Positieve discriminatie is ook discriminatie

column vrijdag 25 februari 2005

Werner Vanderleen

Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 in het verschiet duiken de discussies over de verdeling man-vrouw weer op. De Vlaamse partijen dringen sterk aan om ook voor de gemeenteraadsverkiezingen de 50/50 regel in te voeren. Het zou inderdaad een ideale situatie zijn als er evenveel mannen en vrouwen aan politiek doen. Maar is dat wel zo verstandig om daarom quota op te leggen?

Ik heb absoluut niets tegen meer vrouwen in de politiek. Integendeel. Er zijn inderdaad veel te weinig vrouwen politiek actief. Maar dat is volgens mij geen reden om quota op te leggen. Bij het samenstellen van kieslijsten, mag men alleen uitgaan van de bekwaamheid van de mogelijke kandidaten. Met deze bekwaamheid bedoel ik niet alleen intellectuele bekwaamheid. Ook de capaciteit, die een persoon heeft, om bijvoorbeeld, veel stemmen te halen mag daar bij gerekend worden. Een eerlijke evaluatie van die bekwaamheden moet bepalen wie er nu op de lijst komt en wie niet.

Als er andere criteria gehanteerd worden dan bekwaamheidscriteria, dan is men aan het discrimineren. Ook al noemt men dat dan positieve discriminatie, het blijft discriminatie. Je zal maar diegene zijn die daar het slachtoffer van wordt. Je kan er niet eens een klacht tegen indienen. Dit is gelegaliseerde discriminatie, en dus moet je dat zomaar aanvaarden.

Deze regeling is trouwens een gevaarlijk precedent. Wat gaan we binnen enkele jaren doen als er ook 50% zestig plussers zijn? Gaan we dan de lijsten in vier gelijke delen moeten indelen? Eén voor jonge mannen (minder dan 60), één voor oudere mannen (60+), één voor jonge vrouwen (minder dan 60) en één voor oudere vrouwen (60+). Dan wordt lijst vorming nog moeilijker dan het nu al is, want je moet aan iedereen een verkiesbare plaats garanderen. Er bestaan nog andere verdelingen, die men over de bevolking zou kunnen maken. Als we de trend doorzetten en er voor elke groep een bepaalde ‘verkiesbare vertegenwoordiging’ moet gemaakt worden, waar zijn we dan in godsnaam mee bezig?

Ik hoor nu stemmen opgaan ‘ja natuurlijk, dit is een typisch mannelijke reactie’, maar niets is minder waar. Misschien dat enkele extreme voorbeelden dit nog duidelijker maken. Veronderstel, dat in een goedwerkende gemeentelijke afdeling van een of andere politieke partij de vijf belangrijkste, hardwerkende personen vrouwen zijn. Het lijkt mij dan toch heel logisch dat die vijf vrouwen de eerste vijf plaatsen bezetten op de kieslijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Helaas Dura lex, Sed lex… Zoals door de wet voorgeschreven moet het rits-principe worden toegepast. Dus de vijfde bekwame vrouw komt in het beste geval op de negende plaats te staan. En er staan vier mannen tussen omdat ze er moeten tussen staan, niet omdat ze bekwamer zijn. Dit is dus pure discriminatie.

Een tweede voorbeeld is nog extremer. Stel dat om de een of andere reden een groep vrouwen vindt dat in het belang van de vrouw een politieke partij opgericht wordt van vrouwen voor vrouwen en door vrouwen…Deze zeer vrouwvriendelijke partij, moet bij verkiezingen 50% mannen op de lijst zetten. Ik denk niet dat dit de bedoeling van dergelijke quota kan zijn. Er moeten meer vrouwen politiek actief worden. Maar niet op die manier! Niet op een manier waarop men bekwame mensen opzij schuift, omdat ze niet van het juiste geslacht zijn. Het verminderen van de invloed van de lijststem op de verkozenen is alvast een stap in de goede richting.

We moeten ons altijd voor ogen blijven houden dat zelfs positieve discriminatie nog altijd discriminatie is, en discriminatie is in alle gevallen onaanvaardbaar.



Werner Vanderleen

Werner Vanderleen

Links
mailto:Werner.Vanderleen@realsoftware.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be