Het tempo neemt steeds maar toe

column vrijdag 28 mei 2010

Lieven Monserez

Herman Van Veen bezong het al in de jaren zeventig: “Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelooflijke haast.” Anno 2010 lijkt het erop dat de zaken niet gekenterd zijn, wel integendeel. Zowel in het dagelijks leven als op het werk neemt het tempo alsmaar toe. Zijn we ons echter niet voorbij aan het hollen? Moeten we eens niet de tijd nemen om eens stil te staan bij de gevolgen van de versnelling, zowel voor de maatschappij als voor ons allemaal als individu? In zijn laatste boek Free To Work vestigt Jan Denys de aandacht op een problematiek die tot nu toe onderbelicht is gebleven, maar die in de toekomst zeker meer op het voorplan zal komen, die van de versnelling. Hiervoor verwijst hij naar de Duitse socioloog Hartmut Rosa. Die betoogt dat de huidige tijd niet zozeer geregeerd wordt door het geld, maar door temporele structuren die mensen ertoe dwingen voortdurend te versnellen.

De versnelling in het dagelijks leven

Zo laat de versnelling zich in het dagelijks leven voelen: we wandelen bijvoorbeeld sneller dan 100 jaar geleden. De secularisering zou hier voor iets tussenzitten. Doordat men niet meer gelooft in een leven na de dood en er dus geen tweede, en zeker geen eeuwige kans meer komt, moet men wel alles tijdens dit leven verwezenlijken. Men mag er dan ook geen gras over laten groeien. Queen verwoordde het al in 1989: “I want it all and I want it now.” Daarom willen moderne burgers het aantal intensieve leefmomenten zo veel mogelijk opdrijven, maar hierbij stoten ze onherroepelijk op grenzen (tijd, geld, slaapnood, enz.). Dit schept frustratie: er is zoveel te beleven, maar hoe intensief we ook leven, we zullen niet van alles kunnen proeven. Niettemin krijgen de kinderen van jongsaf aan de boodschap mee dat er geen tijd te verliezen is en dat men van zoveel dingen moet proeven. Hoe moet men anders aankijken tegen de race tegen de klok die zich afspeelt iedere woensdagnamiddag en iedere zaterdag, waarbij ouders hun kinderen op de achterbank van de auto van hot naar her voeren, van de sportclub naar de muziekschool of de tekenacademie en terug?

Bovendien moet er voortdurend gekozen worden. Kiezen is echter verliezen. Je kan maar één ding doen en als je voor het ene kiest, dan kun je niet meer voor andere dingen gaan. Keuzedwang wordt nu al erkend als een bron van stress. Rachel Agnew gaf dit prachtig vorm in haar schilderij “To the Funny Farm” waarmee ze de publieksprijs won tijdens de eerste editie van de Canvascollectie, de door de VRT opgezette zoektocht naar nieuw talent in de beeldende kunst. Over de betekenis van haar schilderij, waarop een vrouw gaga wordt in een rayon van een grootwarenhuis, zei Agnew het volgende: “Het gaat over angstneuroses en onze consumptiemaatschappij, maar eigenlijk is het ook heel persoonlijk. Ik heb zelf last van hyperventilatie en in grote winkels als de GB op de Groenplaats kan ik echt zot worden. Al die keuzes daar. Voor shampoo alleen al: gekleurd, gesplitst, slap... wat als je haar het allemaal heeft? En een tandpasta die je tanden witter dan wit maakt, waar hebben we dat in godsnaam voor nodig? Het is een secret fantasy om in zo’n winkel eens echt uit mijn dak te gaan, maar er zijn helaas sociale codes die je daarvan weerhouden.”

De versnelling op het werk

Ook in de wereld van het werk is de versnelling een feit. Er is nu wel meer uitdagend werk, maar hieraan zit een keerzijde: uitdagend werk vreet veel meer energie, soms te veel energie. Men kan niet blijven hollen van uitdaging naar uitdaging. Ook stopt de informatiestroom nooit. Een mens kan veel informatie verwerken, maar de verwerkingscapaciteit is eindig. Het eindstadium van een jarenlange overbelasting op het werk is vaak een burn-out. Mensen met burn-out zijn emotioneel en lichamelijk uitgeput, omdat ze al hun reserves uitgeput hebben. Hun engagement en motivatie zijn weg en ze hebben het gevoel dat ze professioneel gefaald hebben. Ze hebben ook minstens twee lichamelijke klachten (vermoeidheid, spierpijn, nekpijn, rugpijn). Burn-out is geen marginaal fenomeen. Zo zou in 1998 9% van de Nederlandse werkzame beroepsbevolking last hebben gehad van burn-outklachten. Ruim 20% van de journalisten zou een verhoogd risico hebben op een burn-out of zou er al een te pakken hebben gehad.

