De vrijheid van de ooievaar is de dood van de kikker

column vrijdag 07 oktober 2005

Kevin Torck

"What really matters are human individuals, but I do not take this to mean that it is I who matter very much." The Open Society and its Enemies, Karl Popper

1. Over de vrijheid

God is dood en wie zou er morgen nog ten oorlog trekken voor het vaderland? Van luxewagens tot verre reizen, van eierkokers tot latexpakjes, en als het even kan een knieval voor Diana’s graf: waar onze medemens zijn geluk in vindt, is niet te voorspellen. Maar dat hij zijn geluk nastreeft, geluk in het hier en het nu, dat staat boven elke twijfel verheven.

In verre landen waar men de dingen anders doet, willen de mensen hun God(en) eren, of controle over hun zijn verwerven, of verlicht worden. Wie zal het zeggen waar de ver verwijderde medemens zijn geluk in vindt? Want laat er geen twijfel over bestaan dat ook hij zijn geluk nastreeft. Zelfs in zelfpijniging, meditatie of doorgedreven ascese, in een zich ontzien van de aardse geneugten, zoekt de mens zijn geluk. Want ook ontbering kan als zinvol ervaren worden.

Wat als zinvol ervaren wordt, wat de mens door een speling van het lot als na te streven ervaart en waar hij een gevoel van welbehagen uit kan putten, dat is door niemand beter te bepalen dan door de mens zelf, hij die ervaart en beleeft. Niemand heeft dan ook het recht om te beslissen voor een ander of de individuele vrijheid van de mens te beknotten. Iedereen moet zelf invulling kunnen geven aan zijn of haar levenslot.

Tot een samenleving komen die potentieel elk in staat stelt een zinvol leven te realiseren, dat is de grote uitdaging van de toekomst, zowel op nationaal als op internationaal vlak. Mensen die geen zinvol leven kunnen leiden en die geen enkel perspectief hebben, worden immers gefrustreerd en kwaad. In onze tijd van technologische ontwikkelingen enerzijds, van steeds grotere wederzijdse afhankelijkheid anderzijds, kan dit dramatische gevolgen hebben voor de gehele ‘vrije’ wereld. De aanvallen op het World Trade Center zijn hier de beste illustratie van. Bovendien is het ethisch niet te verantwoorden dat miljarden mensen in mensonwaardige omstandigheden moeten leven door geen andere reden dan de willekeur van het toeval.

Als de vrijheid van de ooievaar de dood van de kikker is, kan het zinvolle leven van de één echter niet ten koste gaan van de andere. Grenzeloze vrijheid is vals, alleen vrijheid die de vrijheid van de medemens niet aantast is verdedigbaar. Het zinvolle leven van de één mag met andere woorden het zinvolle leven van de andere niet onmogelijk maken. En toch, de geschiedenis en het heden mogen dan een stilzwijgende stilte zijn van miljoenen en miljoenen mensen die met elkaar en vooral door elkaar geleefd hebben. Hun luidruchtige momenten van gruweldaden die elk gevoel van menselijkheid ontberen, maken ons duidelijk dat de mens al meer dan eens zijn vrijheid misbruikt heeft.

2. Over de staat

De staat is primordiaal in het realiseren van zo’n inclusieve maatschappij. Hoe pertinent en efficiënt de vrije markt ook is in het verschaffen van bepaalde voor het zinvolle leven belangrijke goederen, de markt schiet duidelijk tekort in het verschaffen van andere, voor het zinvolle leven even belangrijke goederen, in het bijzonder publieke goederen. Het gaat om zaken die voor iedereen beschikbaar, toegankelijk en betaalbaar moet kunnen zijn teneinde een menswaardig leven te kunnen leiden. Als beheerder van het publieke geld is een democratisch gelegitimeerde overheid de beste instantie om die goederen te verschaffen of mogelijk te maken.

Naast het ethische argument geldt ook een pragmatisch argument om de staat als verschaffer van publieke goederen aan te duiden. Volgens het-iedere-voor-zich principe komt men er niet. De omvang van de publieke goederen vraagt een bundeling van krachten. Dat consumptie ervan mogelijk is zonder het leveren van een bijdrage, een free-riders attitude, is een bundeling van alle krachten gevraagd.

