De Griekse budgettaire toestand is er slecht aan toe: 2009 werd afgesloten met een begrotingstekort van 12,7% van het BBP, wat de totale Griekse overheidsschuld op 112% bracht. Voor 2010 probeert de Griekse regering het tekort te verlagen tot 8,7%. Het vertrouwen van de markt dat de Griekse overheid haar schuld nog zal terugbetalen is dramatisch gezakt. Geld lenen aan de Griekse staat is risicovoller geworden, en dus vraagt de markt een grotere risicopremie. Inderdaad, waarom geld lenen aan Griekenland, wanneer je ook aan Duitsland geld kan lenen? Daar moet dus iets tegenover staan. De Duitse staat betaalt ongeveer 3% op zijn schuld, de Grieken moeten 7% betalen, 4% meer dan de Duitsers, met als gevolg een groot gevaar dat er een Griekse rentesneeuwbal gevormd wordt. Hierdoor zou Griekenland in een negatieve spiraal terecht kunnen komen, met de instorting van de economie tot gevolg. Geen toeval dat de markt de Griekse kredietwaardigheid wantrouwt. De Griekse Eerste Minister George Papandreou is zich bewust van de ernstige situatie van zijn land. Toch wees hij ook speculanten met de vinger: zij zouden profiteren van de onzekerheid en de angst bij beleggers om een hetze te creëren tegen Griekenland en dat het juist daardoor is dat het Griekse overheidspapier minder waard wordt. Het kan zijn dat speculanten de Griekse crisis verergeren, maar de oorzaak van de Griekse crisis moet niet bij de speculanten gezocht worden, maar bij de Griekse overheid zelf. Het is immers onmogelijk dat diezelfde speculanten een hetze zouden kunnen creëren tegen Duitsland of Nederland, landen die hun overheidsbudget steeds goed beheerd hebben. Dat is met Griekenland niet het geval. Dit land wordt al jaren gekenmerkt door wanbeleid, waarbij de onwil of onmacht om te hervormen misschien nog het minste kwaad is. Vriendjespolitiek en corruptie zijn alomtegenwoordig en het land heeft een groot en inefficiënt overheidsapparaat. Om deze Griekse levenswijze te onderhouden moest Griekenland zijn tekorten ook buiten Griekenland financieren (in tegenstelling bijvoorbeeld tot Japan, dat kampt met een overheidsschuld van 200% van het BBP, maar wel bijna volledig intern gefinancierd). Door vrijwillig(!) beroep te doen op de buitenlandse kapitaalmarkten is Griekenland afhankelijk geworden van die buitenlandse markten, en dus ook van de wetten die gelden op die markten. Geloofwaardigheid en kredietwaardigheid zijn er van groot belang. Maar de Griekse overheid is totaal onbetrouwbaar gebleken als het om begrotingscijfers gaat: sinds hun toetrede tot de euro tien jaar geleden, heeft de Griekse overheid geen enkel jaar correcte begrotingscijfers aan de Europese Commissie overgemaakt. Dit heeft een aantal jaren kunnen doorgaan, maar in tijden van crisis wreekt zich dat. Een zwakke geloofwaardigheid in een nerveuze markt is dodelijk. Er zijn nu twee mogelijkheden: ofwel gaat de Griekse overheid drastisch saneren en tracht ze de komende woelige maanden te doorstaan, eventueel met de hulp van de Europese Commissie die de Griekse overheidscijfers zal controleren en er haar kwaliteitslabel op plakt, zodat de markten weten waar ze aan toe zijn. Als de saneringen geloofwaardig en voldoende zijn, kan een Europese lening overwogen worden zodat een rentesneeuwbal vermeden wordt. Deze saneringsoperatie zal voor de gewone Griek zeer pijnlijk zijn: er staan hem of haar moeilijke jaren te wachten, met een collectieve verarming in het verschiet. Maar in een democratie kan de schuld niet louter bij de politici gelegd worden: in een democratie is elke kiezer mee verantwoordelijk. Trouwens, op lange termijn