Consequent liberalisme als hefboom tot een leefbare multiculturele samenlevingcolumn vrijdag 07 februari 2003Philip Van der CelenNa jaren van koppig politiek correct denken, heilig multiculturalisme en krampachtige struisvogelposes, is er ook in Vlaanderen finaal ruimte gekomen voor een brede maatschappelijke discussie omtrent de integratie van burgers van allochtone origine en de samenlevingsproblemen die zich manifesteren waneer deze sociale operatie faalt. In de onderscheiden politiek-ideologische kampen wordt vandaag druk gezocht naar de oorzaken van en mogelijke uitkomsten voor de ontdekte ‘multiculturele tragedie’. Het liberale gedachtegoed kan in dit gevoelige debat ontegensprekelijk een bron van emancipatorische inspiratie zijn. Steunend op de principes van respect voor individualiteit, de onaantastbaarheid van fundamentele rechten en vrijheden, individuele en publieke verantwoordelijkheden, gelijke kansen en burgerschap, bezit zij in wezen alle aangrijpingspunten om te komen tot die samenleving die nu nog zo veraf lijkt: een samenleving waaraan alle burgers in gelijke mate participeren, een samenleving waarin iedereen zich ten volle gerespecteerd voelt, een samenleving ook die zich verrijkt en niet bedreigd voelt door de aanwezige diversiteit. Wanneer het integratiebeleid vandaag de dag als mislukt wordt beschouwd, hoeft dit in feite niet zo te verbazen. Er is immers jarenlang koudweg nagelaten om op ernstige wijze zulk een beleid uit te werken als een conditio sine qua non voor het gevoerde immigratiebeleid. Een gedoogbeleid werd verkozen boven een publiek contract waarin wederzijdse rechten en plichten eenduidig omschreven staan. Het welzijn van de nieuwkomers kreeg voorrang op het daadwerkelijk emanciperen van deze groep. De maatschappelijke rekening van deze aangehouden onderinvestering valt vandaag bijzonder hoog uit: geconcentreerde ondergeschooldheid, disproportioneel hoge werkloosheid onder burgers van allochtone afkomst, gettovorming, manifeste angsten en frustraties binnen en tussen bevolkingsgroepen waarop politiek extremisme uitstekend gedijt, groeiende objectieve en subjectieve onveiligheid… Van oprecht samen-leven is nog maar weinig in huis gekomen, van eilandvorming des te meer. Het liberalisme kan hier echter als ideeëngoed een waardevol antwoord aanbieden indien haar principes consequent gehanteerd en doorgetrokken worden. In essentie biedt het liberalisme vanuit haar respect voor individualiteit aan ieder mens, dus ook aan deze die buiten zijn/haar vaderland een nieuw leven wil opstarten, de garantie dat de persoonlijke invulling van diens leven aan de vrije individuele keuze overgelaten wordt. De limiet ligt daar waar de individualiteit van de medemens in het gedrang komt. Het staat het individu hierdoor vrij om, in wederzijds respect, te zoeken naar die sociale, politieke, religieuze en culturele identiteit waarin hij of zij zichzelf als mens het meest gerealiseerd voelt. Als dusdanig omarmt het liberalisme het multiculturele samenlevingsmodel waarbinnen iedere burger kan rekenen op het nodige respect voor zijn eigen identiteit. Deze identiteit wordt uiteraard niet in het ijle beleefd. Het vindt plaats binnen een samenleving waar andere individuen een zelfde oefening ondernemen zonder daarbij tot een identieke uitkomst te komen. De diversiteit die dit teweegbrengt, brengt evenwel de behoefte aan een stevige monoculturele kern met zich mee om binnen de maatschappelijke verscheidenheid een zekere samenhang te kunnen garanderen. Als een centrale as waarrond de sociale identiteiten bewegen, moet zij een harmonieuze ontwikkeling van de gehele samenleving mogelijk maken. Deze monoculturele as incorporeert vooreerst het principe van de seculiere rechtstaat. Daarnaast verwijst het naar de universele socio-economische, politieke en culturele grondrechten en vrijheden waarover alle burgers beschikken en die door hen gerespecteerd dienen te worden. Beide elementen maken logischerwijs het hart uit van het liberalisme. Tot slot bevat het eveneens de gemeenschappelijke taal die nodig is om de communicatie, en bijgevolg ook het begrip, tussen de burgers die deel uitmaken van dezelfde samenleving te verzekeren. De draagkracht van de monoculturele as is in hoofdzaak een verantwoordelijkheid voor de publieke autoriteiten als hoeders van het algemeen belang. Zij moeten de seculiere rechtstaat bestendigen, de verankerde universele grondrechten en vrijheden effectueren en de naleving ervan waarborgen en de gemeenschappelijke communicatie garanderen. Dit is naar liberale maatstaven het ‘contract’ dat de burger met de openbare machten sluit opdat hij een deel van zijn individuele soevereiniteit zou afstaan. Wanneer die openbare machten tekort schieten in het vervullen hun existentiële taak, wordt het echter moeilijk om de loyauteit en het respect te verzekeren van de burgers ten aanzien van deze machten en om de vereiste minimale vorm van solidariteit en tolerantie aan te houden onder de burgers zelf. Vertaald naar de huidige concrete