathias De Clercq

Het liberalisme is een fascinerende ideologie. Het houdt een levensmentaliteit in, uitgaande van het respect voor elke mens, het geloof in de kracht en de creativiteit van het individu en het onbevooroordeeld benaderen van elkeen. Het liberalisme koestert de vrijheid, wat inherent inhoudt dat voortdurend moet gestreden worden naar het wegwerken van onvrijheid. Het liberalisme is een vernieuwingsgezinde beweging, dat het gevestigde steeds in vraag stelt en zich verzet tegen verstarring, status-quo, bekrompenheid en conservatisme. Vrijheid staat voor openheid, wat leidt tot confrontatie, wat op zijn beurt uitmondt in bewustzijn. Vrijheid als vertrekpunt biedt het breedst mogelijk spectrum aan om tot ontwikkeling en vooruitgang te komen.

Het liberalisme beschouwt het individu als hoeksteen van de maatschappij. Het omgekeerde, met name het gegeven dat de maatschappij primeert op het individu, zet de deur open voor de negatie van de individuele vrijheden ten voordele van een hoger doel, ‘de gemeenschap’, ‘het volk’, ‘de natie’. Het verleden leert ons tot welke verschrikkelijke zaken dit kan leiden. Het liberalisme streeft naar universele onvervreemdbare rechten voor ieder individu, ongeacht zijn geboorteplaats, zijn geslacht, zijn ras, zijn seksuele geaardheid en dergelijke meer. Het feit dat het liberalisme het individu centraal stelt, betekent niet dat het liberalisme aanstuurt op egoïsme. Individualisme en egoïsme hebben niks met mekaar gemeen. Egoïsme is een ondeugd, individualisme is dat niet. Individualisme betekent dat elke mens zelf invulling kan geven aan zijn of haar levensplan. Individualisme houdt in dat elke mens kan uitgroeien tot een uniek wezen. Het doelt op de rechten en vrijheden waarover elke mens dient te beschikken, maar ook op alle plichten tegenover anderen en ten aanzien van de gemeenschap.

Tegenstanders van het liberalisme willen het vernauwen tot een asociale ideologie. Deze misvatting kan ik als overtuigd liberaal niet over me heen laten gaan. Integendeel, het liberalisme dient nauwgezet en vastberaden uitgedragen te worden. Het consequent liberalisme is te waardevol om het onderhevig te laten zijn aan misvattingen, het vormt immers de hefboom tot een meer rechtvaardige en plurale maatschappij, waarin elk mens zich maximaal kan ontplooien tot een vrije en onafhankelijke burger. Vrijheid en sociale rechtvaardigheid zijn helemaal niet onverenigbaar. Integendeel, het sociale karakter zit ingebakken in het humanistisch geïnspireerde ontplooiingsliberalisme. Het liberalisme tolereert geen ongebreidelde vrijheid, want deze leidt tot maatschappelijke ongelijkheid.Vele liberale filosofen reiken boeiende inzichten aan omtrent de onontbeerlijke liberale onderbouw.

De Britse filosoof Isaiah Berlin maakte het onderscheid tussen de negatieve en de positieve vrijheid. De negatieve vrijheid houdt in dat mensen vrij moeten zijn van bemoeienis en belemmering. Dit concept van vrijheidsopvatting verzet zich tegen elke staatstussenkomst. Deze opvatting schiet in mijn ogen tekort. Liberalisme is geen synoniem van libertarisme. Het liberalisme heeft een wezenlijke sociale onderbouw. Tegenover de negatieve vrijheid stelde Berlin de positieve vrijheid. Deze vrijheidsopvatting biedt mensen de vrijheid om zich te ontwikkelden en vereist een actievere staat. Liberalen zijn verdedigers van de positieve vrijheid en erkennen aldus het belang van zelfregulerende processen, maar zijn ervan overtuigd dat het scheppen en garanderen van de voorwaarden voor ontplooiing niet alleen aan het vrije spel van maatschappelijke krachten kan worden overgelaten. Berlin poneerde in zijn intrigerend boek Two concepts of liberty dat “de mate van vrijheid van de mens om te leven zoals hij of zij wil, moet afgewogen worden tegen de aanspraken van veel andere waarden, waarvan rechtvaardigheid en geluk wellicht de meest voor de hand liggende voorbeelden zijn.”

