|
Wat is het belangrijkste: de wet of de koran? Op die vraag van Siegfried Bracke gesteld in het programma De Zevende Dag aan Jamilla Afennas, een onderwijzeres islamitische godsdienst, kwam geen duidelijk antwoord. Hiermee wordt de kern van het debat over de hoofddoek duidelijk. De recente discussie over het al dan niet verbod op het dragen van hoofddoeken door moslimmeisjes in openbare scholen is fundamenteler dan we op het eerste zicht zouden denken. Het gaat niet zozeer over dat stukje textiel, maar wel over de fundamentele grondrechten van onze rechtsstaat waaronder de gelijkwaardigheid van man en vrouw. In een reactie op deze kwestie stelde moraalfilosoof Etienne Vermeersch dat meisjes die de sluier als een plicht van de koran aanzien ook de ‘zeven andere discriminaties’ van de vrouw die door de koran worden voorgeschreven, zouden moeten aanvaarden (zie het essay van Etienne Vermeersch over De islam of de hoofddoek in De Standaard van 16 januari 2004). In de koran staat het basisprincipe dat de verhouding tussen mannen en vrouwen in de islam duidelijk weergeeft in soera 4, vers 34: “De mannen zijn zaakwaarnemers voor de vrouwen, omdat God de een boven de ander heeft bevoorrecht...”. Hiermee is de toon gezet. In tal van andere versregels in de koran, in de sunnah of de tradities over uitspraken en handelingen van de Profeet en in de sharia of de toepassing van de koran op het recht, vinden we tal van verwijzingen naar de ondergeschiktheid van de moslimvrouw tegenover de moslimman. Op seksueel vlak mag de man ‘betrekkingen hebben met een onbeperkt aantal vrouwen’ (vier echtgenotes en zoveel slavinnen als hij zich kan veroorloven) terwijl een vrouw alleen seksuele betrekkingen mag hebben met haar echtgenoot, als hij dat wenst (soera 23, vers 1-6). De man kan zijn echtgenote verstoten, het omgekeerde is uiteraard niet mogelijk (soera 65, vers 1). Vrouwen zijn op het emotionele en intellectuele vlak minderwaardig aan mannen, daarom zijn ze bijvoorbeeld minder betrouwbaar als getuigen. Zo moet men twee vrouwelijke getuigen hebben om één man te vervangen (soera 2, vers 282). Ook op het vlak van de erfenissen wordt de vrouw achteruit gesteld, zo komt de man het aandeel van twee vrouwen toe (soera 4, vers 176). Een manifest bewijs van de feitelijke ongelijke behandeling van mensen vindt men in de toepassing van de ‘lex talionis’, het principe van oog voor oog, tand voor tand (soera 2, vers 178: “Jullie die geloven, aan jullie is voorgeschreven te vergelden bij doodslag: een vrije voor een vrije, een slaaf voor een slaaf, een vrouw voor een vrouw”). Maar het overwicht van de man komt op de meest markante wijze tot uiting in het feit dat de echtgenote hem onderdanig moet zijn en dat hij wordt aangespoord haar te slaan in geval van ongehoorzaamheid (soera 4, vers 34: “De deugdzame vrouwen zijn dus onderdanig... Maar zij van wie jullie de ongezeglijkheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in haar rustplaatsen en slaat haar”). In zijn boek La muyer en el Islam beschrijft Mohammed Kamal Mustafa, de imam van het Spaanse Fuengirola, hoe gelovigen hun vrouw moeten slaan zonder zichtbare sporen achter te laten. Mannen “kunnen dat het beste doen op de handen en de voeten, met gebruikmaking van een lichte stok, die geen littekens of blauwe plekken veroorzaakt”. Soms beweert men dat de vrouwonvriendelijkheid nog niet bestond in de periode van de eerste ‘rechtgelovige’ kaliefen. Maar daar staat tegenover dat de eerste kalief Abu Bakr zijn dochter Aïsha op zesjarige leeftijd uithuwelijkte; het huwelijk werd voltrokken toen ze negen jaar was. Haar man, de Profeet, was toen 53 jaar. Toen Ayaan Hirsi Ali deze passage aanhaalde en vraagtekens plaatste bij dat gedrag van de Profeet kreeg ze de banbliksems van de moslimgemeenschap over haar. Dit illustere voorbeeld heeft er wel toe geleid dat er tot 1923 geen enkel Arabisch land was dat een minimum leeftijd voor het huwelijk bepaalde, met als gevolg dat er talloze kinderhuwelijken plaats grepen waarbij de meisjes dan definitief gebonden waren, terwijl de jongens hun vrouw later konden verstoten. Van de tweede kalief, Omar, is