Het feminisme zit in het defensief. De strijd is gestreden. Of toch niet? Met die vraag worstelde de 39ste vrouwendag. We hoorden een gezellige veelheid aan stellingen, maar een duidelijke lijn ontbrak. Natuurlijk heeft iedereen recht op een mening, maar als de enige gemene deler in het feminisme ‘vrouw zijn’ is, heb je een probleem. Feminisme heeft slechts zin als ze een duidelijk denkkader hanteert en resultaten boekt. Anders gaan we achteruit in plaats van vooruit. Neem bijvoorbeeld de kwestie van vrouwen en islam. Vrouwenrechten en mensenrechten zijn onlosmakelijk verbonden. Toch wordt nog vaak de indruk gewekt dat mensenrechten iets zijn waaruit ‘geshopt’ kan worden. Het pleidooi tegen een algemeen boerka-verbod past in die logica. Een verontwaardigde Eva Brems maakte zich boos omdat gendergelijkheid wordt ‘misbruikt’ door de voorstanders van het boerka-verbod. Vrouwen zijn volgens Brems vrij om te kiezen en een wetgever mag hun vrijheid niet inperken door voor te schrijven hoe ze zich (niet) mogen kleden. Niets is minder waar. Een algemeen verbod op het dragen van een boerka in openbare ruimte is géén aanslag op vrouwenrechten. Het dragen van een boerka in publieke ruimte is een aantasting van de menselijke waardigheid en aldus in strijd met de Rechten van de Mens, inclusief de vrouw. Een van de kernwaarden van mensenrechten is immers de principiële gelijkheid van alle mensen. Op dat recht kunnen alle mensen aanspraak maken en het houdt ook in dat iedereen de plicht heeft dat bij een ander te erkennen. Er moet dus wederkerigheid bestaan in de contacten van mens tot mens in de publieke ruimte. Als een persoon mijn gezicht kan kennen en herkennen, heb ik ook het recht om het gezicht van die persoon te kennen. Ik sluit me aan bij Etienne Vermeersch als die stelt dat wie die erkenning weigert, zich onttrekt aan normaal intermenselijk contact en zo de menselijke waardigheid aantast. Bovendien zijn er ongetwijfeld vrouwen die de boerka vrijwillig dragen, net zoals het vaststaat dat er vrouwen zijn die dat onder dwang van echtgenoot of omgeving doen. Deze dwang zal alleen toenemen naar mate het aantal boerka’s of niqabs stijgt. Alleen een algemeen verbod kan deze aantasting van de menselijke vrijheid uitschakelen. Als het feminisme een toekomst wil, moet het duidelijker zijn over moeilijke maatschappelijke problemen. Het lijkt me alvast een goede zaak om het wetsvoorstel dat kleding verbiedt die het gezicht geheel of grotendeels verbergt, opnieuw in te dienen. Tweede voorbeeld: vrouwen en de verdeling van zorg. Ook op dat punt blijft het feminisme onduidelijk. Waar vroeger zorg onterecht werd afgewezen, wordt het vandaag vaak misplaatst omarmd. In het programma Reyers Laat getuigde een fiere minister over de nood aan vijf maanden zwangerschapsverlof. Natuurlijk ontkent niemand de nood aan een band tussen ouders en kinderen. Maar is vijf maanden betaald moederschapsverlof het juiste antwoord? Moederschapsverlof is er immers alleen voor moeders. Vaders moeten zich tevreden stellen met 10 dagen. Nochtans heeft dat verlof niks te maken met fysieke ongemakken. Daarvoor volstaan – gemiddeld genomen – een aantal weken. Het heeft te maken met de zorg voor een pasgeboren baby en de band die je met je kind kan opbouwen. Is het niet vreselijk dat we daarvoor als overheid alleen naar moeders kijken? Dat we er op die manier een zorgpatroon opleggen en betuttelen? Een modern feminisme moet ervoor strijden om in de regelgeving die de overheid oplegt, vrijheid te laten. Laat mensen zèlf keuzes maken. Om verlof flexibel op te nemen bijvoorbeeld. Of om het te verdelen tussen beide partners. Er zijn nog tal van andere voorbeelden waar de overheid kansen kan geven in plaats van conservatief te zijn. De pensioensplit, bijvoorbeeld. Of de focus op talent en competentie in plaats van op ‘relevante ervaring’ om promotie te kunnen maken. Het inzetten op meisjes en wetenschap. Ook het streven naar topfuncties past in die rij. In het hoger onderwijs zitten evenveel meisjes als jongens. Meisjes halen betere resultaten. Mannen en vrouwen beginnen met evenveel enthousiasme aan een job. En toch moeten we na een jaar of 10 vaststellen dat het vrouwelijk talent verdwenen is? In het beste geval zijn vrouwen ‘er-even-tussen-uit’. Maar alsof hun talent en scholing met het baren van een kind verdwijnen, raken ze nadien zelden nog aan de top. Dat soort problemen verdwijnt niet vanzelf. Je hebt er een veelheid van praktische oplossingen voor nodig en taboes – zoals de invoering van quota – zijn uit den boze. Het uitgangspunt van vrouwendag is juist: er is een toekomst voor feminisme, om de simpele reden dat er nog heel wat onrechtvaardigheden zijn. Maar de problemen zijn erg verscheiden en vaak minder zichtbaar - bijna onderhuids. Discriminatie bestaat, maar is steeds moeilijker aan te pakken. Als het feminisme een toekomst wil, moet het stoppen met diffuse boodschappen à la ‘vrouwen kiezen zelf voor een hoofddoek’, ‘ik heb geen dienstencheques nodig ‘ of ‘het glazen plafond is een verzinsel’. We hebben in dit land minder Oprah nodig (praten en het hart luchten) en meer Hillary of Angela (duidelijkheid en resultaat). Alleen dan heeft het feminisme een toekomst. Gwendolyn Rutten Gwendolyn Rutten Linksmailto:gwendolynrutten@yahoo.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|