Ituri: de menselijkheid voorbij

column

Elisabeth Matthys

Sinds 1999 teistert etnisch geweld de Ituri-streek in het Oosten van de 'Democratische' Republiek Congo aan de grens met buurland Uganda. Het aanslepende conflict in deze regio heeft tot dusver al aan meer dan 50.000 mensen het leven gekost. Op geregelde basis worden massagraven ontdekt en worden berichten opgevangen over kannibalisme, kindsoldaten en wreedheden. De stelling dat de mens tot zoveel wreedheden in staat is als zijn verbeeldingsvermogen ver reikt, wordt in de Ituri streek eens te meer bewezen. Bronnen bij MONUC, de VN observatiemacht voor Oost-Congo spreken van 500.000 tot 600.000 mensen die op de vlucht zijn geslagen voor het geweld. Deze week verscheen een nieuw rapport van Human Rights Watch waarin melding werd gemaakt dat in Ituri, sinds de vorige zomer, meer dan 5.000 mensen zijn afgeslacht.

Wat is de achtergrond van dit alles? De oorlog in Ituri is een complex kluwen van lokale, regionale en nationale conflicten. Wat begon als een strijd tussen twee stammen, de Hema en de Lendu, werd versterkt door de inmenging van buurlanden die hun invloed in de ertsrijke regio wilden verstevigen en werd nog eens aangewakkerd door de oorlog die sinds de dood van voormalig president Mobutu woedt binnen de Democratische Republiek Congo.

Nationale rebellengroeperingen zoals de MLC (Mouvement pour la Libération du Congo) gesteund door de regering van Uganda, de RCD-ML (Rassemblement Congolais pour la Démocratie-Mouvement de Libération) gesteund door Joseph Kabila -die de steden Beni en Butembo ten zuiden van Bunia beheersen- en de RCD-Goma (Rassemblement Congolais pour la Démocratie-Goma) gesteund door Rwanda -die recentelijk de strategische plaats Kanyabayonga veroverde-, vechten er een bloedige oorlog uit.

Ituri is dus het slagveld geworden voor plaatselijke landlords en voor de strijd tussen de regeringen van Uganda, Rwanda en de DRC.

De inzet van de oorlog ligt voor de hand: de streek is uiterst rijk aan grondstoffen. Niet alleen zijn er de Kilo-Moto goudmijnen, is er het tropische hout, de diamantmijnen in Mambasa en Bafwasende, de koffie van Djugu en Mahagi, daarnaast is sinds kort olie ontdekt aan de Ugandese kant van het Albert-meer en gaat men er van uit dat er ook oliebronnen zijn aan de Congolese zijde van het meer. Het zwarte goud heeft de banden tussen beide landen versterkt, hetgeen voor onrust zorgt in het naburige Rwanda dat recentelijk nieuwe versterkingen aanvoerde in Congo. Een nakende oplossing zal dus hoogstwaarschijnlijk niet voor morgen te zijn, wel integendeel.

Een taak lijkt dus weggelegd voor de internationale gemeenschap, maar waar bleef de Verenigde Naties die nochtans als essentiële doelstelling hebben het verzekeren van de internationale vrede en veiligheid? Het antwoord op deze vraag is even beknopt als de vraag zelf: zij stonden erbij en keken ernaar. Tot voor kort werd het conflict in het Oosten van Congo door de internationale gemeenschap immers beschouwd als een regionaal conflict tussen enkele plaatselijke stammen, not a cup of tea voor de V.N. dus.

Tot grote frustratie van de talrijke organisaties actief in het gebied die maanden op voorhand signalen uitstuurden over de bestaande spanningen en de mogelijke escalaties van geweld, sloot de internationale gemeenschap -met de V.N. op kop- eens te meer de ogen voor één van de grootste humanitaire catastrofes op het Afrikaanse continent.

