|
Met de aankomende uitbreiding van de Europese Unie, treedt Europa een nieuw uitdagend tijdperk binnen. Indien alles naar wens verloopt, zullen op 1 mei 2004 acht Centraal- en Oost-Europese landen, plus Cyprus en Malta, zich volwaardig lid mogen noemen van deze multinationale organisatie sui generis. Een nieuwe Europese Grondwet, waarvan de krijtlijnen werden vastgelegd binnen de Conventie, kan tegen eind december klaar zijn en moet de Unie voor deze ongeziene schokgolf klaarstomen. De discussies binnen de huidige intergouvernementele conferentie lopen in dit verband soms hoog op, maar naar goede Europese traditie mag een nieuw compromis tussen eurofiele en meer eurosceptische lidstaten verwacht worden. Ondanks het feit dat het transitieproces die de uitverkoren kandidaat-lidstaten tot op heden hebben ondergaan verre van volmaakt is, is de uitbreidingsoperatie een politieke noodzaak. Het Europese karakter en de historische strijd van deze landen voor een open, vrije en democratische samenleving hebben immers nooit ter discussie gestaan. Bovendien maakt hun transformatieproces enkel een goede kans op slagen in een stabiel Europees politiek en economisch kader waarbinnen hun noden en belangen op gepaste wijze geformuleerd kunnen worden. Tezelfdertijd, echter, lijkt deze zoveelste stap in het ontwikkelingsproces van de Unie er één te zijn waarbij de dynamiek van de prille politieke integratie dreigt vast te lopen. De logica die in het proces besloten ligt zal inderdaad ernstig op de proef gesteld worden nu een ongezien grote diversiteit in haar structuren treedt. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan wachten bepaalde politieke geesten ongetwijfeld watertandend op zulk een communautair immobilisme. Het ideaal van een verenigd Europa in de politieke sfeer ligt het merendeel van de huidige kandidaat-landen inderdaad nog niet bepaald genegen. Hoe kan het ook anders? Na een decennialange lijdensweg onder het Sovjetjuk zegeviert de trotse onafhankelijke natiestaat er. Het officiële lidmaatschap bij de Europese club der liberale democratieën wordt er bovenal beschouwd als de ultieme bevestiging van een moderne Europese identiteit, een soort van eindpunt in hun nationale bestemming. Het integratieproject als zodanig wordt nog geen politieke bestemming toegedicht. Een economische benadering heeft dan ook steeds gedomineerd in de kandidaat-landen. Om hun transitiesamenlevingen te stabiliseren, was een snelle aansluiting bij de Europese interne markt de hoogste prioriteit. De ondersteuningsmechanismen die tijdens de pre-toetredingsperiode werden opgezet en het uitzicht op nieuwe geldstromen vanuit bijvoorbeeld het regionaal en het gemeenschappelijk landbouwbeleid, verzachtten daarenboven de pil van het aanzienlijke verlies aan soeverein zeggenschap dat gepaard gaat met economische integratie. Het Europese ideaal van de “founding fathers”, daarentegen, heeft zich gegeven de historische omstandigheden nog niet bepaald in de Oost-Europese mind-set kunnen nestelen. De gedachte van een postmoderne en postnationale Europese samenleving, moet er nog min of meer wortel schieten. Einde daarom van het politieke avonturisme binnen de EU? Niet echt. De integratiedynamiek laat zich niet zomaar een halt toeroepen. Eens de Europese sociaal-economische “fabric” in beweging wordt gezet, vertaalt zich dit onvermijdelijk in een politieke exponent, hoe langzaam dit ook moge gebeuren. Nationaal gedefinieerde identiteiten vormen natuurlijk een stevige tegenmacht voor deze tendens, maar zijn steeds vatbaar voor een verdere evolutie aangezien het zelf slechts historische artefacten zijn. In principe staat niets de creatie van een Europees bewustzijn in de weg. De huidige Bush-administratie steekt desnoods wel een handje toe. De feiten zijn daarenboven bemoedigend. Sinds 1957 hebben we Europa zien groeien naar een ware economische en monetaire unie waarbij vandaag reeds de contouren van die uiteindelijke politieke unie detecteerbaar zijn. Of het nu het gemeenschappelijk buitenlands beleid of justitie en binnenlandse zaken betreft, sociale zaken of fiscaal beleid, de Unie speelt in elk van deze politieke beleidsdomeinen een zekere rol, hoe minimaal die ook is. Het enige wat ontbreekt is de gemeenschappelijke politieke wil en maturiteit om het communautarisme, daar waar nodig, zijn functie te laten vervullen. Indien echter de toekomstige Europese Grondwet de nodige ruimte laat voor het principe van de “versterkte samenwerking”, en zo ziet het er naar uit, kan een avant-garde groep van lidstaten Europa naar zijn eindbestemming loodsen. De stichtende leden vormen in dit verband de uitverkoren kern en laten het niet na zich op die wijze ook te manifesteren. Het zijn dan ook deze landen die het meest doordrongen zijn van de logica en de historische waarde die achter het integratieproces schuilen. Zij bevinden zich daarmee op de voorste rij van een unieke geschiedenis, van een beweging naar een meer geavanceerde socio-politieke ordening van de Europese samenleving die een anker van welvaart en stabiliteit vormt in die genadeloze jungle die de huidige wereldorde schijnbaar lijkt te zijn. Philip Van der Celen Philip Van der Celen Linksmailto:philipvdc@hotmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|