Het eerste te vermelden publiek goed is dat van de veiligheid. Het is niet mogelijk om een zinvol leven te leiden als je leven zelf en al wat je hebt opgebouwd, voortdurend bedreigd worden. Het geweldmonopolie moet in handen van de staat liggen, want iedereen heeft recht op veiligheid, ook de minder gegoeden. Bovendien, wat duidelijk wordt uit de toestand in Irak, is alleen het zijne verdedigen geen optie.

Een tweede publiek goed is het scheppen van een kader waarbinnen mensen economisch kunnen handelen en welvaart creëren. De mens heeft nood aan private goederen en die worden door de vrije markt op meest efficiënte wijze verschaft. Door initiatief, creativiteit en concurrentie zullen de meest interessante ideeën worden uitgevoerd met de meest efficiënte middelen. Zo wordt de welvaart gemaximaliseerd tegen de minste kost, zowel financieel als menselijk. Het systeem van de vrije markt verenigt de individuele vrijheid met persoonlijke en maatschappelijke welvaart.

De staat moet de vrije markt niet alleen mogelijk maken maar ook beschermen. Zo moet het eigendomsrecht verzekerd worden en met haar de mogelijkheid tot het opbouwen van eigendom, met andere woorden gezonde financiële markten. Zo moet het arbeidsrecht ervoor zorgen dat de chronisch onevenwichtige verhouding werknemer/werkgever niet tot uitbuiting leidt en de menswaardigheid van eenieder gegarandeerd is. Zo moeten monopolie- en kartelvorming, vestigingswetten en prijsafspraken worden tegengegaan zodat nieuwkomers op de vrije markt een faire kans krijgen. Zo moet het handelsrecht en bedrijfsrecht zorgen voor enige zekerheid en voorspelbaarheid.

Maar rechten worden pas effectief als ze afdwingbaar zijn. Dat is de reden waarom we controleorganen zoals administratie, inspectie en politie nodig hebben alsook rechtbanken die in volle onafhankelijkheid oordelen. Dit alles mag echter het initiatief en de vrijheid zo weinig mogelijk in de weg leggen. Een derde publiek goed is de uitbouw van een basisinfrastructuur. De overheid moet zorgen voor wegen, bruggen, water energie, enzovoort. Zaken die voor iedereen, ongeacht zijn of haar mogelijkheden beschikbaar en toegankelijk moeten zijn. De overheid moet om ethische en pragmatische redenen ook voorzien in toegankelijk onderwijs, een sterke sociale zekerheid en een gezond milieu. Goede scholen en universiteiten zijn nodig om jongeren de kans te geven kennis op te doen zodat ze later in staat zijn zelfstandige keuzes te maken. Ziekenhuizen en rustoorden zijn nodig om mensen die daar zelf niet toe in staat zijn, een menswaardig bestaan te bieden. En milieunormen zijn niet alleen voor de gezondheid van de huidige bevolking, maar ook omwille van de belangen van de toekomstige generaties.

Ten slotte moeten de politieke en burgerlijke vrijheden verzekerd worden. Wat ook de mening, religieuze of politieke voorkeur is van een mens, hij moet die kunnen uitspreken en beleven, ruimte latend voor de beleving van de ander. Alleen in de publieke ruimte, door interactie met de medemens en de omgeving, is de volledige ontplooiing van het individu mogelijk. Bovendien brengt de vrijheid van de burger een voor alle delen van de maatschappij vruchtbare dynamiek. Door te dialogeren en te discussiëren verbeterd men zijn ideeën en opvattingen en kan de kennis erop vooruitgaan. Dit komt immers de gehele maatschappij ten goede.

3. Over de toekomst

Bovenstaande lijst met overheidstaken moet steeds uitgevoerd worden met de grootste zorg en zuinigheid. Want voor zij die het vergeten zijn: ‘L’état, c’est nous.’ Het is niet één of andere van haar onderdanen vreemde structuur waar naar believen uit geput kan worden. Wat in de staat verloren gaat, lees verkwanseld wordt, gaat ook voor ons verloren. De staat is in die zin geen verliespost maar juist een waarborg voor meer vrijheid en rechtvaardigheid, de twee centrale punten van het liberalisme.

We leven in moeilijke tijden en daar moeten we ons goed van bewust zijn. Intern is er de veroudering; extern de globale concurrentie. Beide evoluties dwingen ons zuinig te zijn willen we onze welvaart en de vrijheid die ze ons biedt, behouden en veilig stellen voor de toekomst. Ons overheidsapparaat moet daarom drastisch afslanken en wat ervan overblijft op de meest efficiënte wijze werken.