Tussen 1999 en april 2003 hadden de Verenigde Naties (MONUC) in dit uiterst kwetsbare gebied met een bevolking van meer dan 4,2 miljoen inwoners immers slechts een tiental 'waarnemers' ter plaatse om toe te zien op de in acht name van de destijds afgesloten vredesakkoorden en om de terugtrekking te verzekeren van de aanwezige buitenlandse troepen.

Het was slechts na de slachtpartijen en de wreedheden dat de Verenigde Naties besloten om de troepenmacht op te drijven tot verschillende honderden. Daarbij werd evenwel aan de ingezette V.N. soldaten niet de bevoegdheid gegeven om de duizenden op de vlucht geslagen burgers bij escalaties van geweld te beschermen. Eens te meer bleek de V.N. interventie niets meer te zijn dan een doekje voor het bloeden.

Het dient gezegd: het ontbreekt de Verenigde Naties en hun leden aan het nodige lef. Het is niet meer dan consequent dat wanneer je de universaliteit van de mensenrechten propageert, je de nodige inspanningen verricht teneinde het respect voor die mensenrechten te verzekeren. Het is dan ook bij uitstek de taak van de Verenigde Naties om kordaat op te treden en haar doelstellingen (de internationale vrede en veiligheid) te realiseren. Zoniet heeft zij geen bestaansredenen en misleidt zij diegenen die hun lot tevergeefs in de handen van de VN soldaten leggen. De humanitaire drama's in Srebreniza, Rwanda, Sierra Leone en Somalië liggen nog vers in het geheugen. De nodige lessen zouden uit de gemaakte fouten dienen te worden getrokken.

Dezelfde redenering gaat op voor de EU stabilisatiemacht aan wie binnen het mandaat van de Verenigde Naties een opdracht werd gegeven die op voorhand gedoemd was om te mislukken. Niet alleen is er immers nog steeds geen eensgezindheid binnen de Europese Unie op het vlak van buitenlands beleid (zo steunen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland in het conflict eerder Rwanda en Uganda, terwijl Frankrijk en België eerder de kaart trekken van de Democratische Republiek Congo). Daarnaast was het V.N.-mandaat van de zogenaamde Interim Emergency Multinational Force uiterst beperkt, zodat efficiënt optreden onmogelijk was. Frankrijk heeft recentelijk aangekondigd, tegen 1 september, haar troepen uit het gebied terug te trekken en de fakkel opnieuw over te dragen aan MONUC. De vraag dringt zich op of de EU interventiemacht niet eerder tot doel had een gezicht te geven aan het buitenlands beleid van de EU, dan daadwerkelijk een einde te maken aan het aanslepende conflict in de regio van de grote meren.

Teneinde humanitaire catastrofen tegen te gaan en de Verenigde Naties nieuw leven in te blazen, is er naar mijn oordeel slechts één mogelijkheid. Hoofdstuk VII van het VN Handvest dat handelt over de mogelijkheid van de Verenigde Naties om op te treden wanneer de vrede wordt bedreigd of ingeval van daden van agressie voorziet dat de Verenigde Naties over een eigen generale staf zouden moeten beschikken en over troepen die steeds ter beschikking zouden staan wanneer een militair optreden op bevel van de Veiligheidsraad vereist is teneinde de internationale vrede en veiligheid te garanderen.

Zolang de leden van de V.N. -veelal met eigen belangen- eenzijdig beslissen hoeveel manschappen zij zullen inzetten in een internationaal conflict, unilateraal kunnen bepalen wanneer zij hun troepen terugtrekken (zoals de Belgische para's in Rwanda) en er geen krachtdadige, efficiënte VN-interventiemacht wordt opgericht, zal een succesvol optreden in eender welk humanitair geschil uitgesloten zijn. Het is de taak van diegenen die de universaliteit en het respect voor de mensenrechten propageren, om ervoor te zorgen dat deze fundamentele rechten geen dode letter blijven. Daartoe is evenwel de nodige moed vereist. Met lede ogen toezien hoe een humanitaire catastrofe zich voltrekt, is immers evengoed een misdaad tegen de mensheid.



Elisabeth Matthys

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be