Turkije gaat momenteel door haar ergste politieke crisis in meer dan tien jaar. De presidentsverkiezingen zijn stilgelegd, het leger heeft openlijk gedreigd met een staatsgreep, miljoenen mensen uiten hun ongenoegen in massale straatprotesten en door het hernieuwde PKK terrorisme overweegt het leger een mogelijke inval in het noorden van Irak. Bovendien zijn de toetredingsonderhandelingen met de EU al een tijd gedeeltelijk opgeschort en is de nieuwe Franse president Sarkozy een felle tegenstander van mogelijk Turks lidmaatschap. Al deze recente ontwikkelingen doen bij vele westerse analisten de wenkbrauwen fronsen. Het Turkse experiment van een seculiere, democratische en kapitalistische moslimstaat die institutioneel verbonden is met het westen, wordt al te vaak als vanzelfsprekend beschouwd. Het mogelijk verdwijnen van deze staat, bracht het land en haar politiek weer volop in de schijnwerpers. De massale straatprotesten van de afgelopen weken worden door sommige westerse media afgeschilderd als een strijd tussen ‘secularisten’ en ‘islamisten’. Enig perspectief is echter vereist. Het begon allemaal in april jl. met de nominatie van Minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül tot president van de Turkse republiek. Gül is een gematigd en alom gerespecteerd politicus en voorstander van Turkse politieke en economische hervormingen. Bovendien hielp hij mee de start van de EU onderhandelingen voor Turkije verzekeren. Na de eerste ronde in het parlement, dreigde het Turkse leger openlijk met een staatsgreep. Met de steun van het seculiere establishment, eisten de generaals dat de president van seculiere huize diende te zijn. Gül heeft een islamitisch verleden en zijn vrouw draagt een hoofddoek waardoor hij volgens hen onmogelijk kan voldoen aan die vereiste. De openlijke confrontatie tussen de AKP regering en het seculiere establishment dreigde het openbare leven te verlammen en de klok terug te draaien. Om de brandende lont uit het kruidvat te halen, annuleerde het Turkse Grondwettelijk Hof de uitslag van de eerste ronde met het argument dat het vereiste aanwezigheidsquorum ontbrak. Het leger kreeg zo wat het wilde. De beslissing van het Hof leek even iedereen uit de gevaarlijke impasse te halen: de AKP regering riep op tot vervroegde parlementsverkiezingen op 22 juli en trachtte een aantal grondwetswijzigingen door te duwen die de rechtstreekse verkiezing van de president mogelijk moesten maken. Terwijl het Turkse drama zich afspeelde, bleef de Europese Unie opvallend zwijgzaam toekijken. De verschillende lidstaten waren het er echter over eens dat het leger niet het laatste woord mag hebben in een democratie. Europees commissaris voor de Uitbreiding Olli Rehn waarschuwde onlangs de Turkse generaals om de regels van de democratie te respecteren, ook wanneer het resultaat niet hun voorkeur zou wegdragen. Sinds het ontstaan van de Turkse republiek, ziet het leger zich als de bewaker van de republiek en neemt ze deze taak zeer letterlijk. Sinds 1960, heeft het leger viermaal direct of indirect ingegrepen. Haar laatste optreden dateert van de zogenaamde “postmoderne coup” van 28 februari 1997 toen het Turkse leger de publieke opinie en de media mobiliseerde om een coalitieregering af te zetten die geleid werd door de islamitische Welvaartspartij. In het verleden konden de Turkse generaals inderdaad opwerpen dat hun militante verdediging van het secularisme de enige manier was om de democratie te vrijwaren. Dit argument lijkt in de huidige context niet meer van tel te zijn. De AKP van premier Erdogan kwam in 2002 aan de macht door haar radicaal islamitische verleden af te zweren en zichzelf om te bouwen in een partij die het economisch liberalisme combineert met conservatieve