Liberalisme en transcendentie in onzekere tijden

column vrijdag 22 oktober 2010

Christophe Andrades

Het liberalisme staat op gespannen voet met het steven naar transcendentie. Dit streven kan kortweg beschreven worden als een zoektocht naar betekenis dat boven het dagelijkse leven staat. Transcendentie in ruime zin betekent het niet aanvaarden dat de betekenis van het menselijk bestaan gereduceerd wordt tot datgene dat zich afspeelt in de materiële wereld van het hier en nu. Tegenover transcendentie staat materialisme dat uitsluitend gericht is op de bevrediging van concrete en materiële behoeften. Al te vaak is kritiek op transcendentie beschreven als een doorgedreven vorm van egoïsme en narcisme ten gevolge van het liberale mensbeeld. Dat doet geen waarheid aan de complexiteit van de relatie tussen het liberalisme en het transcendente.

Historisch gezien is het onbetwistbaar dat het liberalisme regelmatig de degens heeft gekruist met bepaalde uitingsvormen van het streven naar het transcendente. Zo was er de strijd tegen de nefaste invloed van de kerkelijke autoriteiten op de uitoefening van wetenschap en de onderdrukking van de vrouw. Of ook: het cultiveren van een afkeer van het menselijk lichaam en seksualiteit tout court. Denken we ook maar aan het organische nationalisme dat ieder individu ondergeschikt maakte aan een groter, eeuwigdurend en zuiver ideaal van de natie. Een organisch nationalisme dat uitmondde in het fascisme en het nazisme en tot op de dag van vandaag invloed blijft uitoefenen op politici in alle uithoeken van deze planeet. Het volstaat om te kijken naar de standpunten van de BJP partij in India om dit te beseffen. Is het echter terecht om bijgevolg te stellen dat ieder streven naar transcendentie haaks staat op het liberalisme? Dat gaat te ver zoals we weten sinds het bekende onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid dat glashelder werd geformuleerd door de liberale filosoof Isaiah Berlijn aan het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Volgens de communitaristische Canadese filosoof Charles Taylor bestaat er zoiets als de malaise van de moderniteit. Deze aandoening kan volgens hem beschreven worden als een streven naar volledigheid en unificatie. Een poging om de mens terug te verzoenen met de natuur of het aardse dagelijkse leven weer te verbinden met hogere, langdurige betekenissen. De malaise van de moderniteit is een oud fenomeen. Eigenlijk begon het bij de Duitse romantiek die recentelijk door leidinggevende historici zoals Jonathan Israel steeds meer beschreven wordt als een reactie tegen de idealen van de Verlichting zoals gearticuleerd tijdens de Amerikaanse en Franse revoluties aan het einde van de 18de eeuw. In zijn hedendaagse uitingsvormen kan de malaise van de moderniteit aanzien worden als een reactie tegen excessieve rationalisering, een onderdrukking van het belang van emoties, de invloed van een anonieme bureaucratie en een moraliteit gebaseerd op strakke utilitaire principes.

Het is, gegeven de vele culturele uitingsvormen van de malaise van de moderniteit, moeilijk om de analyse van Charles Taylor te ontkennen. Het is overduidelijk dat het proces van modernisering in de westerse samenleving dat begon tijdens de renaissance een zekere ontwrichtende impact heeft op het menselijk leven. Minder duidelijk is echter dat het liberalisme geheel en al deel uitmaakt van de moderniteit en een vijand is van het streven naar transcendentie. Het is niet omdat bepaalde uitingsvormen van het streven naar transcendentie hebben geleid tot terreur en onderdrukking van het individu dat het zomaar vanzelfsprekend is dat transcendentie op zichzelf een vijand is van het liberalisme. Maar wat betekent transcendentie dan binnen een liberaal kader?

Om deze vraag te beantwoorden is het handig om te wijzen naar de twee hedendaagse vormen van transcendentie bij uitstek: liefde en kunst. Beiden stellen het individu in staat om het alledaagse leven te overstijgen door in contact te treden met het hogere in de brede zin van het woord. Binnen de kunst is het mogelijk om zich te verbinden met oude tradities en universele morele thema’s. Men kan bijvoorbeeld zowel als lezer en schrijver van een boek in dialoog treden met mensen uit het verleden en zelfs een steen van rosetta werpen naar de toekomst. Literatuur stelt ons ook in staat om over universele verlangens zoals vrijheid te communiceren over de grenzen van culturen heen. Hetzelfde geldt voor de muziek. Denken we maar aan het sublieme gevoel bij het luisteren naar Mozart, Bach of Schönberg. Maar ook de verbondenheid die er ontstaat rondom hedendaagse popsterren zoals Bono en vele anderen moet vermeld worden. Al te vaak wordt de populariteit van hedendaagse zangers afgewezen als een vorm van een doorgeslagen commerciële massacultuur. Dit is een eenzijdige analyse. Natuurlijk speelt commercie een rol, maar evenzeer kunnen we niet voorbij aan het universele en transcendente karakter van hedendaagse popidolen met een wereldwijd bereik.

