|
Sinds de jaren '70 groeit het besef dat onze aarde niet alles kan dragen wat wij ermee doen. Talloze bewegingen wijzen ons terecht op het groeiend aantal milieuproblemen, iedereen moet immers de vrijheid krijgen om te leven in een gezonde omgeving. Bovendien moeten we er voor opletten dat we de aarde niet zodanig uitputten dat onze grondstoffen opraken of dat ze gewoonweg niet meer leefbaar is. Helaas zien sommige milieubewegingen soms problemen waar er geen zijn. Veelal gebruiken ze daarbij populistische argumenten ("Kerncentrales zijn gevaarlijk, kijk maar naar Tsjernobyl") of vergeten ze bv. bij het meten van luchtvervuiling te kijken naar de hoeveelheden die reeds van nature in onze atmosfeer voorkomen (o.a. chloorverbindingen, radioactiviteit, ...). Daarom is het belangrijk dat diegenen die de beslissingen moeten nemen, zich goed informeren en luisteren naar wat de wetenschap te vertellen heeft. Men moet oppassen geen onnodige maatregelen te nemen of geen ergere problemen te veroorzaken. We moeten onze middelen zo goed mogelijk benutten en dus eerst de problemen oplossen waar we het meest winst (in termen van een gezondere leefwereld dan) kunnen op maken. Een onmogelijke 0 %-norm na streven bijvoorbeeld is pure verspilling van middelen. SUBTITELDe problemen De belangrijkste problemen die zich nu stellen zijn het broeikaseffect, onze energievoorziening, onze afvalverwerking, onze watervoorraad en de ruimtelijke ordening. Een van de belangrijkste milieuproblemen lijkt wel het broeikaseffect te zijn. Als men echter naar de huidige opwarming van de aarde kijkt, vergeet men maar al te gauw dat er altijd fluctuaties in temperatuur geweest zijn. Eigenlijk is, over een langere periode gezien, de aarde zelfs aan het afkoelen en lijkt de huidige opwarming slechts een kleine storing te zijn, die daar weinig zal aan veranderen. Men gaat er trouwens te vlug van uit dat deze opwarming volledig door de mens zou veroorzaakt zijn. Sommige wetenschappers durven zelfs beweren dat er helemaal geen sprake is van een broeikaseffect. Waarschijnlijk ligt de waarheid ergens in het midden. Dat de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer door menselijk toedoen gestegen is, valt moeilijk te ontkennen en waarschijnlijk is de temperatuur daardoor wat opgelopen. Men vermoedt echter dat de opwarming slechts voor één vierde door de mens veroorzaakt is. Zo kan de toename van broeikasgassen ook voor een stuk door de natuur veroorzaakt zijn. Daarnaast zijn er nog andere factoren die een rol spelen. Heel belangrijk daarbij is de rol van de zon. Een groot deel van de opwarming zou te wijten zijn aan de hoeveelheid zonnewind die er optreedt. In ieder geval moet de uitstoot van schadelijke stoffen beperkt worden. Is het niet om het broeikaseffect tegen te gaan, dan is het om voor een gezonde leefomgeving te zorgen. Voor onze energievoorziening zijn we nog altijd grotendeels afhankelijk van fossiele brandstoffen. Dit moet dringend veranderen. Daarbij is de vervuilingsgraad zelfs niet de belangrijkste reden. O.a. de petrochemische nijverheid en de staalindustrie maken veel gebruik van resp. aardolie en steenkool als grondstof voor hun producten. Gezien het belang van deze sectoren (een wereld zonder kunststoffen kunnen we ons zelfs niet meer voorstellen) moeten we zoveel mogelijk van onze reserves daarvoor bewaren. Daarnaast moeten we de vloeibare brandstoffen, die gemakkelijk transporteerbaar zijn, sparen voor gebruik in afgelegen gebieden, waar geen alternatieven voorhanden zijn. Willen we van onze aarde geen stortplaats maken, moeten we natuurlijk ook de afvalberg verkleinen. Temeer omdat veel afval meestal ook een verspilling van grondstoffen