Bart De Wever (De Standaard, 7 oktober) stelt dat het liberalisme niet tegengesteld is met het nationalisme, tegelijkertijd vereenzelvigt hij het liberalisme nogal karikaturaal met een vaag kosmopolitisme. Niet dat het liberalisme daaraan tegengesteld zou zijn, integendeel, maar liberalen zijn zeker geen naïeve believers van een soort Wereldstaat waarop we geen enkele invloed kunnen uitoefenen. Daar gaat liberalisme echt niet om. De essentie is dat liberalen pleiten voor individualisme, wat fundamenteel tegenovergesteld is aan het nationalisme. Nationalisten en conservatieven stellen individualisme vaak gemakkelijkheidhalve gelijk met egoïsme maar daar heeft het niets mee te maken. Individualisme betekent recht op zelfbeschikking. Bijvoorbeeld dat elke man of vrouw zelf mag beslissen over zijn of haar leven. Of men gaat trouwen (en met wie), of men kinderen wilt, welk beroep men gaat uitoefenen, waar men gaat wonen, met wie men vriendschappen sluit. Opkomen voor het recht op zelfbeschikking is dan ook een progressieve beweging. Individualisme staat ook niet in contrast met solidariteit, zoals tegenstanders pretenderen. Integendeel, de autonome mens heeft plichten ten aanzien van zijn medemensen. ‘Du kannst, denn Du Sollst’, stelde Immanuel Kant. Het liberalisme sluit de mens echter niet op in één identiteit of één gemeenschap zoals nationalisten doen. De enige identiteit die telt is die van het wereldburgerschap, de erkenning dat elke mens beschikt over onvervreemdbare rechten en vrijheden die universeel geldig zijn. Een Moreel Esperanto zoals de Nederlandse filosoof Paul Cliteur stelt. In die zin stellen liberalen het individu boven elk geloof, groep, ras of volksgemeenschap. De mens mag nooit herleid worden tot één identiteit waaraan persoonlijke voorkeuren ondergeschikt dienen te worden gemaakt. Ik besef dat er vandaag nationalisten zijn die democratisch aan politiek doen en geen bedreiging vormen voor onze rechten en vrijheden. De geschiedenis leert echter hoe snel dit kan omslaan. Dat begint met de manier waarop men de ‘belangen’ van het volk en de volksgemeenschap ophemelt, zelfs in onbelangrijke zaken. Neem de absurde beslissing van het stadsbestuur van Halle dat aan deelnemers van het programma ‘Mijn restaurant’ verbood om hun zaak een Franse naam te geven (Les Deux). Alle talen waren aanvaardbaar, Engels, Chinees of Arabisch, maar Frans was uitgesloten. Neem de actie van leden van N-VA en het Vlaams Belang om in Vlaamse bibliotheken niet langer Franstalige kranten aan te bieden. Of neem het feit dat ik in het parlement door Vlaams-nationalisten werd uitgejouwd omdat ik mijn eed in de drie landstalen had uitgesproken. Van enggeestigheid gesproken! En dan hebben we het nog maar enkel over het ‘democratisch’ nationalisme. Want daarnaast bestaat nog het radicaal nationalisme van het Vlaams Belang en andere extremisten. Hun ideeën staan al helemaal haaks op het liberalisme. Maar ook ‘zachtere’ vormen van nationalisme bevatten steeds een antiliberale kern. De Wever stelt dat solidariteit een product is van gemeenschapsvorming. Hij vertrekt van een bijzonder asociaal en pessimistisch mensbeeld, dat enkel verandert vanaf het moment dat de mens toetreedt tot de gemeenschap waar nationalisten aan refereren. Dat druist fundamenteel in tegen het liberale mensbeeld. De Spaanse filosoof Fernando Savater keert zich af van wat hij als ‘etnomanie’ bestempelt. Dat is de beweging van zij die denken dat ‘waar je bij hoort’ belangrijker is dan het burgerschap. Het individualisme dat liberalen bepleiten, laat aan de burger toe om zelf de keuze te maken tot welke groepen hij behoort. Mensen zijn geen lid van één bepaalde groep en hebben niet één specifieke en vastomlijnde identiteit. Heel wat conflicten doorheen onze geschiedenis ontstonden toen men erin slaagde de waangedachte van de superioriteit van een bepaalde identiteit op te dringen aan individuen. De Indische Nobelprijswinnaar Amartya Sen stelt dat door mensen te herleiden tot één bepaalde identiteit, morele barrières wegvallen. Liberalen bepleiten daarom geen non-idenditair, maar een multi-identitair burgerschap. Het benadrukken van één bepaalde identiteit is kwalijk, in de zin dat het de ogen sluit voor de raakvlakken tussen individuen onderling. Het benadrukt