Ook de Brits-Duitse socioloog Ralf Dahrendorf stelde dat het liberalisme om twee zaken gaat, met name om de bescherming van het individu tegen allerhande mogelijke beperkingen welke hem van staatswege kunnen worden opgelegd en om de toebedeling van zoveel mogelijk levenskansen aan zoveel mogelijk individuen. Hieruit blijkt het emancipatorisch karakter van het liberalisme. Liberalen moeten zich inzetten voor het vergroten van de ruimte waarbinnen burgers keuzen kunnen maken. Uitgaande van een gelijke startpositie moet iedere burger zo veel mogelijk vrij worden gelaten in de keuzes die hij wil maken en de initiatieven die hij wil ontplooien.

De Amerikaanse filosoof John Rawls toont in zijn meesterwerk A theory of justice overduidelijk aan dat de solidariteit geïncarneerd zit in het liberale denken. Vanuit liberaal oogpunt behoeft degene die ziek is, die gehandicapt is of geen gelijke startkansen gekregen heeft en dus niet echt vrij is, structurele hulp vanwege de overheid. Het liberalisme tolereert niet dat het lot van deze mensen overgelaten wordt aan paternalistische liefdadigheid. Liberalen erkennen de noodzaak van een efficiënte overheid, aldus Rawls. “De overheid dient burgers in staat te stellen hun eigen levensprojecten uit te bouwen, zonder dat de overheid dient te bepalen welke vorm dit project precies zal aannemen”.

De Oostenrijkse wetenschapsfilosoof Karl Popper stelde dat we sociale instituties moeten creëren die de economisch zwakkere beschermen tegen de economisch sterkere en dat de staat moet waken over de doeltreffendheid van deze instituties. Het liberalisme dient de vrijheid te verzekeren waarbinnen iedereen zich kan ontwikkelen. Het liberalisme is er in de eerste plaats niet op gericht de sterkere sterker te maken, maar om de zwakkere de mogelijkheid te bieden op een vrijer en beter bestaan.

De Britse filosoof John Stuart Mill nam in zijn boek On liberty eveneens het vrijheidsbegrip onder de loep. Hij heeft het over de vrijheid in de persoonlijke levenssfeer en over de vrijheid in de sociale levenssfeer. Wat de vrijheid in de persoonlijke levenssfeer betreft, poneerde Mill dat “Over himself, his own mind and body, the individual is sovereign”. Wat de vrijheid in de sociale levenssfeer betreft, maakte Mill een duidelijke afweging ten opzichte van de absolute vrijheid. Mill erkent hier een actieve maatschappelijke institutie. Hij was ervan overtuigd dat het feit dat mensen in een samenleving leven het onvermijdelijk maakt dat iedereen gebonden is om een bepaalde gedragslijn ten opzichte van anderen te volgen.

Amartya Sen, mijn favoriete filosoof, de Indische liberale ontwikkelingseconoom en Nobelprijswinnaar Economie in 1998, stelt in zijn boek Vrijheid is vooruitgang dat de vrijheid essentieel is, maar dat het eveneens veel zwakke plekken vertoont. Voor Sen is er geen vrijheid zonder de vormen van onvrijheid weg te werken. Hier geeft Sen volgens mij de kern van het liberalisme weer. Hieruit blijkt immers de fundamenteel sociale onderbouw van het liberalisme tot de vrijheid. Om mensen in vrijheid te laten leven, moeten negatieve obstakels opgeheven worden. Om het individu in staat te stellen volwaardig te kunnen deelnemen aan een samenleving behoeft het wezenlijke zekerheden. De zekerheid om degelijk onderwijs te volgen, de zekerheid op elementaire gezondheidszorg, de zekerheid op een onafhankelijk justitieapparaat, de zekerheid op een krachtdadig politiewezen. Elke consequente liberaal mag de markt in deze domeinen niet laten binnendringen. Liberalen dienen vurige verdedigers van een sterke overheid te zijn wat deze gemeenschapsvoorzieningen betreft.