En dan is er natuurlijk de liefde. Liefde in brede zin van het woord. De liefde tussen twee individuen die er voor kiezen om hun liefde voor elkaar om te zetten in een relatie, maar evenzeer de liefde tussen mensen die in gemeenschap met elkaar ook blijk geven van een verbondenheid aan het de mensheid in zijn geheel. Is er iemand die durft beweren dat het liberalisme een vijand is van de liefde?

Dat liberalisme en transcendentie met elkaar te verzoenen vallen is niet zo vreemd voor de lezers van Isaiah Berlin en John Stuart Mill. Laatstgenoemde was tijdens zijn leven een gepassioneerd lezer van de poëzie van Wordsworth en Coleridge en kon zich niet verzoenen met het utilitaire klassieke liberalisme dat individuen reduceerde tot calculerende economische wezens. Isaiah Berlin maakt het bekende onderscheid tussen negatieve en positieve vrijheid en beargumenteerde dat het liberalisme moet streven naar beiden zonder dat één van de twee domineert. Immers, alleen negatieve vrijheid leidt tot egoïsme en utilitarisme en positieve vrijheid alleen leidt tot onderdrukking van het individu en totalitarisme. Negatieve vrijheid betekent de afwezigheid van externe obstakels. Grofweg gezegd: men kan doen wat men zelf wil. Positieve vrijheid betekent echter dat vrijheid alleen maar bereikt worden binnen een sociaal en transcendent kader. Zo is het soms alleen maar via hulp mogelijk om daadwerkelijk vrij te zijn en krijgt vrijheid alleen maar betekenis als het individu dat ook zelf wil.

Het liberalisme van Berlin en Mill wordt vaak omschreven als ontplooiingsliberalisme. Tegenwoordig wordt deze vorm van liberalisme weerspiegeld in de zogenaamde mogelijkhedenbenadering van de econoom Amartya Sen en de filosofe Martha Nussbaum. Beiden leggen er de nadruk op dat een individu pas dan gelukkig kan zijn als hij of zij haar eigen mogelijkheden zo goed mogelijk kan ontplooien. Dit betekent niet alleen dat er moet gestreefd worden naar een maximale afwezigheid van obstakels maar ook dat we moeten streven naar het creëren van een samenleving waarin individuen op een betekenisvolle manier vrij kunnen zijn. Dit impliceert ook de mogelijkheid tot transcendentie in alle vormen die er niet voor zorgen dat het individu wordt platgewalst door organische entiteiten en potentaten die in de naam van transcendentie sektarische en anti humanistische belangen nastreven.

Kunst en liefde zijn het ultieme bewijs dat het liberale principe van individuele vrijheid niet per definitie een vijand is van transcendentie maar net een noodzakelijke aanvulling om te vermijden dat het menselijk streven naar transcendentie wordt gecorrumpeerd door malafide leiders en entiteiten. De utilitarist Jeremy Bentham sprak ook zijn walging uit voor de poëzie. Het was net deze afkeer die John Stuart aanzette om het utilitaire liberalisme dat gangbaar was aan het begin van de 19de eeuw bij te schaven door de toevoeging van een ontplooiingselement. Een belangrijke les die vandaag door de tegenstanders van het liberalisme al te gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Een belangrijke les bovendien in een wereld waarin het proces van modernisering een ongekende snelheid heeft bereikt en steeds meer mensen wereldwijd opgescheept zitten met existentiële vragen. Binnen deze context is het niet noodzakelijk om terug te vallen op de fouten van het verleden. Sterker nog, het streven naar betekenis en transcendentie moét in het belang van mondiale vrede en de toekomst van de universele mensheid plaatsvinden binnen een liberaal kader.



Christophe Andrades

Christophe Andrades

Links
mailto:chris.andrades@maastrichtuniversity.nl
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be