dan weer de uitspraak overgeleverd dat de man die zijn vrouw slaat, geen rekenschap hoeft af te leggen. De aanklacht van Etienne Vermeersch dat vrouwen in de islam volgens de gebruikelijke interpretatie van de koran ondergeschikt zijn aan de man wordt ook bevestigd door de Egyptische schrijfster Nahed Salim. In haar boek De vrouwen van de profeet wijst ze erop dat vrouwen in de moslimwereld vaak de laatste schakel vormen in een lange keten van onderdrukten. De slechte positie van de vrouw in de islam ligt, aldus Salim, in het absolute monopolie van mannen op het gebied van de theologie. Wie kan de autenticiteit en letterlijkheid van de bepalingen in de koran garanderen? En ook bij de juistheid van de vaak denigrerende teksten over de vrouw in de soenna (of overleveringen van de Profeet) plaatst ze vraagtekens. Ook die werden misvormd en vervalst. Bijgevolg zijn ze niet onfeilbaar. De aanklacht van Naheb Selim is duidelijk: de vrijheid van de vrouw wordt beperkt door haar familie maar ook door de ganse traditie, religie en politiek. Het doel van de door mannen geïnterpreteerde teksten is vrouwen vast te houden op de hun aangewezen plaats in de samenleving en in de familie. Als onderdanen van de man en de garantie op het voorzetten van de familienaam. Het boek is indrukwekkend omdat het een kijk geeft op de koran vanuit het gezichtspunt van een vrouw. Het kan de start betekenen van een feministische stroming in de islam. Een stroming die niet langer zal aanvaarden dat de vrouw – in naam van God – een minderwaardig schepsel is. Ook de Iraanse rechtsgeleerde Shirin Ebadi, die in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, ziet de vrouwenrechten als een essentiële uitdaging. Op het Wereld Sociaal Forum in Mumbaï benadrukte ze net een week geleden (op vrijdag 16 januari 2004) het feit dat vrouwen in het Oosten meestal een weinig benijdenswaardige positie hebben: “Het hier algemeen gangbare patriarchaat is een cultuur die geen gelijkheid tussen mannen en vrouwen toelaat. Dat is niet alleen voor vrouwen, maar ook mannen een slechte zaak. Een patriarchale cultuur gelooft niet in democratie, ze gelooft in het gelijk van een kleine mannelijke elite.” Ebadi profileert zich nadrukkelijk als moslima en bindt vanuit die achtergrond de strijd aan tegen het onderdrukkende patriarchale systeem, dat als een ziekte ook door vrouwen wordt doorgegeven naar volgende generaties. “Pas als we die vicieuze cirkel kunnen doorbreken, kunnen we echt werken aan gelijke rechten voor vrouwen en voor mensenrechten in het algemeen”, zegt ze. De Marokkaanse schrijfster Naima El-Bezaz verwerpt de hypocrisie van de mannelijke moslims. Ze willen een maagd trouwen. In Nederland is het gebruik dat Marokkaanse en Turkse moslimmannen een vrouw uit het land van herkomst halen. Een groen blaadje, onmondig en vooral onbekend binnen de kringen van haar toekomstige echtgenoot. In de meeste steden van Marokko zijn er klinieken waar vrouwen terechtkunnen voor een hersteloperatie van hun maagdenvlies. In Nederland nemen veel allochtone meisjes hun toevlucht tot zulke hersteloperaties. De maagdencultus houdt de moslimvrouw al vanaf zeer jonge leeftijd gevangen. Seks correspondeert met angst. De angst om de oorzaak te zijn voor de schande van de familie. Waar komt het toch vandaan dat mannen een maagd zo verheerlijken? Naima El-Bezaz wijst op het feit dat in de koran aan godsvruchtige mannen een paradijs beloofd wordt, waarbij in afgescheiden paviljoens vurig beminnende gezellinnen op hen wachten. Een bijkomend genoegen is dat de vrouwen in het paradijs, ongeacht het genot dat mannen met hen beleven, altijd maagd blijven. Het hoogste goed voor moslimmannen is dus de maagdelijkheid voor de vrouw. Het is van zulke hoogstaande waarde dat het al het andere overschaduwt. En een jong meisje groeit zo op in angst, terwijl ze bevend haar huwelijksnacht afwacht en zij de angstaanjagende verhalen aanhoort over die vrouwen die families schade en schande hebben berokkend. De gemeenschap speelt een belangrijke rol in dit scenario. Iedereen let met argusogen op andermans dochters, één misstap zorgt al voor reputatieverlies. De