Het liberalisme is een ontvoogdende en vernieuwingsgezinde beweging. Het reikt elke mens, zonder uitzondering, de instrumenten aan zijn leven in alle vrijheid in te richten. Het liberalisme staat nooit stil. Het moet steeds vechten voor gelijke kansen opdat iedereen zich kan ontwikkelen tot een vrije burger. Liberalen onderwerpen alles aan de toets der kritiek. Tradities zijn in se niet verkeerd, maar mogen geen rem zijn op de vooruitgang. Liberalen staan borg voor gelijke startkansen. Liberalen worden gedreven door de overtuiging dat zij alles in het werk moeten stellen op te komen voor een sterk basiskader die het individu in staat moet stellen het unieke, dat in elk mens schuilt, uit zichzelf te halen. Het liberalisme wordt gekenmerkt door een wezenlijke sociale onderbouw. Hierin verschilt het liberalisme fundamenteel met het libertarisme. Deze ideologie erkent niet de noodzaak van een door de overheid structureel georganiseerd basiskader. We moeten ervoor zorgen dat het liberalisme niet vereenzelvigd wordt met het libertarisme. Een oorzaak van de misvattingen omtrent het liberalisme betreft immers juist het libertarisme. Het verschil schuilt hem in het inherent sociale kader van het liberalisme, wat niet bestaat in het libertarisme.

Het liberalisme kan men niet in rechtse of linkse hoek plaatsen. De links/rechts tegenstelling is overigens volledig voorbijgestreefd. De ideologische breuklijn is die tussen vernieuwing en behoudsgezindheid. Het consequent liberalisme is een progressieve denkrichting. Zij gelooft in de vooruitgang en bejegent maatschappelijke hervormingen en moderniseringen positief. Verworven rechten dienen steeds in vraag gesteld te worden, groepsbelangen mogen niet primeren op het algemeen belang. Het liberalisme gaat in tegen verstarrende verzuiling en erkent de primaat van de politiek. In zijn boek Ondankbaarheid poneert de Franse filosoof Alain Finkielkraut, “de conservatief, dat is de ander, degene die bang is, bang om zijn verworven voorrechten en voordelen te verliezen, bang voor de vrijheid, voor de open zee, het onbekende, de mondialisering, de emigranten, flexibiliteit, bang voor de noodzakelijke veranderingen”.

Ik hanteer dit gezegde van Finkielkraut omdat ik van oordeel ben dat liberalen moeten ageren tegen angst. Pessimisme is ‘in’. Burgers hebben angst voor moslims, werkloosheid, lagere pensioenen, criminaliteit, instortende ecosystemen, genetisch gemanipuleerd voedsel en een verlies van de eigen cultuur. Ook Europa zit in de greep van de angst. Dat hebben de referenda in Frankrijk en Nederland goed aangetoond. Ze illustreren de angst van de burger voor verandering, voor vernieuwing, voor globalisering en voor de toekomst. Ondanks de diepe crisis ten gevolge van het Franse ‘non’ en het Nederlandse ‘nee’ is het Europese project niet dood en ligt het niet op sterven. De huidige situatie kan een ‘momentum’ betekenen om een debat aan te gaan over de bestemming van Europa, over de finaliteit. Dit essentieel debat werd steeds angstvallig vermeden. Ten onrechte.

Liberalen dienen het voortouw te nemen in deze discussie. De Europese gedachte is immers een manifest liberale idee vanwege haar opzet om over de grenzen van de natiestaten heen te werken aan een ruimte waarin vrede wordt gekoppeld aan de vrijheid en vooruitgang van éénieder. De uniciteit van het Europese project is dat ze de traditionele natiestaat ondergeschikt wil maken aan het belang van de Europese burger. De ontegensprekelijk liberale idee van de Europese constructie ligt in het streven naar de creatie van een kader waarbinnen ieder individu de maximale mogelijkheid heeft zelf invulling te geven aan zijn of haar levensplan. De Europese identiteit is niet gestoeld op een gemeenschappelijke taal, religie of cultuur, maar op een liberale gedachte, met name de vrijwillige, gemeenschappelijke erkenning van enkele fundamentele grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, de gelijkwaardigheid van alle mensen en het recht op zelfbeschikking.

