|
De laatste jaren is er steeds meer te doen rond de zgn. Tobin Tax (naar James Tobin), die tot doel heeft om via een (kleine) belasting op speculatieve kapitaalbewegingen geld te genereren dat dan gebruikt kan worden om de ergste noden in de Derde Wereld te lenigen. Daarnaast beoogt zij ook de wisselkoersschommelingen in toom te houden en wil zij de grote specu-lanten beletten om financiële ravages aan te richten zoals in de Aziatische crisis van 1997, waar massale speculatie tegen de Thaise Bath, die aan de dollar gekoppeld was, tot gevolg had dat de Thaise Nationale Bank moest devalueren, waarop zij alle andere munten van Zuid- Oost Azië meesleurde. De crisis sloeg vervolgens ook over op Zuid- Amerika en Rusland en men slaagde er maar net in te voorkomen dat de crisis ook zou toeslaan in Europa en de Verenigde Staten. Op een gespreksavond stelde professor Degrauwe (tevens Senator voor de VLD en voorzitter van de Senaatscommissie die zich over de Tobin tax buigt) dat het tweede doel niet gehaald zou worden. Immers, het enige wat je zal bereiken met een dergelijke tax, is dat de markt dunner wordt, maar dat wil daarom nog niet zeggen dat de wisselkoersen minder zullen schommelen. Integendeel zelfs, het zou kunnen dat ze net nog meer zullen schommelen aangezien enkel de hele grote spelers op de markt zullen overblijven. Het derde doel, nl. het straffen van de speculanten omwille van het feit dat ze speculeren, zal ook maar ten dele bereikt worden, en de kans is zelfs groot dat men de verkeerde mensen gaat straffen. Immers, de grote speculanten, diegene die men met de Tobin tax wil treffen, hebben instrumenten en technieken, waarmee zij de Tobin tax kunnen omzeilen (voor een groot stuk) aldus prof. Degrauwe. Wie zal er dan getroffen worden? De burgers die bijvoorbeeld op reis gaan naar het buitenland en die daarbij, als ze hun Euro's omzetten in bvb. dollars meer zullen moeten betalen. Het eerste doel, nl. het aanleggen van een geldpot die doorgestort kan worden naar de Derde Wereld zal daarentegen wel bereikt worden. De vraag die zich hier evenwel stelt is of de Derde Wereld niet meer gediend zou zijn met een opgooien van de markten in het noorden voor hun producten. Immers, alle initiatieven in de WTO ten spijt, of misschien zelfs als een gevolg van deze initiatieven (we denken hierbij aan het textielakkoord dat in het kader van de GATT/ WTO gesloten werd en dat er op neer kwam dat de liberalisering van de textielmarkt werd uitgesteld teneinde de textielsector in het Noorden, die niet kan concurreren met die van het Zuiden nog een tijdje langer te kunnen beschermen), stellen we vast dat er nog een heel grote mate van protectionisme is van het Noorden (vooral Europa, de Verenigde Staten, etc.) ten opzichte van het Zuiden. Volgens prof. Degrauwe is het duidelijk dat het openstellen van onze markten voor de producten van de landen van het Zuiden hen veel meer zouden opbrengen dan hetgeen ze zouden krijgen via de Tobin tax. Zo weten we allemaal dat men in de landen van het Zuiden een groot concurrentievoordeel heeft ten opzichte van het Noorden, en dat is dat zij met velen zijn die werken tegen lage lonen (waarmee niet gezegd zij dat zij voor hun plezier tegen een laag loon werken), waardoor zij een concurrentieel voordeel hebben in de productie van arbeidsintensieve goederen (zoals kleding, landbouwproducten (sommige), etc.) Wanneer we dus onze markten voor hen zouden opengooien, zouden ze, ingevolge de werking van de markt, veel van die arbeidsintensieve goederen die zij goedkoop kunnen produceren naar het Noorden kunnen exporteren, waar ze, bij afwezigheid van (of bij aanwezigheid van (zeer) lage) tolmuren gretig gekocht zouden worden, want ze zouden goedkoper zijn dan de substituten die we zelf produceren. Hierdoor zouden de binnenlandse producenten van die goederen natuurlijk hun omzet sterk zien dalen, met alle gevolgen vandien inzake tewerkstelling e.d.m. in die sectoren in het Noorden. Door die export van het Zuiden naar het Noorden, zouden die landen natuurlijk ook aan deviezen geraken en zouden zij, indien de spelregels gaandeweg niet weer in hun nadeel worden veranderd (bijvoorbeeld plotse eisen inzake de productie,...), zichzelf stilaan maar zeker kunnen beginnen ontwikkelen. Immers, meer inkomsten betekent dat er werk kan worden gemaakt van een misschien zelfs democratisch functionerend staatsbestel (dat zou in heel wat gevallen ook wel eens een welkome afwisseling zijn), van onderwijs, van (aanvankelijk minimale) gezondheidsvoorzieningen, etc. Hierdoor kan dan een dynamiek op gang komen waardoor de maatschappijen in het Zuiden langzaam maar zeker kunnen groeien. Ook hun economieën zouden verder kunnen groeien, gemoderniseerd kunnen worden,... (op termijn zou dat dan ook weer leiden tot een verhoging van de levensstandaard, de lonen,...) Dit alles kan natuurlijk maar geschieden, wanneer we de protectionistische muren die we rond het Noorden hebben opgetrokken om de belangen van een aantal groepen te dienen slopen en de landen uit het Zuiden een eerlijke kans geven om op onze markten actief te zijn. Op die manier kan er misschien een structurele ontwikkeling van het Zuiden op gang komen ,en moeten we niet langer teruggrijpen naar lapmiddelen à la Tobin tax, die het echte probleem uit de weg gaan. Misschien zou er eens iemand moeten nagaan wie er voor de Tobin tax ijvert (politieke partijen en drukkingsgroepen; vakbonden bijvoorbeeld) en welke belangen zij dienen door net niet voor handelsliberalisering te kiezen, maar wel voor de Tobin tax, waardoor ze een aantal, voor hun, heikele punten uit de weg gaan (wie wordt er immers het slachtoffer van het openstellen van onze markten, de textielarbeider in India of Mia De Vits?). Deze persoon weze zich wel bewust van het feit dat hij dan politiek uitermate incorrect zal zijn (wat niet goed in de markt ligt), en mag zich tevens aan een aantal roodgroene banbliksems verwachten (binnenkort ook blauwe?). |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|