De strijd tegen ongelijkheid in het onderwijs

column vrijdag 10 december 2010

Sofie Bracke

In de pers verscheen een rapport van de VN-kinderrechtenorganisatie Unicef over de ongelijkheid tussen kinderen en dit in 24 welvarende OESO-landen. België slaat in dat rapport maar een belabberd figuur. “Vooral op het vlak van onderwijs laat België de zwakste kinderen ver achterop raken” (zie De Morgen van 3 december 2010).

Liberalen gaan uit van de kracht van individuen en willen mensen ‘empoweren’, sterker maken, in staat stellen hun eigen toekomst te bepalen. Savator Fernando verwoordt het in zijn boek De waarde van opvoeden. Filosofie over onderwijs en ouderschap als volgt: “Desalniettemin valt niet te ontkennen dat de belangrijkste erfenis die we van onze ouders meekrijgen de sociale omstandigheden zijn waarin wij opgroeien. En deze omstandigheden beginnen bij onze ouders zelf. Hun aanwezigheid (of afwezigheid), hun zorgzaamheid (of zorgeloosheid), hun culturele niveau en hun slechte of goede voorbeeld vormen opvoedkundig en educatief gezien een veel hechtere erfenis dan de biologische bouwstenen waaruit we zijn samengesteld”.

En toch moeten vaststellen dat in een land als België anno 2010 de toekomst van een kind grotendeels wordt gedetermineerd door waar zijn wieg staat, wie zijn ouders zijn en dan blijkbaar vooral of die ouders al dan niet werkloos zijn. Het doet ons mens- en wereldbeeld wankelen. We verliezen ons geloof in de maakbaarheid van de toekomst van elk individu en de mogelijkheden van ieder mens om zelf vanuit zijn talenten zijn toekomst te bepalen. In die zin is sociale mobiliteit de toetssteen voor een liberale samenleving en is een gebrek aan sociale mobiliteit, zoals uit het Unicef-rapport blijkt, meer dan zomaar een berichtje in de krant. De onderzoekers van het Unicef-rapport willen de verklaring van die grote ongelijkheid nog verder onderzoeken maar verschillende onderzoeken in het verleden hebben alvast een aantal grote pijnpunten blootgelegd waarop we moeten ingrijpen.

Een eerste pijnpunt is de leeftijd waarop kinderen onderwijs genieten. Onderzoek wijst uit dat kinderen uit sociaal zwakkere milieus minder naar een georganiseerde kinderopvang gaan en later of helemaal niet naar het kleuteronderwijs gaan. Ze blijven langer thuis waardoor ze vaak met een achterstand aan het basisonderwijs beginnen. De recente regel die stipuleert dat een kindje dat geen 220 halve dagen naar de kleuterschool is geweest, eerst een taalproef moet afleggen alvorens aan het eerste studiejaar kan starten, gaat niet ver genoeg. Vaststellen dat er op 6 jaar al een achterstand is opgebouwd, betekent een schoolcarrière (en zelfs later een beroepscarrière) van constant moeten inhalen en bijbenen en is geenszins motiverend. Vlaanderen moet resoluut durven kiezen voor verplicht kleuteronderwijs vanaf drie jaar voor alle kinderen. Vanzelfsprekend betekent dit dat Vlaanderen meer, véél meer moet investeren in onderwijs.

Een tweede probleem heeft te maken met de samenstelling van onze scholen. Verschillende onderzoeken tonen aan dat ‘concentratiescholen’ nefast zijn voor de ontwikkeling van kinderen uit kansarme milieus Ook de onderzoekers van het Unicef-rapport stellen dat kinderen uit de laagste sociale klassen die naar scholen gaan met gemiddeld veel sociaal-economisch zwakkere kinderen, meer kans hebben om achterop te raken. Beter is een goede mix te maken van kinderen uit kansarme milieus en kinderen uit kansrijkere milieus, naast een goede mix van verschillende nationaliteiten en origine. Het decreet betreffende gelijke onderwijskansen vormde in die zin een belangrijke stap maar lost de problematiek zeker niet volledig op. Integendeel, het nabijheidsbeginsel binnen het GOK-decreet zorgt ervoor dat er in bepaalde buurten (zeker in grote steden) geen alternatief voor de concentratieschool is.

Een derde problematiek betreft de organisatie en de inhoud van het onderwijs. Als je thuisomgeving, het nest waaruit je komt, zo belangrijk is, zo determinerend voor je verdere toekomst, moeten we dan niet nog veel meer en veel vroeger investeren in kinderen uit kansarme milieus? Zo moet vanuit de samenleving de stimulerende leeromgeving geboden worden die deze kinderen thuis misschien niet hebben of op zijn minst door ouders maximaal te ondersteunen in hun stimulerende rol. De basisschool moet elk kind bovendien maximaal laten proeven van sport en cultuur. Zodat niet alleen kinderen uit een stimulerende thuisomgeving kunnen ontdekken wat hun talenten zijn of waar hun interesses liggen. Onderwijs heeft immers als voornaamste taak het bevrijden van mensen doordat ze door hun opvoeding en educatie, het leven kunnen kiezen dat ze zelf willen.

De ongelijkheid tussen kinderen vandaag en het gebrek aan sociale mobiliteit zijn nefast voor de verdere toekomst van onze maatschappij en moeten kordaat worden aangepakt. Laat ons beschamende Unicef-rapporten in de toekomst vermijden en werken aan een onderwijssysteem dat mensen bevrijdt zodat ze door hun opvoeding en educatie, het leven kunnen kiezen dat ze zelf willen.


De auteur is Schepen voor Werk en Innovatie in Gent en kernlid van Liberales


Sofie Bracke

Sofie Bracke

Links
mailto:brackesofie@hotmail.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be