De Britse denker Mark Leonard stelt in zijn enthousiasmerend boek Waarom Europa de 21ste eeuw zal domineren terecht dat de redenen voor een Europees project nog altijd even belangrijk zijn: het brengen van vrede, welvaart en democratie en het laten horen van een stem in een wereld van opkomende grootmachten zoals India en China. De Nederlander hoogleraar Rob De Wijk poneert in zijn magistrale boek Supermacht Europa dat indien Europeanen hun welvaart en welzijn willen behouden, zij een antwoord dienen te vinden op de opkomst van Azië en de mondiale veiligheidsrisico’s, zoals het internationale terrorisme en crises met wereldwijde effecten. Individuele lidstaten zijn te zwak om deze grote uitdagingen nog aan te kunnen. Deze realiteit schreeuwt om initiatieven van het meest belovende politieke experiment uit de geschiedenis, met name de Europese Unie. Het beste antwoord op deze nieuwe wereld betreft mijn inziens Europa, evenwel een ander Europa, een liberaal Europa. De Belgische premier Guy Verhofstadt benadrukt in zijn nieuwste pennenvrucht De Verenigde Staten van Europa terecht de noodzaak om Europa om te vormen tot een allesomvattend, coherent politiek project dat in staat is een antwoord te bieden op de vele, nieuwe uitdagingen die zich aandienen.

Een nieuw Europa kan niet zonder een duidelijk afgebakend bevoegdheidspakket. Een debat aangaande de kerntaken van de Unie is onontbeerlijk voor een nieuw Europa. Subsidiariteit is daarin het sleutelbegrip. Dit principe is de facto steeds dode letter gebleven. De Unie intervenieert op sommige domeinen te veel. Europa hoeft zich niet te moeien met sport, cultuur, gezondheidszorg, sociale zekerheid, onderwijs, belastingen, ruimtelijke ordening of het beheer van overheidsdiensten. De kerntaken van de Unie betreffen mijn inziens: de interne markt, asiel en migratie, een veiligheids-, buitenlands- en defensiebeleid, een gezamenlijke handelspolitiek, de douane-unie en het monetair beleid. Bovendien moet gesleuteld worden aan het huidige concept van exclusieve bevoegdheden van de Unie, gedeelde bevoegdheden en ondersteunende bevoegdheden. We moeten opteren voor ofwel de exclusieve bevoegdheid van Brussel ofwel dat het door de lidstaten in Brussel wordt gecoördineerd. Dit verschaft meer transparantie. Door het grijze middenveld zoveel mogelijk op te kuisen kan ook het aantal Europese regels worden beperkt. Regels die de burger niet begrijpt, zijn een instrument in de handen van sceptici die het hele Europese project naar de schroothoop willen brengen.

Europa moet resoluut kiezen voor een verdere integratie op een aantal nauwkeurig omschreven gebieden en tegen een Unie als loutere vrijhandelszone. Gelet op de confrontatie met de globalisering en de vergrijzing binnen de Unie, vormt de interne markt een sleuteldomein voor de Europese burger. Betere economische integratie is noodzakelijk om de noodlijdende economieën een nieuwe dynamiek te geven. De Europese markt dient zo open mogelijk gemaakt te worden door het verwijderen van bestaande barrières. Het voorbeeld bij uitstek is de dienstensector. De vrijmaking van die diensten, die 70% van de economische activiteit uitmaken, zal voor meer keuzevrijheid, meer concurrentie, meer banen en meer economische groei zorgen. Ook de creatie van een ééngemaakte financiële ruimte dringt zich op, teneinde de vrijheid van kapitaal en bijhorende financiële dienstverlening optimaal te bewerkstelligen. Er moet gestreefd worden naar een heuse Europese kapitaalmarkt, hetgeen onmiskenbaar sterke economische stimuli zal genereren. Uiteraard rust er een grote verantwoordelijkheid op de lidstaten zelf om hun fiscaal, economisch en arbeidsmarktbeleid aan te passen aan de uitdagingen van deze nieuwe eeuw.

