|
We zouden ze ondertussen al moeten kennen de taferelen. De kenmerken zijn de volgende: in land X wint een extreem- rechts en/ of rechts- populistisch politicus de verkiezingen, op welk bestuursniveau dan ook, en de volgende dag wenen de verzamelde, politiek correcte, pers en politieke wereld dikke tranen. Het komt ons evenwel van langs om meer voor dat dit in hoofdzaak krokodillentranen zijn, je weet wel, dat soort tranen dat men plichtmatig stort, om vervolgens terug over te gaan tot de orde van de dag. Business as usual, weet je wel? Ons inziens zal men de opmars van deze partijen en partijtjes evenwel niet stoppen, wanneer men niet eindelijk drie dingen doet: de oorzaken van het probleem opsporen, oplossingen uitwerken, en een en ander nog menen ook. Wat het eerste betreft denken we dat er een aantal oorzaken te vinden zijn, die in essentie evenwel draaien rond een tweetal elementen. Het eerste punt is dat mensen niet graag veranderen, ja zelfs, als het ware van nature uit, een beetje conservatief zijn. Dit is begrijpelijk: veranderen veronderstelt, al dan niet positieve, actie, en moed, want het is altijd veel gemakkelijker om zich te conformeren aan wat bestaat en algemeen aanvaard is, dan om nieuwe denkbeelden te ontwikkelen en actief te promoten. Daarbij komt ook nog eens de meer algemene bedenking dat verandering kan betekenen dat je het beter zal krijgen, maar ook dat je potentieel slechter af zal zijn na de verandering, en weinigen voelen er veel voor om in het tweede scenario mee te spelen, en weinigen voelen zich dus ook geroepen om wat we het 'risico van de verandering' zouden kunnen noemen, te nemen. Mensen zijn in de eerste plaats uit op zekerheid en stabiliteit, twee waarden die, na het einde van de Koude Oorlog, steeds minder voor handen lijken te zijn. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de mondialisering die tot gevolg kan hebben dat bedrijven als het ware van de ene dag op de andere naar de andere kant van de wereld verhuizen, of de toenemende flexibiliteit op de arbeidsmarkt, met steeds meer kort lopende contracten en/ of interimarbeid, die voor gevolg hebben dat mensen geen werkzekerheid meer hebben. Los van de vraag naar de economische vraag naar deze verschijnselen, die goed gefundeerd en noodzakelijk kan zijn, bijvoorbeeld omdat ze het gevolg zijn van te rigide arbeidsmarktstructuren, is het een feit dat de burgers hierdoor in hun existentiële zekerheid worden aangetast. Welke zekerheid, en eraan gekoppeld, stabiliteit, heb je immers nog wanneer je nooit zeker kan zijn dat je morgen nog een job hebt? Een tweede vorm van existentiële zekerheid, is de vraag naar veiligheid. Immers: wie wil er niet buiten kunnen komen zonder zich voortdurend te moeten afvragen of hij niet ge-car-jacked, ge- home-jacked, of gewoon aangerand zal worden. Criminaliteit en alles wat daarmee te maken heeft, is dus ook een zekere vorm van bedreiging van zekerheden en stabiliteit, en het feit of het hierbij al dan niet om een subjectief onveiligheidsgevoel gaat doet niet ter zake, wat ter zake doet is dat het gevoel er is. Een tweede element, is dat van de 'grote verhalen', de ideologieën van weleer die na het einde van de Koude Oorlog, en de uitschakeling van (extreem-) links, in de verdrukking zijn gekomen. Plots was er een consensus over het feit dat de markt gewonnen had, en dat de liberale waarden superieur en eeuwigdurend waren. Het gevolg was dat quasi elke partij hetzelfde begon te zeggen, en dat ze zich allemaal op de centrum- kiezers richtten. Het gevolg was kleurloosheid alom, een absoluut gebrek aan grote tegenstellingen en de eraan gekoppelde polarisatie. Het gevolg was dat de burger het gevoel kreeg dat de politici 'toch allemaal dezelfden' waren. In zo'n klimaat is het natuurlijk niet moeilijk om te begrijpen dat extremistische partijen en groeperingen, eerst langs rechts, maar sinds 1999 ook weer steeds meer langs links (zie in dit verband de 'anders- globalisten'), een gat in de markt zagen, en plotsklaps veel aanhang kregen. Op de keper beschouwd waren zij immers de enigen die een alternatief boden. De vraag of het een geloofwaardig alternatief was, stond en staat daarbij niet centraal, enkel het feit dat er een was/ is. Dat die oude 'grote verhalen' het niet meer deden is ons inziens ook niet correct, en dit kunnen we bijvoorbeeld gemakkelijk aantonen met de verwijzing naar onze eerste existentiële angst: die van de werkzekerheid c.q. bestaanszekerheid. Dit is eigenlijk niet meer dan de oude socio- economische (links/ rechts) breuklijn tussen enerzijds de werknemers, die een (liefst goed betalende) job willen op lange(re) termijn, en de werkgevers die roepen om meer vormen van flexibiliteit (qua verloning, contracten, werktijden e.d.m.) om (meer) winst te kunnen maken. Hoe moeten we hier nu op inspelen? Ons inziens is het antwoord gelegen in communicatie en democratie Hiermee bedoelen we een bottom- up communicatie en democratie, in plaats van de vigerende top- down democratie (partijen beslissen wat goed is voor de mensen en rammen dat er vervolgens door, wat ze in staten waar men met het natie- begrip werkt juridisch trouwens ook perfect mag doen) en communicatie. Meerbepaald bedoelen we een communicatie waarbij politici actief gaan luisteren naar de mensen, wat niet wegneemt dat ze een eigen mening mogen hebben, en die ook mogen communiceren, en waarbij ze niet enkel akte nemen van de wensen van de bevolking, maar waarbij ze er ook effectief rekening mee moeten houden, en dat laatste brengt ons dan weer onmiddelijk bij het concept bottom- up democratie, namelijk: de burger die misschien wel niet zelf bestuurt maar die wel duidelijk de lijnen van het bestuur trekt (stuurt), we doelen hiermee natuurlijk op referenda, en dan meerbepaald op het Volksbegehren. Het voordeel is duidelijk: als grote (en waarom ook niet minder grote, maar daarom voor de mensen, rond wie het in de politiek toch dient te draaien, niet minder belangrijke) thema's in referenda beslecht worden, dan is men van twee dingen zeker: er zal weer polarisatie zijn, en poltici zullen dus weer kleur moeten bekennen (er zullen dus weer alternatieven zijn!), en men zal zeker zijn dat beslissingen (idealtypisch) écht door een meerderheid van de bevolking worden gedragen, iets wat nu niet steeds het geval is. Het vermeende nadeel is dat, en dat blijkt uit de praktijk in bijvoorbeeld Zwitserland, landen met dergelijke systemen op een aantal vlakken eerder conservatief stemmen, in die zin dat het er soms langer duurt dan in andere landen om bepaalde punten goedgekeurd te krijgen. Dit laatste is evenwel weer gekoppeld aan de hogerop vermelde zekerheid die mensen willen en die maakt dat ze eerder terughoudend zullen stemmen. Omgekeerd is het natuurlijk wel zo dat politici in die omstandigheden meer en vooral beter met de mensen zullen moeten communiceren, om ze te overtuigen van het nut van vooruitgang/ vernieuwing op bepaalde vlakken, en om hun onzekerheid met betrekking tot die vernieuwing weg te nemen. Kortom: gedaan met vluchten, en palaveren: meer democratie en meer communicatie zijn geboden. Dirk Moyaert |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|