waarden, maar die niet fundamentalistisch is. De AKP heeft de democratische spelregels steeds gerespecteerd. Het seculiere establishment blijft echter claimen dat de AKP een verborgen islamitische agenda heeft die het hart van de moderne Turkse staat dreigt te ondergraven. Indien de partij tijdens haar bewind een ‘hidden agenda’ had, heeft ze dat buitengewoon goed verborgen weten te houden. Zo heeft het grote stappen gezet richting politieke liberalisering en consolidatie van de rechtsstaat. Met EU toetreding als haar hoogste prioriteit, heeft de AKP controversiële politieke hervormingen doorgevoerd zoals de afschaffing van de doodstraf, het toekennen van meer culturele rechten voor de minderheden en het beperken van de invloed van het leger in de binnenlandse politiek. De ‘religieuze’ AKP regeringspartij heeft een uitgesproken westers en economisch liberaal beleid gevoerd. Sinds het aantreden van de AKP groeide het BNP met gemiddeld meer dan 7 procent per jaar, de inflatie nam een flinke duik naar beneden van maar liefst 50 naar 8 procent en de buitenlandse directe investeringen (FDI) stegen van virtueel niets naar bijna 50 miljard dollar op drie jaar tijd. Sinds haar aantreden heeft de AKP meer gedaan om Turkije te moderniseren dan de seculiere partijen in de decennia daarvoor. De Turkse maatschappij is hoe langer hoe meer een pluralistische samenleving. Na tientallen jaren van staatscontrole, zijn er momenteel meer dan 300 televisie- and 1.000 radiostations, die alles uitzenden van de BBC over islamitische naar Koerdische nieuwsuitzendingen. Zelfs de positie van de vrouw is enigszins verbeterd sinds de AKP aan de macht kwam. Zo heeft de regering een grote campagne gevoerd tegen eerwraak. Bovendien heeft de AKP religieus geïnspireerde wetvoorstellen - zoals het opnieuw strafbaar maken van overspel - laten vallen. Niet alle Turkse ‘secularisten’ zijn bovendien democraten. Een deel van de oppositie komt uit een nationalistische en vaak anti-westerse hoek. De recente massale straatprotesten voor het secularisme kunnen niet altijd worden gezien als een pleidooi voor westerse waarden. Sommige slogans, borden en speeches van de protesten pleiten openlijk voor een militaire staatsgreep en een terugkeer naar een jaren ’30 ‘volledig’ onafhankelijk Turkije. De meeste militante ‘secularisten’ staan zeer wantrouwig ten opzichte van de Turkse aspiraties voor EU lidmaatschap, zijn vaak virulent anti-Amerikaans en niet op hun gemak met de globalisering. Hoewel de aanleiding voor de huidige politieke crisis vnl. de binnenlandse Turkse politiek betreft, gaat ook de EU niet geheel vrijuit. Toen Ankara de onderhandelingen met de EU startte, was er een onwaarschijnlijke alliantie in de maak tussen ‘secularisten’ in het leger, justitie en bureaucratie en ‘religieuzen’ binnen de AKP. De ‘secularisten’ zagen EU lidmaatschap vooral als een dam tegen het sluimerende islamisme, terwijl de ‘religieuzen’ de EU zagen optreden tegen de uitwassen van het secularisme. Het gemeenschappelijk doel van EU lidmaatschap zorgde ervoor dat beide partijen elkaar vertrouwden en samenwerkten aan hervormingen. Het Turkse leger zou hoogstwaarschijnlijk niet zo bruut durven ingrijpen ware het vooruitzicht op EU lidmaatschap iets positiever geweest. Turkije krijgt de laatste tijd EU signalen toegezonden die soms gemengd, en soms zelf ronduit ontmoedigend zijn. De EU besliste eind 2006 om de EU onderhandelingen over 8 van de 35 hoofdstukken op te schorten totdat Turkije zijn havens en luchthavens heeft opengesteld voor schepen en vliegtuigen uit de Republiek Cyprus. Door deze beslissing, moest Cyprus de blokkering van de 27 andere hoofdstukken prijsgeven. Turkije laat zich echter niet ontmoedigen en hoopt tegen de zomer