impliceert. Slechts een kleine fractie van het water op onze aardbol is drinkbaar. Daar moeten we dus ook spaarzaam mee omgaan. Het is wraakroepend dat we bv. onze toiletten nog steeds met zuiver water doorspoelen. Los daarvan wordt ons bodem-, rivier- en zeewater sterk vervuild door de industrie, de landbouw en de gezinnen. De problemen die hierdoor veroorzaakt worden, zijn bijna niet op te sommen: vissterfte, planten die verdwijnen, vervuild drinkwater, enz. Ook de ruimtelijke ordening kadert in het milieudebat. Zo moeten o.a. de weinige waardevolle natuurgebieden die ons nog resten zijn beschermd worden en mag er geen sterk vervuilende industrie midden in een woonwijk of een landbouwgebied staan. SUBTITELDe oplossingen De oorzaak van al deze problemen ligt in het feit dat de aarde iedereen toebehoort en dus ook niemand. Niemand kan immers aanspraak maken op iets wat van iedereen is. Het gevolg daarvan is dat de vrije markt hierin niet kan spelen, waardoor nooit de èchte kostprijs aangerekend wordt. Daarom moet de overheid hier de plaats van de vrije markt innemen en voor het gebruik of het misbruik van ons milieu laten betalen. I.v.m. de uitstoot van schadelijke stoffen wordt veel heil verwacht van de zgn. emissierechten. Naast het probleem van de eerlijke toewijzing hiervan, is er nog het nadeel dat iemand het recht krijgt om iets uit te stoten, terwijl iedereen de plicht zou moeten hebben zo weinig mogelijk te vervuilen. Daarom zou een belastingssysteem gebaseerd op de werkelijke uitstoot i.p.v. het Kyoto-protocol een veel betere oplossing zijn. Bij industriële installaties kunnen relatief eenvoudig metingen uitgevoerd worden, terwijl voor wagens i.p.v. een verkeersbelasting gebaseerd op het motorvermogen een vervuilingsbelasting kan ingevoerd worden die steunt op de vervuilingsgraad van het autotype. Voor het brandstofverbruik is het zo dat het probleem zichzelf zal oplossen. Naarmate de fossiele brandstofvoorraden schaarser worden, zal de prijs volgens het systeem van vraag en aanbod automatisch omhoog gaan. Hierdoor wordt ook automatisch rekening gehouden met het feit dat we aardolie en aardgas ook voor andere zaken gebruiken, want ook dat vertaalt zich in de vraag. Uiteindelijk zullen zuiniger installaties en alternatieven interessanter worden. Men mag hierbij echter niet te veel verwachten van de hernieuwbare bronnen zoals windenergie en zonne-energie, tenzij we de wereld willen volbouwen met windmolens. Het beste alternatief voor fossiele brandstoffen blijft nog altijd het gebruik van nucleaire energie. Kernsplijting is het minst vervuilend èn een van de veiligste manieren om elektriciteit op te wekken. De bronnen zijn schier onuitputtelijk, er komen geen schadelijke stoffen vrij en uranium wordt toch voor bijna niets anders gebruikt. Het enige probleem is de berging van de radioactieve afvalstoffen. Dit kan tegenwoordig echter heel veilig gebeuren in geologisch stabiele aardlagen. Trouwens, van nature komen er al grote hoeveelheden radioactieve stoffen in de aardkorst voor, zonder dat iemand daar ooit last van gehad heeft. Ook de veiligheid is optimaal, en zelfs beter dan die van bv. een steenkoolcentrale. Men verwijst hier vaak naar Tsjernobyl, maar die centrale is van een totaal ander, minder veilig type dan die in de westerse wereld. Een ander voorbeeld dat veel gebruikt wordt is Three Mile Island, terwijl daar na het ongeluk nochtans geen enkele verhoging van de radioactieve straling gemeten werd. Als we de CO2-uitstoot en het verbruik van fossiele brandstoffen drastisch willen verminderen, is kernenergie het enige alternatief. Het lijkt interessanter om de middelen die o.a. naar de uitvoering van het