Het volgende verhaal is meer dan bekend. Mensen worden ouder dan ooit tevoren en genieten na hun loopbaan opmerkelijk langer van hun welverdiende rust. De gevolgen van de langere levensverwachting en de medische vooruitgang zijn wel dat steeds minder actieven steeds meer inactieven moeten onderhouden. Dit kunnen we alleen volhouden als we zo efficiënt mogelijk omspringen met de voortgebrachte middelen.

Een ander gevolg van de technologische vooruitgang van de laatste decennia is dat het steeds eenvoudiger wordt voor bedrijven om te delokaliseren. Om te doen waar ze het best in zijn, het maken van winst, doen ze dit ook als het ergens anders goedkoper produceren is. We moeten hun lasten verlagen om de toegevoegde waarde die ze voortbrengen hier te houden of andere bedrijven aan te trekken, en met hen de toegevoegde waarde die ze produceren. Met andere woorden, de inkomsten en bijgevolg de uitgaven van de staat moeten omlaag.

Hier lijkt het schoentje te wringen. De wereld rondom Eldorado Europa is in de hoogste nood. Met een groeiende bevolking en een stagnerende economie ziet het er naar uit dat op middellange termijn de druk op het rijke noorden niet meer vol te houden is. Internationale criminaliteit, terrorisme, migratiestromen, uit de hand lopende ziekten, drugs, het zijn allemaal globale plagen die ook de toekomst van de rijke wereld hypothekeren. Daarom moeten de protectionistische maatregelen van de Europese Unie en andere rijke regio’s verdwijnen. Ook moeten de nodige middelen ter beschikking worden gesteld om staten te helpen opbouwen die bovenvermelde taken uitvoeren.

Daarnaast waart er een spook door Europa dat ons tracht wijs te maken dat de ontwikkeling van een aantal landen, vooral China en Indië, ten koste gaat van de welvaart hier. Het werk dat de mensen daar een beter leven bezorgt en opportuniteiten schept, zou hier verdwijnen. Dat de arme landen rijk worden, zou ervoor zorgen dat de rijke landen arm worden.

Niets is minder waar. Ten eerste is onze welvaart gedoemd ten onder te gaan als de welvaart niet mondiaal verspreid wordt. Vervolgens is het ongetwijfeld zo dat de welvaart van de arme wereld ook bij ons opportuniteiten schept. De mogelijkheid tot een win-win situatie bestaat, want door het stijgen van hun welvaart groeit de omvang van hun markt samen met onze export en onze economie. Ten slotte mogen we verwachten dat met het groeien van de internationale handel de contacten ook groeien. En is er een beter middel om vrede en welvaart te garanderen dan dat mensengroepen elkaar ontmoeten? Toch blijft er één cruciale vraag. Is het mogelijk onze welvaart en onze vrijheid over de gehele aarde te verspreiden zonder op de eindigheid van de aarde in te beuken? Wat ook het antwoord op deze vraag is, de staat heeft de taak het milieu te beschermen. Een leefbare omgeving is immers zonder meer een noodzakelijke voorwaarde tot een zinvol leven.

4. Over de vooruitgang

Als we rampen van formaat willen vermijden, is het noodzakelijk dat we allen samen en elk voor zichzelf tot het besef komen dat de vrijheid die we nu genieten een fragiel goed is. Bedreigd door de grenzen van de aarde, bedreigd door de mensen die er niet van kunnen genieten en bedreigd door egoïsme. Het blijft een strijd van elke dag om de mensen, uiteindelijk alle mensen, dit goed te bezorgen zodat hun leven zinnig kan zijn, vol welbehagen en in een zekere zin vol genot.

De grootsheid van de opdracht, het geluk voor ieder levend individu, vraagt voorbij te gaan aan historisch gegroeide en voorbijgestreefde tegenstellingen. De meest geschikte instrumenten moet men zonder vooroordeel combineren, in het bijzonder de staat voor de publieke goederen, de vrije markt voor de private goederen. Links of rechts, wat een bekrompenheid toch in het licht van al het leed dat zoveel miljarden mensen dagelijks moeten ondergaan. En voor zij die om één of andere reden de bestaande wantoestanden willen bestendigen heb ik slechts één vraag: in een wereld waar uiteindelijk alles met alles verbonden is, kan je dan voldaan van jezelf de donkere nacht tegemoet treden, van zoveel willekeurig leed weet hebbend?


De auteur is filosoof

Kevin Torck

Kevin Torck

Links
mailto:Kevin.Torck@telenet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be