Liberalen moeten niet alleen voorstander zijn van een vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal, maar ook van personen. Zowel om principiële als demografische en economische redenen dient de migratiestop, die werd ingevoerd in de jaren ’70, opgeheven te worden. De vrijheid van beweging vormt een fundamenteel liberaal beginsel. Kunnen gaan en staan waar je wil, zou een basisrecht moeten zijn. Als het dat niet is, houdt het de verschrikkelijke verplichting in om altijd in hetzelfde land te blijven. Iemand verplichten om in zijn eigen gemeente te blijven, zou op een storm van protest worden onthaald, waarom dan iemand verplichten om in zijn land te blijven? Het openstellen van onze grenzen is bovendien ook een economische noodzaak, gelet op de dalende geboortecijfers en een verouderende bevolking. Om de verhouding tussen actieven en gepensioneerde burgers stabiel te houden heeft de Unie jaarlijks 13,5 miljoen migranten nodig. Zij vertegenwoordigen mankracht en verzekeren een hogere consumptie. Daarbij zullen ze ook zorgen voor een permanente maatschappelijke dynamiek en een voortdurende vernieuwing op economisch, cultureel en wetenschappelijk vlak. In geen geval mag de immigratie uitsluitend bestaan uit voor Europa economisch nuttige personen, vermits dit een naïef geloof in de mogelijkheden van economische planning zou veronderstellen en afbreuk zou doen aan het liberale fundament van individuele gelijkwaardigheid.

Migratie biedt eveneens een hefboom tot de bevordering van de ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Cijfers omtrent internationale migratie tonen aan dat emigranten een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan hun land van herkomst. Zo maken immigranten uit ontwikkelingslanden jaarlijks ongeveer 65 miljard dollar over naar hun landen van oorkomst. Maar dit is alleen het geld dat de officiële bankkanalen passeert. Wanneer er rekening wordt gehouden met het geld dat wordt meegebracht of niet officieel wordt overgemaakt, komt het jaarlijks totaalbedrag ruim boven de 100 miljard dollar uit. Een open, gecontroleerde migratie kan via ‘remittances’ bijdragen tot de ontwikkeling van ontwikkelingslanden. Er dient een einde gemaakt te worden aan de diverse, staatsgebonden, strakke immigratiewetgevingen van de EU-landen. Ook de asielproblematiek vereist een Europese aanpak. Om te vermijden dat uitgeprocedeerden toch hun kansen steeds in een ander land wagen, zou het goed zijn dat er één Europese migratiepolitiek en één grote Europese migratiedienst komt.

De EU dient ook haar buitenmuren te slopen op het vlak van producten. Het Europese landbouwbeleid, gekenmerkt door invoerheffingen en productie- en exportsubsidies, is niet alleen een economische maar ook een morele schande. Hierdoor doet de EU al haar inspanningen op het gebied van ontwikkelingshulp teniet, want de schade van dit systeem overtreft ruimschoots de ontwikkelingshulp. Het landbouwbeleid is regressief, want 50% van het geld gaat naar de 17% grootste boeren, het is verkwistend, want het neemt nog steeds de helft van het EU-budget in beslag, het is belastend voor het milieu, want het bevordert intensifiëring van de landbouw- en veeteeltproductie, en het is bovenal schadelijk voor ontwikkelingslanden, aangezien het hen grote afzetmarkten ontzegt en de competitiviteit van hun boeren ondermijnt door het dumpen van gesubsidieerde export. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid kost de ontwikkelingslanden jaarlijks een welvaartsverlies van ongeveer 40 miljard dollar.