Kyoto-protocol zullen gaan te gebruiken om het onderzoek naar kernfusie, waar geen enkel milieuprobleem aan verbonden is, te financieren. Op het gebied van afvalverwerking geldt natuurlijk dat voorkomen beter is dan genezen. We moeten er dus voor zorgen zo weinig mogelijk afval te produceren. Daarnaast moeten we ook zo veel mogelijk recycleren, als dat tenminste niet schadelijker voor het milieu is dan gewoon storten of verbranden. Deze twee laatste methodes mogen slechts de laatste mogelijkheid zijn die onderzocht wordt. Daarom moet ook hier weer duidelijk aan de vervuiler doorgerekend worden wat storting of verbranding effectief kost. De vervuiling van water door gelijk wie moet belast worden. De vervuiler betaalt. Voor water dat in de rioleringen terechtkomt en zo naar de zuiveringsinstallaties gaat kan men eenvoudigweg de prijs van de zuivering aanrekenen. Bedrijven die hun afvalwater rechtstreeks in de rivier lozen, moeten daar zwaar voor belast worden, zodat het economisch interessant voor hen wordt om vooraf een zuivering door te voeren. De prijs kan bepaald worden aan de hand van metingen in de lozingspijpen. Landbouwers kunnen belast worden op het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen en het overmatig mestgebruik. Dit alles moet tot een mentaliteitswijziging leiden, zodat minder water zomaar verspild wordt. Zoals gezegd is ook de ruimtelijke ordening belangrijk. De grote lijnen moeten nationaal uitgezet worden, maar de concrete invulling kan beter lokaal gebeuren. Als mensen onteigend worden, omdat ze bv. in kwetsbaar gebied wonen, moeten ze daar vergoed voor worden, op voorwaarde dat de fout niet bij hen ligt. Het is belangrijk dat mensen gemakkelijker kunnen verhuizen, zodat ze dichter bij hun werk kunnen gaan wonen, en dus minder de auto moeten nemen. O.a. de verdere vermindering van de registratierechten kan daarvoor een impuls geven. Daarnaast is het een slecht idee om een bedrijfswagen fiscaal aantrekkelijk te maken, omdat zo het autorijden gepromoot wordt. Het geld dat daardoor vrijkomt kan men gebruiken om het openbaar vervoer te verbeteren. SUBTITELDe overheid Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn om op deze manier de belastingen te verhogen. Daarom moeten o.a. alle lineaire milieubelastingen opgeheven worden omdat die niet kaderen in een systeem waarin de vervuiler betaalt. Eigenlijk is dit vanzelfsprekend, maar de overheid moet in dit alles een voortrekkersrol spelen. Bij elke beslissing die ze neemt, van de kleinste tot de grootste, moet ze nadenken over wat de implicaties op het milieu zijn. Daarenboven moet ze zelf het voortouw nemen, door zo milieuvriendelijk mogelijk te werk te gaan. Omdat heel wat van de vermelde problemen een lokale oorsprong hebben, maar zich laten voelen over de hele wereld, moet er een internationaal orgaan opgericht worden, dat zich moet bezighouden met de algemene coördinatie van het milieubeleid. Dit dient vooral om te vermijden dat er een aantal milieubelastingparadijzen zouden ontstaan, waar dan een grote verontreiniging zou ontstaan. Daarnaast zou het de besluitvorming vereenvoudigen, het is dan niet meer nodig om zelfs voor de kleinste wijziging alle landen terug samen te roepen. Bij haar doelstellingen, moet dit instituut wel rekening houden met de situatie in vele derdewereldlanden. We moeten immers vermijden dat door ònze milieueisen, hùn levensstandaard nog verder zou omlaag gaan. Daarom moet men de belastingopbrengsten o.a. gebruiken om ook in de ontwikkelingslanden de omschakeling naar milieuvriendelijkere technieken te financieren.
Jules van Rie Linksmailto:julesvanrie@belgacom.net |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|