Op zaterdag 9 december 2006 organiseerde Liberales in samenwerking met de VUB een studiedag rond het thema ‘Groen liberalisme. Een weg naar slimme welvaart’. Tal van interessante sprekers uit zowel de wetenschappelijke, industriële als politieke wereld leverden hun bijdrage tot het debat over deze brandend actuele materie. Eén van de voornaamste conclusies die we uit deze bijeenkomst kunnen trekken, is dat de milieuproblematiek behoorlijk complex is en vertakkingen heeft naar de meest diverse beleidsdomeinen. Daarom vergt ze ook een geïntegreerde aanpak die een afdoend antwoord biedt op de steeds meer imminente uitdagingen van deze tijd. Milieubeleid is het domein bij uitstek waar een moderne overheid (zonder betuttelend te willen zijn) het gedrag van de burger moet sturen en het principe ‘de vervuiler betaalt’ ten volle moet laten spelen. Het gaat om een collectieve verantwoordelijkheid bij uitstek waarover zowel de nationale als de internationale overheden als hoedsters van het algemene belang een coherente visie moeten ontwikkelen. Het wordt tijd dat de gehele milieuproblematiek in al zijn facetten uit de politieke verdomhoek wordt gehaald en in een ruimer perspectief wordt geplaatst. Tot dusver blijkt dit evenwel niet het geval te zijn, alle goedbedoelde recente initiatieven ten spijt. Twee frappante voorbeelden illustreren dit. Ten eerste getuigt de fiscaliteit met betrekking tot bedrijfswagens van een manifest gebrek aan langetermijnvisie vanwege de overheid, niet alleen op het vlak van mobiliteit, maar ook en vooral op het vlak van milieu. Enerzijds worden de sociale bijdragen op bedrijfswagens – terecht - vervangen door een CO2-heffing, doch anderzijds blijft het fiscale voordeel in hoofde van de belastingplichtige systematisch onderschat. Van een mentaliteitswijziging is dan ook geen sprake. Een wervend sociaal-economisch verhaal hoeft echter allerminst haaks te staan op een ecologisch beleid. Het spreekt voor zich dat de afschaffing van de fiscaal vriendelijke behandeling van bedrijfswagens niet los kan gezien worden van de discussie over een goede (netto)verloning van de werknemers. Bovendien zou een dergelijke evidente maatregel moeten kaderen in een ruimer geheel van coherente maatregelen op nationaal en internationaal vlak. Door haar kortetermijndenken laat de overheid echter kansen liggen om de verschillende beleidsobjectieven op elkaar af te stemmen en op die manier haar bij uitstek progressieve rol ten volle te spelen. Ten tweede - en dit is een veel fundamenteler bezwaar - moet de overheid een globale visie ontwikkelen over deze problematiek. Vaak wordt het broeikaseffect opgevoerd als belangrijkste dreiging. De documentaire An inconvenient truth van Al Gore speelt daarbij niet alleen een belangrijke bewustmakende rol, doch kan tevens een bondgenoot worden van de overheid als bliksemafleider van andere, mogelijks urgentere problemen. Deze week nog stelde het Steunpunt Milieu en Gezondheid de resultaten voor van een studie naar de aanwezigheid van schadelijke stoffen in het menselijke lichaam. Deze zijn op zijn minst zorgwekkende en kunnen niet genegeerd worden. Het groen liberalisme biedt hét filosofische kader ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling. Het hoeft geen betoog dat de vrije markt het beste is voor onze economie. Echter, daar waar het marktmechanisme ten volle kan of, minstens, zou moeten spelen ten aanzien van de consumptie van (uitputbare) grondstoffen, biedt het geen antwoord op de milieuvervuiling. Een al te blind vertrouwen in het mechanisme van de vrije markt is niet alleen behoorlijk naïef, het getuigt tevens van een fundamenteel misprijzen van het recht van elke burger op een gezonde omgeving. Dat liberalen zich niet om het milieu zouden bekommeren is een fundamentele misvatting. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, pleiten liberalen niet voor een ongelimiteerde vrijheid, maar juist voor duidelijke grenzen aan ieders vrijheid. Reeds in de zeventiende eeuw stelde John Locke, één van de belangrijkste grondleggers van het liberalisme, dat het individu vanuit zijn recht om op een maximale vrijheid invulling te geven aan zijn eigen leven, een gedeelte van de natuur mag opeisen, mits hij genoeg en van dezelfde kwaliteit overlaat voor anderen. Niemand kan dan ook meer aanspraak maken op de natuur dan een ander, want de mogelijkheden die de natuur biedt, zijn niemands persoonlijke verdienste. De uitgangspunten van Locke blijken verrassend actueel. Kurt Van Raemdonck Kurt Van Raemdonck Linksmailto:kvr205@nyu.edu |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|