serieuze vooruitgang te maken in 4 hoofdstukken. In april heeft de Turkse regering zich bovendien eenzijdig verbonden tot verregaande hervormingen over de periode tot eind 2013, of de EU nu uiteindelijk akkoord gaat met de Turkse toetreding of niet. De EU zelf kampt immers ook met haar eigen problemen die een Turks lidmaatschap voorlopig in de weg lijken te staan. Naast de institutionele crisis over de Europese grondwet en de onvoldoende verteerde uitbreidingsgolf van 2004, zijn er uiteraard de spanningen in sommige EU landen over de moeilijke integratie van moslimmigranten. Als de nieuwe Franse president Nicolas Sarkozy zijn zin krijgt, ziet het er slecht uit voor Turkije. Sarkozy heeft altijd gezegd dat voor Turkije geen plaats is in de EU. Laten we hopen dat zijn uitlatingen vooral gespierde verkiezingsslogans waren en dat Frankrijk haar veto niet gebruikt om verdere toetredingsgesprekken over andere hoofdstukken te blokkeren. De huidige politieke crisis heeft een extra dimensie van realisme en voorzichtigheid toegevoegd aan het reeds verhitte debat over Turks EU lidmaatschap. De huidige crisis gaat niet over de strijd tussen secularisme en islamisme. Er is in Turkije reeds enkele jaren een “change of elites” aan de gang die het huidige politieke landschap intens door elkaar schudt. In Europa en de VS zijn wij gewoon geraakt aan het beeld van de seculiere "Euro-Turk" aan de macht in Ankara. Deze seculiere elite heeft de laatste jaren plaats geruimd voor een provinciale en religieuze elite. Die nieuwe elite is niet meer alleen afkomstig uit het cosmopolitische Istanbul of de bureaucratische staatsinstellingen uit Ankara, maar komt ook uit het Anatolische hinterland (Gül komt bv. uit het 'provinciale' Kayseri, economische groeipool van de zgn. "islamitische calvinisten"). Deze nieuwe elite is inderdaad meer traditionalistisch en geloviger maar o.i. zeker niet "islamistisch". Er is dus een machtwissel aan de gang in de Turkse politiek, de zakenwereld en de media. Uiteindelijk gaat het om een machtsstrijd tussen enerzijds diegenen die een open, transparant en democratisch Turkije wensen en anderzijds diegenen die een paternalistisch beheerde democratie wensen te behouden die speciale status en privileges toekent aan een exclusieve staatselite. Turkije gaat door een fundamentele transitieperiode en leert omgaan met de essentie van democratie: namelijk dat meningen verschillen. De meerderheid van de Turkse bevolking verkiest noch de sharia noch een staatsgreep om dit meningsverschil te beslechten. De echte vraag achter de huidige crisis is dan ook wat voor soort democratie in Turkije de overhand zal krijgen. Kiest Turkije voor een bestuur van een seculiere elite met een autoritair tintje, of gaat het voor een open en transparante democratie onder (religieuze) democraten? Gerespecteerde binnen-en buitenlandse analisten lijken er alvast van overtuigd dat de democratisch verkozen AKP partij van Erdogan en Gül zich uiteindelijk zal transformeren tot een religieus-democratische partij zoals het Duitse CDU, mits ze daartoe de kans krijgt van de secularistische elite. De manier waarop Turkije hiermee omgaat, zou wel eens de vitale test voor de Turkse democratie kunnen zijn waar de Europese Unie reeds lang naar vraagt. Indien Turkije erin slaagt om de generaals te weerstaan, zullen toekomstige militaire coups zo goed als onmogelijk worden. De komende parlementverkiezingen van 22 juli worden hoe dan ook cruciaal voor Turkije. Indien de hervormingen nog worden versneld na de verkiezingen, zal zelfs Sarkozy het moeilijk hebben om tegen Turks lidmaatschap te blijven pleiten. Olivier Van Horenbeeck Olivier Van Horenbeeck Linksmailto:olivanho@hotmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|