Een liberale handel met de EU zou miljoenen mensen uit de armoede kunnen liften. Als Europese burgers zijn wij mede verantwoordelijk voor het schandelijke beleid. Het zijn immers wij, Europese belastingsbetalers, die dit nefaste beleid financieren. Als excuus voor het instandhouden van dit protectionisme, hoort men vaak alarmerende berichten dat de EU omwille van strategische redenen toch haar eigen voedsel moet produceren. Toch blijft het beste middel tot risicospreiding de diversificatie door internationale handel. De EU moet dan ook het voortouw nemen binnen de rijke landen door haar nefast landbouwbeleid af te schaffen. Als dat niet kan binnen een multilateraal kader, dan moet dit unilateraal gebeuren. Protectionisme beperkt zich echter niet tot het landbouwbeleid. Ook op andere domeinen blijven importtarieven bestaan, of wordt ermee gedreigd deze in te voeren. Zij zijn echter een schoolvoorbeeld van bedrog van de consument. Ze geven een machtspositie aan bedrijven, zodat ze niet-marktconforme prijzen kunnen opleggen. Productiesteun en exportsubsidies houden onrendabele bedrijven en bedrijfstakken kunstmatig in stand. De consument betaalt het gelag in de vorm van hogere prijzen, hogere belastingen en een beperkter aanbod. Het verhaal van het Europese landbouwbeleid toont de noodzaak aan tot de modernisering van de Europese begroting. Het is niet langer aanvaardbaar dat 45% van het budget gaat naar 5% van de Europese bevolking.

Een ander belangrijk aspect betreft de plaats van Europa in een wereld waarin noch terrorisme, noch criminaliteit zich stoort aan grenzen. Teneinde het mogelijk te maken elk individu van een maximale vrijheid te laten genieten, is het dan ook noodzakelijk deze problemen grensoverschrijdend aan te pakken. Mijn inziens is Europa een politieke dwerg omdat een geloofwaardig gemeenschappelijk buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid onbestaande is. Het gevolg is dat de Unie zich in de wereld niet strategisch kan positioneren en dat gaat ten koste van de Europese burger. Er zijn immers, naast directe, ook indirecte risico’s als gevolg van het internationaal terrorisme, zoals de stagnatie van de wereldeconomie als gevolg van aanhoudende aanslagen op de olieindustrie die aan de explosie van de olieprijs heeft bijgedragen. Dit, en de noodzaak van terrorismebestrijding in de lidstaten van de Unie zelf, vereisen een gezamenlijk Europees antwoord. Ook inzake de energiepolitiek staat de Unie langs de kant toe te kijken. Omdat de Unie geen eenheid is, kan het met dit machtsvraagstuk niet omgaan en kan de toegang tot energie niet worden veiliggesteld. Bovendien kan Europa niet langer enkel binnen haar eigen grenzen streven naar de creatie van een ruimte van individuele vrijheid en de ogen sluiten voor de problemen van individuen in andere landen. Wil Europa echt vrede en democratie bevorderen in de wereld, dan dient het naast het aanwenden van haar diplomatieke vaardigheden, resoluut te opteren voor een geïntegreerd Europees defensiebeleid, met andere woorden voor een gezamenlijk Europees leger.

Het verbreden van de ruimte waarbinnen individuen zelf invulling kunnen geven aan hun levensplan, vormt ook het uitgangspunt in mijn overtuiging aangaande de uitbreiding van de Unie. Ik ben een grote voorstander van de uitbreiding van de Unie, ook met betrekking tot Turkije. De criteria voor toetreding zijn de Kopenhagen-beginselen. Een kandidaat-lidstaat moet een democratische rechtstaat zijn, moet over een functionerende markteconomie beschikken en dient het ‘acquis communautaire’ in zijn wetgeving te implementeren. Indien Turkije aan deze voorwaarden voldoet, moet Turkije opgenomen worden in de Europese Unie. Het argument dat Turkije geen ‘Europees’ land is, snijdt geen hout. Het stuk van Turkije op het zogenaamd geografisch afgebakende Europa telt immers meer inwoners dan België, Denemarken of Finland. Religie maakt geen deel uit van de Kopenhagen-beginselen. Toch wordt voortdurend geschermd met religie als de opportuniteit van de Turkse toetreding ter sprake komt. Deze verwijzing is onterecht, want niet conform met de Kopenhagen-beginselen, en bovenal onaanvaardbaar vanuit een liberale visie.

