Met het uitbreken van de bankencrisis en de daaropvolgende wereldwijde recessie heeft het geloof in de vrije markt, het openstellen van grenzen en de globalisering een flinke knauw gekregen. Van verschillende kanten wordt opnieuw opgeroepen tot nationalisaties en een forse inmenging van de overheid in het economische gebeuren. Maar evenzeer horen en zien we een heropleving van het protectionisme. De regeringen van zowat alle natiestaten nemen reusachtige maatregelen en keuren massaal subsidies en staatswaarborgen goed met als doel de eigen economie, banken en bedrijven te vrijwaren voor de verwoestende tornado die door de wereld tolt. Ook de Vlaamse regering heeft nu besloten om de hoofdzetel van GM-Motors een staatswaarborg van 200 tot 300 miljoen euro aan te bieden teneinde de fabriek open te kunnen houden. In feite komt het erop neer dat de Vlaamse regering bereid is om te betalen om jobs te behouden. Ze doet dit trouwens in de wetenschap dat ook andere regeringen, in het bijzonder de Amerikaanse, op een of andere manier de werkgelegenheid in eigen land gaan proberen te behouden. Uiteraard zijn de bedoelingen van de Vlaamse regering nobel en iedereen is bezorgd om de duizenden jobs die bij GM-Antwerpen op het spel staan. Maar toch begaat men hier een grote fout. Wat we nu meemaken is een nieuwe vorm van protectionisme waarbij regeringen met het geld van de belastingsbetaler gaan proberen de decision-makers van multinationals te verleiden om hun eigen vestigingen te ontzien. De gevolgen zijn voorspelbaar. Ook andere bedrijven, zowel in de auto-industrie als in andere sectoren (bv. Agfa Gevaert), zullen binnen de kortste keren gaan aankloppen bij de Vlaamse of federale regering en op hun beurt voor miljoenen euro’s staatswaarborgen vragen. Dat zal regeringen in andere landen met vestigingen van diezelfde multinationals er op hun beurt toe aanzetten om ook waarborgen te geven. Op die manier ontstaat een ongezonde concurrentie waarbij uiteindelijk niet de meest productieve fabriek maar de hoogste bieder van steun aan multinationale bedrijven in moeilijkheden zullen winnen. De comeback van het protectionisme is vooral een slechte zaak op lange termijn. In plaats van die bedrijven te sluiten die onrendabel en het minst productief zijn, zullen bedrijfsleiders juist die afdelingen ontzien die de meeste overheidssteun krijgen. Daarmee wordt een van de grootste troeven van de autonijverheid in ons land uit handen geslagen. Want juist in Vlaanderen kennen we met GM in Antwerpen, Volvo in Gent, Ford in Genk en Audi in Vorst de meest rendabele bedrijven met de meest productieve arbeiders. Wat dus goed bedoeld was door de Vlaamse regering zal juist omslaan in het tegendeel. Protectionisme leidt altijd tot een vorm van marktvervalsing waarbij vraag, aanbod, productiviteit en rentabiliteit niet langer van tel zijn. Dit is geen toekomstscenario maar vandaag al bikkelharde realiteit waarvan voorbeelden uit het recente verleden bestaan. Bij de problemen bij Volkswagen-Vorst ging het niet om de efficiëntie en rentabiliteit van het bedrijf, maar om de druk van de Duitse werkgever en vakbonden van Volkswagen op de eigen regering om de ontslagen naar een ander land, in casu België, af te schuiven. En zo gebeurde het ook. In plaats van staatswaarborgen te geven zou de Vlaamse en federale regering beter werk maken van een forse algemene lastenverlaging. Het is zo, door ondermeer de lasten op ploegen- en nachtarbeid te verlagen dat we er met de vorige regering in geslaagd zijn de diverse autoassemblagefabrieken in ons land te redden en de beslissing om nieuwe modellen te bouwen hebben kunnen afdwingen, denk aan de Audi A1 in Vorst, de Ford Galaxy en SAV in Genk, en de opvolger van de Volvo S60 in Gent. Het zijn immers de hoge loonkosten en de talloze bureaucratische regels die de beslissingen van bedrijfsleiders om hier te blijven, om meer te investeren en de werkgelegenheid op te drijven, aantasten. In plaats van protectionistische maatregelen te nemen zouden de Vlaamse en federale regering juist de concurrentiekracht van onze bedrijven moeten verbeteren om ons op die manier, in de nabije toekomst, sterker te maken als het economisch weer wat beter gaat. De voorstellen die vandaag gedaan worden zijn kortzichtig en schadelijk. Ze draaien daarmee ook een rad voor de ogen van de mensen door hen te doen geloven dat we in een geglobaliserende wereld een muur kunnen optrekken tegenover de recessie die overal toeslaat. De waarheid is dat protectionisme nog nooit geleid heeft tot een duurzame oplossing en welvaartsontwikkeling. Het antwoord op de problemen van vandaag is dus niet minder, maar juist meer liberalisme. Verlagen van de loonkosten, minder bureaucratie en geloven in de kracht, de productiviteit en inzet van onze arbeiders en bedienden. Dat zal op termijn veel meer opbrengen dan de kortzichtigheid en gemakkelijkheidoplossingen die zowel onze als buitenlandse regeringen aan de dag leggen. Mathias De Clercq Mathias De Clercq Linksmailto:mathias@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|