sociale controle is als een onzichtbaar traliewerk, dat een vrouw vanaf haar vroegste jeugd tot aan en zelfs tijdens haar huwelijk onderdrukt. En dan is er nog die bewuste hoofddoek. De Werkgroep Islamitische Bewustwording Nederland heeft een grondig onderzoek gedaan naar de kledingvoorschriften voor de vrouw in de koran (zie http://www.monotheist.nl/hoofddoek.html). Daaruit blijkt dat er geen sprake is van een hoofddoek, gezichtssluier of iets dergelijks. De woorden ‘haar’ (sha’r), ‘hoofd’ (ra's), ‘gezicht’ (wajh) of ‘nek’ (raqbah) worden in de koran niet genoemd in combinatie met een kuisheidsvoorschrift. Enkel de schaamstreek, en de borsten. De Werkgroep wijst er op dat zelf regels maken in de godsdienst en die verplichten door ze aan God toe te schrijven, volgens de koran een grote zonde is en dus vermeden moeten worden. Dat de hoofddoek geen verplichting is in de koran wordt ook door moslims zelf verkondigd. Volgens Nahed Selim spreekt de koran enkel over ‘sieraden’. In vers 24:31 staat dat vrouwen ‘hun sieraad (zinat) niet mogen tonen’. Het belangrijke begrip zina(t) heeft evenwel niets met het lichaam, het haar of het hoofd te maken. Van een ‘hoofddoek’ als zodanig is er dus geen sprake. De meeste moslimmannen willen dat de vrouwelijke aantrekkelijkheid exclusief voorbehouden blijft aan haar echtgenoot. Samen met het verbod het eigen huis te verlaten zonder toestemming van de echtgenoot, vormt de verplichting om een hoofddoek te dragen een onwrikbaar geheel met de andere discriminaties die de koran, de sunna en de sharia ingevoerd hebben. Er valt moeilijk te ontkomen aan het feit dat dit voorschrift - nu op kunstmatige wijze herleid tot de ‘hoofddoek’ - symbool staat voor dit onderdrukkend en denigrerend geheel. De eerste geëmancipeerde vrouwen in de islamgeschiedenis hebben dat goed begrepen: het afleggen van de sluier drukte hun emancipatiegedachte krachtdadig uit. Voor Etienne Vermeersch is het dus onvermijdelijk dat wie enige kennis van de geschiedenis van de islam heeft niet anders kan dat het opnieuw opnemen van de sluier (onder de vorm van hoofddoek) als een symbool beschouwen van de terugkeer naar de traditionele positie van de vrouw in de islam. Die symboolwaarde blijft bestaan ook al wordt die door enkelingen anders beleefd. Het argument van zogenaamde progressieve intellectuelen dat “voor een deel het dragen van een hoofddoek tot meer bewegingsvrijheid leidt” is ontluisterend. Het impliceert immers dat voor die vrouwen het niet-dragen van een hoofddoek dus een probleem vormt. De onderdrukking van de vrouw, die, of men dat nu wil of niet, door de hoofddoek gesymboliseerd wordt, is in onze westerse liberale samenleving maar ook daarbuiten onaanvaardbaar. De Egyptische schrijfster Nawal al-Sa'adawi, die jarenlang gevangen zat omdat ze kritiek uitte op de islam, gaf in Mumbaï de westerse en zogenaamd progressieve feministen dan ook een veeg uit de pan. “Ik las onlangs in The Guardian een interview met een Britse feministe, die zich tegen het hoofddoekverbod uitsprak, omdat de hoofddoek deel uitmaakt van een cultuur, en daartegen mogen we niet ingrijpen. Dat is fout! We moeten ook de geest van feministen ontsluieren! Wij worden onderdrukt door de hoofddoek, laat dat duidelijk zijn!” Mensen, vrouwen of mannen, welke religie ze ook aanhangen, mogen aan geen enkele vorm van discriminatie of onderdrukking onderworpen worden. Dat vloeit voort uit de strijd die we sinds de Verlichting voeren rond de principes van Liberté, Egalité en Fraternité. Een derde feministische golf, zoals voorgesteld door de Nederlandse politica van Somalische oorsprong, Ayaan Hirsi Ali, is dan ook broodnodig. De derde feministische golf zou een inhaalbeweging zijn voor islamitische en andere vrouwen die dit niet hebben meegekregen. Ze verdienen de steun van alle ware progressieven. Omdat het niet langer kan dat vrouwen die geen hoofddoek dragen of zich niet schikken naar de wensen van de man, wereldwijd vernederd, geslagen, verkracht, verstoten en vermoord worden. Dirk Verhofstadt Dirk Verhofstadt Linksmailto:verhofstadt.dirk@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|