Door de steeds voortschrijdende versnelling is het niet te verwonderen dat we de laatste jaren zaken hebben zien opkomen als speeddating of flitsdaten. Dat is een vorm van daten waarbij men op een avond probeert om in contact te komen met zo veel mogelijk onbekende personen door maar enkele minuten per persoon uit te trekken. Er is eveneens de ‘elevatorpitch’. Dat is een wijze van presenteren waarbij men een heel idee in 30 seconden of in 100 woorden uit de doeken moet kunnen doen. Juist genoeg tijd om in een lift de baas of een investeerder van de meerwaarde van een bepaald voorstel te overtuigen. De politiek en de media hebben evenzeer af te rekenen met de versnelling: had een politicus bij de verkiezingen in 2004 nog 16 seconden de tijd om te antwoorden op een vraag van een TV-journalist, dan was dat bij de verkiezingen in 2009 verder verminderd tot 12 seconden. Nog veel minder tijd dus dan een ‘elevatorpitch’, terwijl een politicus het toch vaak over veel ingewikkelder zaken moet hebben dan een gewoon zakenidee!

Slow seks

Van de weeromstuit is de slowbeweging de laatste jaren fel in opmars als belangrijke reactie op deze versnelling. Slow food, het uittrekken van meer tijd voor de bereiding en het nuttigen van de maaltijd waarbij bij voorkeur natuurlijke producten worden gebruikt, was hier de wegbereider. Gaandeweg komen er steeds meer slow varianten. Gemeenschappelijk is de stelling dat een trager levensritme leidt tot meer diepgang en grotere levenskwaliteit. Zo is er slow travel: in plaats van te hollen van de ene naar de andere bezienswaardigheid blijft men op dezelfde plaats en verkent men de plaatselijke omgeving, waarbij men probeert om zo veel mogelijk in contact te komen met de lokale bevolking. Er is eveneens het Nederlandse managementtijdschrift Slow Management. Dat breekt in zijn laatste nummer een lans voor slow learning: je kan pas echt goed je job doen als je eerst de nodige tijd hebt gehad om je in te werken en gaandeweg ervaring op te doen. En o ja, er is ook nog slow seks, een oproep om seksualiteit respectvol en met gevoel voor genegenheid te beleven, wars van elk prestatiedenken (zie ook http://www.slowsex.nl). In zijn boek Free To Work breekt Jan Denys een lans voor de slow career. Snel leven en werken is leuk en opwindend. Nu en dan een stap terugzetten kan echter geen kwaad. Meer zelfs, wat gas terugnemen is zelfs noodzakelijk als we het snelle tempo – de versnelling zal toch niet vertraagd kunnen worden – langere tijd vol willen houden en de balans in evenwicht willen hebben. De boog kan inderdaad niet altijd gespannen staan.

Stof tot nadenken

Om deze reden vindt Jan Denys – in mijn ogen terecht – dat de vele mogelijkheden die werknemers in België hebben om de loopbaan te onderbreken een pluspunt is van de Belgische arbeidsmarkt. Deze loopbaanonderbrekingen of tijdskredieten kunnen rustpunten zijn te midden van een loopbaan die snel verloopt en veel energie vraagt van mensen. Er kan dan niet alleen uitgerust worden. Er kan ook ruimte zijn voor zaken waar men anders door de drukke baan niet toe komt. Deze periode kan eveneens gebruikt worden om de loopbaan te heroriënteren.

Nu valt het echter te vrezen dat deze rustpunten één van de vele dingen zijn die zullen sneuvelen in het kader van de 22 miljard euro besparingen die de Belgische overheden tegen 2015 moeten realiseren om het begrotingstekort tot aanvaardbare proporties terug te brengen. Tot dergelijke besparingsmaatregel zou wel eens snel kunnen worden overgegaan, omdat men het probleem van de versnelling op het werk niet onderkent of het aanziet als een luxeprobleem. Als men echter mensen langer aan het werk wil houden – wat één van de beste maatregelen is om iets te doen aan begrotingstekorten en een betaalbare sociale zekerheid – zal men juist verder oog moeten hebben voor de noodzaak van voldoende rustpunten gedurende de loopbaan. Men kan toch bezwaarlijk verwachten dat de periode van hollen die zich nu grosso modo tussen 25 en 45 jaar situeert – de hyperactieve fase waarbij men hard werkt, een gezin sticht en een huis bouwt – zou gaan gelden tot aan de leeftijd van 65 jaar. Riskeert men dan niet meer een toename van het aantal ziekte- en invaliditeitsuitkeringen in plaats van een stijging van het aantal werkenden?

Loopbaanonderbreking en tijdskrediet lossen echter het probleem niet fundamenteel op. Is het kernprobleem niet veeleer dat we alles tegelijkertijd nastreven: én een boeiende baan die liefst ook nog een aardige cent opbrengt, én een hechte relatie, én een warm gezinnetje, én tijd voor hobby’s, familie en vrienden, én verre en lange reizen? Zou een echte oplossing al niet een stukje dichterbij komen, als we zouden beseffen dat echte vrijheid niet betekent dat men alles tegelijkertijd kan hebben zodat men niet hoeft te kiezen, maar wel dat men bewust kiest om een aantal zaken niet te hebben om dan des te meer te kunnen genieten van de zaken waarvoor men wel gekozen heeft? Minder, maar beter? Minder kwantiteit, maar meer kwaliteit? Minder vluchtigheid, maar meer diepgang? Dat zijn misschien geen gemakkelijke keuzes, maar wie heeft er ooit beweerd dat vrijheid gemakkelijk is; boeiend en interessant echter des te meer.



Lieven Monserez

Lieven Monserez

Links
mailto:lmonserez@laga.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be