maatschappelijke realiteit constateren we dat de fundamentele rechten op arbeid, onderwijs, behoorlijke huisvesting en maatschappelijke ontplooiing voor een belangrijk deel van de bevolking met allochtone achtergrond een illusie blijkt te zijn. Ondanks het feit dat het merendeel ervan drager is van de Belgische nationaliteit, merken zij daar maar weinig van in de burgerlijke feiten. Velen onder hen keren dan ook de rug naar die samenleving die hen niet geeft waar ze als burger recht op hebben. Deze gespannen verticale (burger-overheid) en horizontale (burger-medeburger) relatie maakt natuurlijk dat een evenwichtig multicultureel samenleven enorm bemoeilijkt wordt. Daarnaast stellen we vandaag vast dat bepaalde praktijken hardnekkig blijven bestaan die regelrecht indruisen tegen de monoculturele kern en die daardoor evenzeer het multiculturele samenleven in de feiten ondermijnen. Het betreft hier ondermeer de precaire positie van de vrouw binnen de islamgemeenschap, de taalachterstand onder immigranten, de schijnbare ongrijpbaarheid van politiek en religieus fanatisme, racisme, openlijke en versluierde discriminatie, enz. Een aantal nevenfenomenen (asielmisbruik, georganiseerde misdaad, illegale immigratie…) zorgen tot slot alleen maar voor een verdere verharding van de onderlinge posities. De positieve en negatieve publieke verantwoordelijkheden zijn dan ook al te vaak ontlopen. Van een degelijk onthaalbeleid waarbij immigranten de monoculturele kern van taal, rechten, plichten, principes en gewoonten van de gastsamenleving werd bijgebracht, was en is bijvoorbeeld nog steeds geen sprake. Van een harde aanpak van discriminatoire praktijken op sociaal, economisch en politiek vlak evenmin. De criminele uitwassen van de multiculturele samenleving werden dan weer liever doodgezwegen dan ze bij de wortel aan te pakken. Desondanks kan en mag het ‘multiculturele drama’ niet uitsluitend op het conto van de publieke instanties geschoven worden. Ieder individu draagt als burger immers ook zijn eigen verantwoordelijkheid om op een positieve wijze bij te dragen aan de samenleving waarin hij zich voortbeweegt. Het komt niet alleen de overheden toe om in te staan voor maatschappelijk welzijn. Het liberalisme voorziet dan ook in een verantwoordelijke overheid die veeleer een kader schept waarbinnen vrije, maar verantwoordelijke burgers op basis van gelijkwaardigheid en in wederzijds respect met elkaar samenleven. De concepten van de verantwoordelijke overheid enerzijds en de vrije, verantwoordelijke en gelijkwaardige burger anderzijds, monden in de liberale logica uit in de principes van gelijke kansen en waarachtig burgerschap. Beide principes zijn vandaag verre van verwezenlijkt. Indien het onderwijs mag beschouwd worden als de belangrijkste generator van gelijke kansen, en bijgevolg sociale rechtvaardigheid, mag de huidige onderwijspositie van kinderen van allochtone afkomst ronduit dramatisch genoemd worden. De democratisering en responsabilisering van het onderwijs moet derhalve één van de centrale aandachtspunten zijn en blijven binnen het consequente liberalisme. Discriminatie op de werkvloer is die andere perverse hindernis die in dit verband snel en efficiënt verwijdert dient te worden, maar waartegen tot op heden weinige concrete acties zijn ondernomen. Met deze twee aangestipte pijnpunten in het achterhoofd, wordt het uiteraard nogal moeilijk om van de ingeweken burgers te vragen om hun individuele verantwoordelijkheid op te nemen en een positieve bijdrage te leveren aan de gastsamenleving. Het burgerschap is, zoals eerder reeds aangegeven, evenzeer een mager beestje voor de ‘nieuwe Belgen’ van vandaag die de hen toegekende rechten niet geheel geëffectueerd zien. Voor de niet-genaturaliseerde immigranten komt daarbij nog het, voor consequente liberalen verwerpelijke, gebrek aan stemrecht. De loskoppeling van het burgerschap van de nationaliteit lijkt immers in Vlaanderen voor sommigen zo’n hachelijke onderneming te zijn dat ze er hun principes wel even voor aan de kant willen schuiven. Nochtans maken alle burgers hier deel uit van dezelfde samenleving. Indien men gelijke plichten en verantwoordelijkheden wil voor iedereen, kan men er gewoonweg niet om heen om aan iedereen ook dezelfde rechten toe te kennen. Soms kan politiek echt bijzonder eenvoudig zijn… Het verhaal van de leefbare multiculturele samenleving is er één van gedeelde rechten en plichten, van individuele en publieke verantwoordelijkheden, van wederzijds respect en erkenning, van universele waarden en normen met ruimte voor diversiteit, van een dialoog op basis van gelijkwaardigheid. Het liberalisme bezit net die rijkdom aan principes die de omstandigheden kunnen creëren voor een duurzame solidariteit en een oprechte tolerantie tussen mensen met uiteenlopende culturele achtergronden en overtuigingen. Laten we deze dan ook consequent hanteren en op een geloofwaardige manier uitdragen.
Philip Van der Celen Linksmailto:philipvdc@hotmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|