Het voordeel van de activiteitencoöperatieve

column vrijdag 09 juni 2006

Jan Pille

In het hoofdkantoor van de KBC te Brussel, grenzend aan de gemeente van burgervader Philippe Moureau en vaak ook pejoratief het Belgische Marrakech genoemd (Sint-Jans Molenbeek), vond dinsdag 7 juni een studienamiddag plaats onder de noemer ‘Activiteitencoöperaties. Een hefboom tot ondernemen en tewerkstelling?’ (Coopératives d’activités. Un levier pour l’entrepreneuriat et l’emploi’). In een stad die met een torenhoge werkloosheid kampt en waar een heel deel van de bevolking op de reguliere arbeidsmarkt geen plek vindt, waait het idee van begeleid zelfstandig ondernemen als alternatief voor de werkloosheid (& loondienst, zwartwerk,…) als een frisse wind doorheen mijn soms bezorgde Brusselse haren.

Maar het gaat hier niet enkel over de mogelijkheden die het systeem van de activiteitencoöperatieven voor Brussel biedt. Het is een Europese wind die in België voor het eerst in Charleroi (www.azimut.cc) neerstreek en sindsdien elders in Wallonië en Vlaanderen navolging kreeg. Het past ook in het kader van het Lissabon-verdrag dat de Europeanen er onder meer toe wil aanzetten meer en innovatiever te ondernemen. En er is werk aan de winkel. In opdracht van de Universiteit Gent en de Vlerick Management School onderzocht het Steunpunt Ondernemerschap de ondernemingsactiviteiten van de bevolking binnen een aantal Europese landen. De Total Entrepreneurial Activity-Index (TEA-index) van Vlaanderen bedraagt 3,7. Het Belgisch gemiddelde is 3,9. Met dat cijfer bevinden we ons achteraan het Europese peloton en het is het laagste van de ons omringende landen. Bovenaan de Europese lijst staan het Verenigd Koninkrijk met 6,2 en Ierland met 9,8. Om het contrast helemaal duidelijk te maken geef ik u ook de TEA-index van de Verenigde Staten mee : 12,4.

Het zou echter een illusie zijn om te denken dat enkel het systeem van de AC als remedie tegen dit lage cijfer zal volstaan. In die zin kan ik een aantal uitspraken van Unizo-Limburg in Het Belang van Limburg (06-06-2006) over het belang van de reguliere economie versus de sociale economie bijtreden. Zo wil Unizo-Limburg initiatieven uit de sociale economie best steunen, maar die sociale economie mag niet als excuus gaan dienen om de uitdagingen waarvoor de reguliere economie staat, uit de weg te gaan. Het federale België is dan ook dringend toe aan een verandering van zijn arbeidsbestel in diepte en breedte. Het is een mantra die we al een tijd horen, maar die blijkbaar nog vele malen herhaalt moet worden opdat de daad bij het woord gevoegd wordt.

Een aantal initiatieven die zich binnen het brede kader van de sociale economie ontwikkelen, kunnen hierbij wel een belangrijke rol spelen. Een luis in de pels dus, zoals het systeem van de AC dat misschien wel is. Een AC biedt iemand de kans om een onderneming op te zetten zonder daarbij onmiddellijk onderworpen te zijn aan de risico’s die met het zelfstandig ondernemerschap gepaard gaan. Zo is het mogelijk voor een werkloze om er gedurende de afgebakende periode van één jaar zijn kansen op slagen te testen. Hij begint er als loontrekkende waarbij de AC instaat voor een minimuminkomen, al dan niet aangedikt op basis van de geleverde prestaties. Hoe succesvoller de ondernemer, des te groter zijn ‘winst’, hier in termen van loon, zal zijn. In principe zorgt de ‘ondernemer in loondienst’ dus voor zijn eigen inkomen, maar de facturatie gebeurt op naam van de activiteitencoöperatieve die het dan als loon aan de betrokkene doorgeeft. Een AC heeft ook een aantal werknemers in dienst die instaan voor de begeleiding van de zelfstandigen in spe. Hun lonen worden, met uitzondering van een startsubsidie vanuit de federale regering, door de respectieve Gewesten gefinancierd. Deze werknemers bieden de betrokkenen hulp bij de opmaak van contracten, kredietaanvragen, het opmaken van de boekhouding, enz…

Bijzonder is vooral het feit dat de ondernemer/werknemer van een AC op het einde van zijn jaar een aantal mogelijke vervolgpistes heeft. Indien zijn zaak levensvatbaar blijkt, zal hij, zoals normaal het geval is, ten volle onder het statuut van zelfstandig ondernemer werken met alle mogelijkheden en vrijheden, maar ook risico’s van dien. Uit de jonge ervaring van de AC’s in België blijkt dat deze stap niet altijd gezet wordt. Toch vinden heel wat deelnemers, op basis van hun verworven competenties achteraf een plek als werknemer op onze arbeidsmarkt. Er zijn er ook een aantal die met een bepaalde studie aanvangen. Slechts een kleiner deel keert achteraf terug naar het statuut van de werkzoekende en heeft dan nog steeds recht op een werkloosheidsuitkering. Dat is in het kort hoe een AC werkt.

