Ik ben geen racist, zei de topadvocaat. Strafpleiter is hij. Van een man met zo een stiel verwacht je geen vooroordelen of etiketten. Het is immers bij uitstek zijn stiel om iedereen als individu te verdedigen en een kans te geven. De stigmatisering te doorprikken. Gevoel voor dramatiek ontbreekt hem alvast niet. Om het in een door hem aanvaarde taal te zeggen ‘never a second chance to make a first impression’. Dus gaf hij en interview met daarin een ‘ideetje’. En ook al gruwelt men bij de NVA van ideetjes - zeker als die niet passen in het juridische kader en vallen buiten de strikte bevoegdheidsverdeling - ik vraag me af of (een deel van) de partij met dit idee echt ongelukkig was? Weg met de vermaledijde franse les op school! Lang leve het Engels! zo riep de strafpleiter de Vlaamse buik achterna. De internetpolls die volgden, bevestigden de grondstroom. ‘Wij spreken voor 80 procent van de Vlamingen’ weerklonk het al gauw in de wandelgangen. Ik dacht eerst dat het om een late aprilgrap ging. Maar bij het lezen van het artikel verging het lachen mij bijzonder snel. Niet omwille van het voorstel. Een democratie heeft voorstellen nodig en leeft van debat. Van ja maar en neen want. Ik ben een groot voorstander van meertaligheid, liefst van kleins af aan. Ik ben blij dat ik naast Engels ook Frans en Nederlands spreek. En een mondje Duits en Italiaans. Want in een wereld waarin iedereen Engels spreekt, maak je met meertaligheid het verschil. Dat ik met de strafpleiter van mening verschil over taalonderwijs is dus niet het punt. Maar dat door dit debat iedereen voorbij dreigt te gaan aan het wereldbeeld, het tribalisme en racisme waarin zijn verhaal geworteld is, dàt stuit me tegen de borst. Leest u even mee: “Weet u dat het Vlaams woningfonds zelfs leningen uitdeelt aan bijvoorbeeld Franstalige Zwarten in Asse? Het gaat er mij niet om dat die mensen zwart zijn, het gaat er mij wel om dat zij de verfransing nog versnellen. De Vlaamse regering subsidieert via het Vlaams Woningfonds de verfransing in de Vlaamse rand. Het natuurlijke milieu van de oorspronkelijke inwoners wordt door dit soort leningen verstoord.” Ja, ja. Het natuurlijk milieu van de oorspronkelijke inwoners wordt verstoord door Franstalige zwarten en dan deelt de overheid daar nog leningen aan uit ook! Met onze centen. Zijn we in Vlaanderen nu helemaal zot geworden? Onze leningen met ons belastingsgeld, die mogen alleen dienen voor onze oorspronkelijke blanke Vlamingen, aldus de strafpleiter (wiens beroep zoals gezegd in essentie een strijd tegen vooroordelen inhoudt.) Wat hier staat is geen aprilgrap. Integendeel. Carnaval is voorbij en de maskers vallen af. Onze democratie indachtig, mag de strafpleiter vinden dat aan leningen van het Vlaams Woningfonds voorwaarden moeten opgelegd worden. Een inspanning moet leveren om Nederlands te leren, bijvoorbeeld. Maar voorwaarden moeten wel zo opgevat zijn dat iedereen gelijke toegang tot het woningfonds heeft. Discriminatie is onaanvaardbaar in onze rechtsstaat. Niet op basis van huidskleur, niet op basis van moedertaal en ook niet op basis van afkomst. Niet en nooit. De strafpleiter heeft er een principieel probleem mee dat Franstalige zwarten een lening van het woningfonds krijgen. Wat stoort hem in deze? Het feit dat het om een Franstalige gaat? Of om een zwarte? Of is het de combinatie van Franstalig en zwart die hem in de ogen van de strafpleiter uitsluit van de mogelijkheid om Nederlands te leren en aan de criteria te voldoen? Als er een overtreffende trap zou bestaan van vooroordelen, dan heeft de strafpleiter hem hier getoond. Het hele artikel is gedrenkt in een retoriek die overloopt van tribalisme en wij-zij denken. De manier waarop de strafpleiter spreekt over burgers - mensen - in dit land doet mij walgen en maakt mij bang. Bang omdat we de ‘oorlogstaal’ die de strafpleiter gebruikt als vanzelfsprekend gaan beschouwen. Dat we er niet meer over vallen. Dat het normaal begint te worden om mensen omwille van hun taal tegen elkaar op te zetten. Overdreven, zegt u? Lees nog eens rustig onderstaande passage. ”De Vlamingen moeten ophouden met de zweep te weven die hen al 180 jaar slaat. (...) Zij provoceren ons, brave Vlamingen, omdat ze weigeren onze taal te leren. Van onze vriendelijkheid maken zij een recht. Zij oogsten wat ze gezaaid hebben. Dat ik dit voorstel doe, is niet de fout van de Vlamingen, maar van de Franstaligen.” Dit is ‘oorlogstaal’ zoals we die zouden lezen in het conflict tussen Hutu’s en Tutsi’s. Maar niet in ons land. En al helemaal niet in mijn naam.
Gwendolyn Rutten Gwendolyn Rutten Linksmailto:gwendolynrutten@yahoo.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|