de verschillen en negeert de raakpunten tussen mensen. Daarom sta ik net als de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa bijzonder wantrouwig tegenover een door anderen opgelegde identiteit. Laat het opleggen van een bepaalde identiteit nu net zijn waar men mee bezig is in Vlaanderen. ‘Om voluit te kiezen voor een Vlaamse identiteit moeten er actief zieltjes worden gewonnen’, stelt Bart De Wever. Vlaanderen kent volgens hem immers nog niet de luxe van een ‘banaal nationalisme’, wat een identiteitsbeleving is waarvan de uiting alomtegenwoordig maar volstrekt onbewust is. Daarom moet dat Vlaamse identiteitsgevoel dan maar actief worden gepropageerd van bovenaf. Ook Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement, stelde vorig jaar nog op 11 juli dat ‘als gevolg van het gebrek aan Vlaamse identiteit, het belang van natievorming nog niet voldoende doorgedrongen is om de gehele bevolking te overtuigen’. Het was daarom volgens hem aan Vlaanderen om die leemte op te vullen. Pure manipulatie, inderdaad. Het stopt daar niet bij. Siegfried Bracke hekelde de VRT omdat die geen voortrekkersrol speelt in de Vlaamse natievorming. Dat concludeerde hij omdat men er zes Nederlandstalige wetenschappers aankondigde als Belgisch in plaats van Vlaams. Geert Bourgeois fulmineerde tegen Clouseau toen die een verzoenend lied schreef over België. Op het traditionele gastcollege voor de Gentse studenten politicologie bij de opening van het academiejaar 2010-2011 schotelde De Wever de studenten de vraag voor: ‘Wie van jullie voelt zich Belg? En wie voelt zich Vlaming?’ Waarop hij de studenten trakteerde op de volgende stelling: ‘Er is een gevecht voor uw ziel bezig. Een gevecht tussen ‘Vlaming zijn’ en ‘Belg zijn’. Het valt overigens op dat die strijd om de zielen niet zo goed lijkt te verlopen. Gaven vorige week niet driekwart van de Vlamingen aan dat ze trots waren Belg te zijn? Is dat hun eigen keuze? Ja. Gaat het om de enige identiteit van deze mensen? Helemaal niet. Is hun appreciatie voor ons land een probleem? Allerminst. Behalve dus voor de N-VA, die dit alles als een gevecht ziet om de ziel van de burgers. Als liberaal verwerp ik de manipulatiestrategie van het Vlaams-nationalisme daarom met klem. De N-VA ziet het Vlaamse bestuursniveau als een instrument om aan Vlaamse natievorming te doen. Een instrument dat de geesten van haar inwoners ‘Vlaams’ moet maken. Indoctrinatie dus. Het wordt tijd dat deze luchtbel wordt doorprikt. Waarom laten we toe dat De Wever en de zijnen een strijd voeren om onze geest? Waarom kan iemand voor hem niet Vlaming én Belg zijn? Waarom moet die keuze absoluut worden gemaakt? Moet men dan voor hem ook kiezen tussen Vlaming en Europeaan zijn, of contrasteren die twee voor de N-VA dan weer niet? Waarom moet er eerst een volwaardige Vlaamse identiteit zijn vooraleer een mens waarlijk solidair zou zijn? Het is de hoogste tijd dat de nationalisten stoppen met het manipuleren van burgers om zieltjes te winnen voor hun Vlaamse strijd. Zijn liberalen en nationalisten dus uit elkaar gegroeide tweelingbroers? Ik denk het niet. Wij zijn geen tweelingbroers, ook geen broers, zelfs geen verre familie. Liberalen gruwen van het opleggen van een identiteit aan anderen. Ik weet wat de kritiek zal zijn op dit opiniestuk. Blijkbaar ben ik in de ogen van De Wever en co ‘een slechte Vlaming’, het zij zo. Voorlopig heeft hij (electorale) wind in de zeilen. Maar ik ben er gerust op. Mensen zullen steeds meer inzien dat het discours van de N-VA gericht is op het verdelen van de samenleving in ‘goede’ en ‘slechte’ mensen. Nationalisten opteren finaal voor het ‘eigen volk eerst’, en dat staat haaks op het liberale mens –en wereldbeeld. Voor liberalen zijn alle mensen gelijkwaardig en verdienen ze allen eenzelfde bescherming. Daarom onderschrijf ik volkomen de uitspraak van de joods-Hongaarse schrijver György Konrad: “Ik hou van sommige mensen maar niet van naties. Ik hou niet van abstracties als een staat of een volk.” Nationalisme is een gif dat de rede verlamt en gevoelens van afkeer voor de andere stimuleert. Liberalisme staat dus wel degelijk haaks op nationalisme.
Mathias De Clercq Mathias De Clercq Linksmailto:schepen.declercq@gent.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|