Het Europees project is een politiek project, wars van religie. De Europese Unie steunt op een manifest liberaal idee, met name een idee van landen om zich vrijwillig te onderwerpen aan een aantal fundamentele principes zoals de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat en de gelijkwaardigheid van alle mensen en van man en vrouw in het bijzonder. Vanuit deze humanistische visie, en mits aan de Kopenhagen-beginselen wordt voldaan, is een afwijzing van Turkije totaal onhoudbaar. Voor elke rechtgeaarde liberaal kan religie geen basis vormen voor het Europa van de toekomst. Alleen een ‘universele seculiere moraal’, zoals geopperd door de Nederlandse filosoof Paul Cliteur, kan dat. Europa is dat deel van de wereld waar men waarden als de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting en de gelijkwaardigheid van man en vrouw naleeft en voorstaat. Als Turkije dit waardenpad bewandelt en beantwoordt aan de Kopenhagen-criteria, is er geen enkele reden waarom het land niet zou kunnen toetreden tot de EU. En hetzelfde geldt voor landen als de Oekraïne, Wit-Rusland, Georgië, enz. Het zou uitermate dom zijn dat we de deur zouden sluiten voor kandidaat-lidstaten en hen daarmede elk perspectief zouden ontnemen. Juist het gebrek aan elk perspectief drijft mensen in de handen van fanatici en extremisten die hun bedenkelijke denkbeelden willen opleggen aan de rest van de wereld. Rob De Wijk stelt in zijn voornoemd boek terecht dat de Unie een uniek project is dat veel weg heeft van Immanuel’s Kant voorspellingen in Zum ewigen Frieden uit 1795. Kant voorzag dat het recht ervoor zorgde dat landen zich democratisch zouden kunnen ontwikkelen en dat onderlinge verhoudingen tussen landen de betrekkingen tussen landen zou reguleren. Hierdoor zouden de democratieën een vreedzame zone gaan vormen, een zich uitbreidende ‘vreedzame Unie’. Door de aanvaarding van het ‘acquis communautaire’ van de Unie, het geheel van wetten van Europa, zullen de nieuwe lidstaten zich langzaam transformeren en onderdeel worden van Kant’s ‘eeuwige vrede’. In die zin is Europa een universeel project.

Naast deze uitbreiding, dient ook de absolute noodzaak van verdieping plaats te vinden. Het democratische tekort binnen Europa is niet langer aanvaardbaar, maar bovenal onwerkbaar. Er moet een echte Europese regering komen, die de uitvoerende macht bezit. De wetgevende macht dient bij het parlement te liggen, dat uit twee kamers bestaat, het Europees Parlement (vertegenwoordigers van de bevolking van de lidstaten) en de Raad (vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten). Het Europees Parlement moet omtrent alle Europese bevoegdheidsdomeinen volwaardig kunnen beslissen en dient de gehele Commissie naar huis te kunnen sturen. Verder is het fundamenteel dat de meerderheidsbeslissing op alle Europese bevoegdheidsterreinen ingang vindt en dat het verlammende vetorecht opgeheven wordt. Ook dient de piste van Europese politieke partijen bewandeld te worden. Deze institutionele stappen zijn allen essentieel en onontbeerlijk voor een waarlijk democratisch en slagvaardig Europa.

Een nieuwe wereldrealiteit vereist nieuwe initiatieven. Krampachtigheid en angst bieden geen soelaas. Wel visie en overtuiging. Het is beter te anticiperen, dan te ondergaan. Het antwoord op de globalisering ligt niet begrepen in minder Europa, maar een ander Europa, een open en vrij Europa, een liberaal Europa.



Mathias De Clercq

Mathias De Clercq

Links
mathiasdeclercq@hotmail.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be