zal dit positief uitdraaien voor de Grieken, omdat de saneringen institutionele hervormingen impliceren met het oog op het verminderen van de corruptie en de vriendjespolitiek. Zo bijvoorbeeld heeft de Griekse minister van Financiën aangekondigd om het Griekse staatsbureau voor de statistiek tegen maart te moderniseren en los te maken van politieke controle. Een tweede mogelijkheid is dat de saneringen onvoldoende of zelfs niet worden doorgevoerd, in de verwachting dat de andere landen van de eurozone Griekenland financieel wel ter hulp zullen schieten, een bail-out van Griekenland dus. Dit zou op korte termijn voor de gewone Griek zeer welkom zijn. Op lange termijn zou het voor de gewone man in de andere eurolanden echter faliekant kunnen aflopen. Immers, door een bail-out van Griekenland wordt het signaal gegeven dat onverantwoordelijk beleid niet afgestraft wordt. Een slechter signaal naar de slecht presterende overheden is niet denkbaar. En dat weet de Europese Commissie natuurlijk ook. Nochtans is een bail-out niet onwaarschijnlijk, omdat de Grieken weten dat als de Griekse staat werkelijk bankroet zou gaan, dit een negatief effect zal hebben op de andere landen in de eurogroep. Immers, indien Griekenland haar schuldverplichtingen niet meer zou nakomen (omdat er geen saneringen zijn en er ook geen bail-out komt), verhoogt dit de kans dat ook andere landen zoals Portugal, Spanje, Italië en zelfs België hun verplichtingen niet langer nakomen. Daardoor zal de rente op hun overheidspapier ook de hoogte inschieten, met het gevaar op een rentesneeuwbal en een negatieve spiraal in de hele eurozone. Met deze wetenschap zou het kunnen dat de Grieken het spel hoog spelen en speculeren op een bail-out, waardoor de wil om te saneren verkleint. Met andere woorden, de Grieken kunnen het spel pervers spelen: juist omdat ze weten dat een Grieks bankroet op korte termijn ook andere landen aansteekt, zouden ze kunnen weigeren om te saneren, waardoor een bankroet onvermijdelijk wordt en dus de kans op een bail-out verhoogt. De Europese Commissie mag dit perverse spel niet meespelen en moet zeer duidelijk en geloofwaardig stellen dat er in geen geval een bail-out komt. De Grieken moeten deze crisis zelf betalen, ook al zal dat tot een (tijdelijke) collectieve verarming van de Grieken leiden. Er moet geloofwaardig gedreigd worden met het rampscenario dat Griekenland uit de eurozone wordt gezet. Op die manier wordt voor iedereen duidelijk gemaakt dat wanbeleid en vriendjespolitiek afgestraft worden. Ironisch genoeg is het dan de markt die grenzen stelt aan de overheid: de bomen groeien niet tot in de hemel. Door de druk van de markt wordt het duidelijk dat men de overheidsinefficiëntie niet kan blijven financieren met schuldpapier zonder te hervormen, want dan loopt het vroeg of laat fout. Als men echter de markt buitenspel zet en kiest voor een bail-out van Griekenland, wordt niet alleen aan Griekenland, maar aan alle andere eurolanden (met in het bijzonder Portugal, Spanje, Italië en ook aan België) het signaal gegeven dat er altijd wel een vangnet is, ook al is men onverantwoordelijk geweest en weigert men te saneren. Dat zal op lange termijn nog veel slechter uitdraaien, met het uiteenvallen van de eurozone, of op zijn minst een sterke inkrimping met enkel sterke landen zoals Duitsland en Frankrijk, maar waarschijnlijk zonder België. Dat de Grieken hun rotzooi zelf moeten opkuisen is geen gebrek aan solidariteit, maar rechtvaardig en efficiënt op lange termijn. Andreas Tirez Andreas Tirez Linksmailto:andreas@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|