De vrije markt mag niet absoluut zijn

column vrijdag 21 mei 2010

Dirk Verhofstadt

Liberalen geloven in de vooruitgang. De geschiedenis heeft aangetoond dat mensen en bedrijven binnen een vrije markt veel meer gemotiveerd zijn om creatief en innovatief te zijn. Op die manier hebben ze bijgedragen tot meer welvaart voor meer mensen. De vrije markt leidt tot vrije en open concurrentie waardoor de producenten van de beste producten steeds een stap voor hebben op diegenen die minderwaardige producten maken. Het beste voorbeeld was de auto-industrie in Duitsland voor de val van de Berlijnse Muur. In West Duitsland werden de meest uiteenlopende wagens gebouwd: duur en goedkoop, veilig en minder veilig, zuinig en minder zuinig. Onder druk van politieke partijen (zoals de Groenen), consumentenverenigingen (zoals Test-Aankoop) en een vrije pers werden de burgers goed geïnformeerd en konden ze afwegen wat voor hen de beste koop was. Die vrije concurrentie leidde ertoe dat wagens steeds veiliger, zuiniger en kwalitatief beter werden.

In Oost-Duitsland werd maar één auto gemaakt: de Trabant. Daarvan moesten er jaarlijks een vast aantal gemaakt worden. Eisen inzake veiligheid, zuinigheid of efficiëntie waren van geen enkele tel. Het maakte dan ook niets uit of die wagens zuinig, veilig en efficiënt waren. De ingenieurs werden niet gestimuleerd om betere wagens te maken, en de overheid liet geen kritiek van consumentenverenigingen of groene partijen toe. De DDR was een dictatuur die centraal geleid werd, geen democratische politieke partijen toeliet, geen oor had voor de verzuchtingen van de consumenten en geen vrije pers kende. Vandaar de Trabant, een auto die extreem vervuilend, heel onveilig en kwalitatief ondermaats was. Zowat iedereen erkent sindsdien dat een vrije markt leidt tot betere resultaten, tot meer keuzevrijheid en vooral tot kwalitatief hoogstaander producten.

En toch mag de vrije markt niet absoluut vrij zijn. Een overheid is en blijft nodig om een vrije markt juist mogelijk te maken door zich te verzetten tegen monopolies, kartelvorming en prijsafspraken. De overheid moet ook voorwaarden kunnen stellen waaraan producten inzake veiligheid en gezondheid moeten voldoen. Zo vind ik het een goede zaak dat de overheid een reeks verplichtingen oplegt aan de auto-industrie om wagens veiliger, zuiniger en milieuvriendelijker te maken. Hier prevaleert het algemeen belang, zoals de bescherming van ons leefmilieu en de gezondheid van de burgers, immers op het privé-belang (zeg maar de winst) van enkelen. In die zin zijn overheden broodnodig, iets wat zogenaamde neoliberalen en libertariërs blijven bestrijden. Zij gaan uit van een vorm van marktfundamentalisme, het dogmatische geloof dat de vrije markt automatisch zal leiden tot de beste oplossingen.

Dat dit niet klopt, is in de praktijk al veelvuldig aangetoond. In zijn boek De utopie van de vrije markt toont de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis overtuigend aan hoe nefast het absolute vrije marktdenken is geweest. Hij wijst op de desastreuze gevolgen van een jarenlange politiek van absoluut marktdenken, het overhevelen van taken van de gemeenschap naar de private sector en het ontmantelen van allerlei controlemechanismen door de overheid. Nergens kwam dat beter tot uiting dan in de bankencrisis die vanaf 2008 miljoenen mensen beroofde van hun spaargeld, hun woning en hun job. Om de banken van een volledige ondergang te redden, moesten de overheden massaal bijspringen met belastingsgeld, waardoor hun staatsschulden opnieuw de pan uitrezen.

We hebben nood aan een Europese, zelfs mondiale politieke tegenmacht tegenover de geglobaliseerde economische macht die bijna niet meer gecontroleerd kan worden door de natiestaten. Een dergelijke politieke tegenmacht moet opkomen voor de belangen van alle burgers, ook voor de belangen van de toekomstige generaties. In die zin is het goed om even stil te staan bij de enorme olieramp in de Golf van Mexico. Het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken is volgens minister Ken Salazar tekortgeschoten bij toezicht op diepzeeboringen, en heeft zo mogelijk bijgedragen aan de milieuramp die een van de ergste in de Amerikaans geschiedenis dreigt te worden. Maar tegelijk zei de minister dat de VS ondanks de olieramp niet minder olieboringen op zee zullen uitvoeren omdat ze noodzakelijk zijn om de energievoorziening in de VS op peil te houden. Daar zouden we met zijn allen eens moeten blijven bij stilstaan. Kunnen we inderdaad verder gaan zoals we bezig zijn?

We wisten al dat het gebruik van klassieke brandstoffen zoals gas, olie en kolen schadelijk zijn voor het milieu. Nu beseffen we ook nog beter dat de ontginning en exploitatie ervan bijzonder schadelijk kan zijn. Denk aan de kernramp in Tsjernobyl, de vele dodelijke ongelukken in de Chinese koolmijnenbouw en nu de explosie van de boorput in de Golf van Mexico. Het wordt dringend tijd dat we massaal omschakelen naar de winning en het gebruik van niet-fossiele brandstoffen. Ook hier kan de overheid bij helpen door het gebruik van klassieke bandstoffen te belasten en het gebruik van niet-fossiele brandstoffen fiscaal te stimuleren. Binnen die regels kan de vrije markt dan zijn werk doen. We zijn die omschakeling verplicht niet alleen aan de huidige generatie, maar ook en vooral aan onze kinderen en kleinkinderen.



Dirk Verhofstadt

Dirk Verhofstadt

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be