Als Belgisch econoom verbaas ik me telkens als ik de Nederlanders hoor klagen over hun politici. Jawel, Nederland is nog steeds het gidsland voor België, of zou dat toch moeten zijn. Een overheidstekort van nauwelijks 60% (België bijna 100%), een werkloosheid van 5.3% (België ruim 10%) en een BBP per capita dat tot één van de hoogste van de wereld behoort. En zelfs de huidige pensioencrisis is vanuit Belgisch oogpunt niets om zich zorgen over te maken: in België liggen de wettelijke pensioenen al járen veel lager. Nederland wordt dan ook grotendeels bestuurd door de ambtenaren, waardoor alles meer technocratisch beheerd wordt. Politici gruwen ervan, maar het komt de burger uiteindelijk wel ten goede omdat het beleid meer gericht is op de lange termijn. Economisch gaat het Nederland dus relatief gezien voor de wind en toch werden de regerende partijen hiervoor niet beloond tijdens de verkiezingen van juni 2010. De reden lijkt het ongenoegen te zijn dat er heerst over de mislukking van de multiculturele samenleving. Het mag dan ook niet verbazen dat de grootste sectie uit het nieuwe regeerakkoord over immigratie gaat. Toen ik het regeerakkoord bestudeerde met het oog op het JOVD-congres (de liberale jongeren van de VVD) van afgelopen weekend waarop ik uitgenodigd was, kwam ik tot de conclusie dat de voorgestelde oplossingen blijven vaststeken in de focus op het sturen en beperken van de immigratie. Dat is op zich een verdedigbare politieke keuze. Maar ze is niet compleet. Wat doe je met het hele contingent van immigranten die er nu al zijn, en die vaak generatie op generatie onder de armoedegrens blijven steken? Het hele regeerakkoord zegt er weinig of niets over en gaat daarmee voorbij aan de nieuwe wetenschappelijke inzichten om mensen uit de onderklasse –vaak immigranten- te emanciperen. James Heckman, Nobelprijswinnaar Economie, is de bekendste onderzoeker in deze materie, en ik durf er gif op innemen dat weinigen in Nederland (en België) deze onderzoeker kennen, zelfs niet in beleidsmiddens (1). Deze, enigszins conservatieve, econoom heeft aangetoond dat het mogelijk is om jonge kinderen uit kansarme gezinnen de juiste vaardigheden aan te brengen, mits de nodige ondersteuning. Op basis van het volgen van kinderen gedurende meer dan 20 jaar blijkt dat de gezinsondersteuning vooral de niet-cognitieve vaardigheden, zoals motivatie en zelfbeheersing, op permanente wijze verbetert, waardoor er een positieve, zelfversterkende spiraal ontstaat waardoor ze ontsnappen aan de armoede. Een belangrijke randvoorwaarde voor de slaagkansen van dergelijke projecten van gezinsondersteuning is de vrijwilligheid. Als ouders gedwongen worden, gaan ze tegenwerken. Maar de vrijwilligheid is geen drempel, omdat ook ouders uit de laagste klassen het beste willen voor hun kinderen. De apathische ouders die niet omzien naar hun kinderen bestaan wel, maar ze vormen een kleine minderheid. De participatiegraad is bijgevolg hoog. Een tweede randvoorwaarde is de leeftijd van de kinderen: die moet zo laag mogelijk zijn. Uit het onderzoek blijkt dat het kwaad al geschied is op de leeftijd van 6 à 7 jaar. De gezinsondersteuning begint best als de kinderen een paar maanden oud zijn. Maar het beste moet nog komen. Veel hedendaagse projecten in de sociale sector hebben een negatieve maatschappelijke opbrengst: ze kosten de maatschappij meer dan ze opbrengen. Dergelijke projecten kunnen dus louter op grond van argumenten over rechtvaardigheid verantwoord worden (wat op zich valabel is). Het ondersteunen van kansarme gezinnen met jonge kinderen is echter niet alleen rechtvaardig, maar heeft ook nog eens een positieve maatschappelijke opbrengst. De ondersteunde kinderen halen immers betere studieresultaten, verdienen later hogere lonen en komen veel minder in aanraking met criminaliteit. De maatschappelijke return wordt geschat op 4%. Het is dan ook ironisch te moeten vaststellen dat dit ‘zakenkabinet’, waar kosten en baten de boventoon voeren, volledig blind blijft voor deze aanpak die de maatschappij geld zou opbrengen. Meer nog, de beschreven vorm van gezinsondersteuning zou ook nog eens de multiculturele problematiek kunnen oplossen, of op zijn minst verminderen. Het vergt natuurlijk een aanpak op lange termijn, en de Nederlandse ambtenarij kan misschien wel op lange termijn denken, maar de Nederlandse politici lijken daarin zeer goed op de Belgische: de termijn gaat maar zover als de volgende verkiezingsdatum.
Andreas Tirez Andreas Tirez Linksmailto:andreas@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|