Positief is in elk geval dat het merendeel van de deelnemers na het jaar niet terug in het werkloosheidsstatuut terecht komen. De vaststelling dat niet allen als zelfstandig ondernemer verder gaan, wordt verzacht door de algemene activeringsgraad die bereikt wordt. De vraag die echter bij dit alles vaak gesteld wordt, is die van de eerlijkheid van het systeem ten opzichte van die zelfstandigen die het allemaal zonder deze beschermende maatregelen hebben moeten rooien en bij mislukking niet konden terugvallen op het vangnet dat het statuut van de loontrekkende biedt.

Dat is een terechte opmerking, maar in een land waar voor heel wat mensen de stap naar zelfstandig ondernemersschap te veel risico inhoudt, biedt het wel een unieke kans. Peter De Bruyn, voorzitter van de Vlaamse activiteitencoöperaties, begon zijn verhaal met een concreet voorbeeld. Een man die jaren voor Philips had gewerkt en een voor de arbeidsmarkt ‘oncompetitieve’ leeftijd had bereikt, kwam met al zijn ervaring in aanmerking om zelf een zaak op te richten. De man blijkt echter de kostwinner te zijn voor een gezin met twee kinderen. Die kost kwam nog enkel van een werkloosheidsuitkering die onmiddellijk zou wegvallen op de dag dat de man zijn statuut als zelfstandige verkrijgt. De AC bood hem de kans dat directe risico te vermijden en zijn kunnen tijdens een ‘proefperiode’ in een eigen zaak te bewijzen. En wat met de nieuwkomer die in zijn land van herkomst als ondernemer aan de kost kwam en hier in België die energie best wel in een nieuwe zaak wil steken? Hier spelen heel wat andere barrières. De betrokkene beheerst de taal nog niet genoeg, kent helemaal onze systemen niet en zou dus eerst heel wat opleidingen moeten doorlopen om op ‘gelijke’ voet met een autochtoon te komen. Ook hier kan de AC een goed omkadering bieden. En al doende leert men toch sneller, niet?

Er zijn uiteraard nog heel wat vragen bij het systeem van de AC en de verschillende werkingen bevinden zich nog in een embryonale fase, maar het loont toch de moeite om het een kans te geven. Verschillende instanties zoals de VDAB, Syntra en Unizo kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Zoals Fons Leroy, adminstrateur-generaal van de VDAB het scherp stelde, komt het er in België op neer om op alle mogelijke manieren de afstand tot de reguliere arbeidsmarkt te verkorten. Dat we daarbij voor specifieke doelgroepen die hun ondernemingskwaliteiten willen ontwikkelen een speciale inspanning doen en hen binnen een beperkt tijdskader wat meer in bescherming nemen, lijkt me een klein offer, ook voor een liberaal. Zeker in onze steden waar heel wat mensen niet over de juiste papieren beschikken om als loontrekkende aan de slag te gaan, biedt het ondernemerschap een boeiend perspectief.

Zoals gezegd ligt de grote uitdaging in de algemene hervorming van onze arbeidsbestel, zodanig dat onder meer de TEA-index van België vergroot wordt en dus meer Belgen de stap naar het ondernemersschap willen en durven wagen. Het is niet voor niets dat Ierland en de Verenigde Staten op dat punt beter scoren. U zal mij niet horen beweren dat deze landen het paradijs op aarde betekenen, maar met al hun gebreken slagen ze er wel beter in om die innovatieve menselijke kracht waarnaar de Europese Unie verwijst, te laten opborrelen.

In de AC komen vele knelpunten en uitdagingen met betrekking tot ons arbeidsbestel samen en worden er ook op mensenmaat oplossingen geboden. Daardoor zou de AC en de ervaring die er wordt opgedaan wel eens heel inspirerend kunnen werken om de bredere denkoefening over ons arbeidsbestel tot een goed en vooral praktisch werkbaar ‘einde’ kunnen brengen.



Jan Pille

Jan Pille

Links
http://www.coopac.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be