De voorbije weken werd opnieuw duidelijk wie de echte conservatieven in onze samenleving zijn. Het zijn de leiders van de drukkingsgroepen die hun verworven rechten en groepsbelangen verkiezen boven het belang van miljoenen medeburgers. Ze spelen handig in op de gevoelens van angst en onzekerheid die voortkomen uit de globalisering en de daarmee verbonden economische veranderingen. Nochtans weten ze perfect dat die veranderingen en vernieuwingen noodzakelijk zijn om onze welvaart en sociale zekerheid veilig te stellen en het lot van miljoenen medeburgers zowel bij ons als in de rest van de wereld te verbeteren. Hun behoudsgezindheid is asociaal, corporatistisch en getuigt van een manifest gebrek aan solidariteit met hun medemensen. Xavier Verboven, de secretaris van het ABVV, spreekt zijn militanten nog steeds aan met ‘kameraden’, heeft het over ‘solidariteit’ en beweert een ‘progressief’ te zijn. Maar met zijn verzet tegen elke aanpassing van ons rigide sociaal en arbeidssysteem toont hij zich allesbehalve kameraadschappelijk, solidair of progressief. Alle studies tonen aan dat we in ons land met meer mensen langer aan de slag moeten blijven willen we onze sociale zekerheid in stand kunnen houden. Zijn eis om niets te veranderen aan de huidige regeling inzake brugpensioenen, strakke arbeidsregels en de eindeloopbaan zorgen er juist voor dat bedrijven delocaliseren, dat nieuwe investeerders wegblijven en zo talloze jobs verloren gaan. Daarmee demonstreert Xavier Verboven een stuitende desinteresse voor de vele werklozen en in het bijzonder voor de nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Zijn staking leverde uiteindelijk niets op, behalve dan een verlies van vele miljoenen euro’s voor onze economie. Maar dat deert de ABVV-secretaris duidelijk niet. Hij heeft geen interesse in de gezondheid van ons sociaal-economisch weefsel maar wil kost wat kost verworven rechten in stand houden, en dan vooral zijn eigen positie aan het hoofd van de vakbond. Karel Van Eetvelt, de gedelegeerd bestuurder van Unizo, blijft zich verzetten tegen de opheffing van de talloze regels en voorwaarden die mensen verhinderen om aan de slag te gaan. Zo staat de vakbond van de zelfstandigen ‘zeer negatief’ tegenover de plannen van de regering om de drempel voor het starten van bepaalde bedrijvigheden te verlagen. In feite verdedigt Unizo een vorm van corporatisme die sterk gelijkt op het gildensysteem tijdens de Middeleeuwen. Via tal van diploma’s en attesten schermt Unizo de markt af voor nieuwkomers. Mensen die thuis brandstof leveren, foto’s uitprinten, de was doen in bedrijven of bier willen serveren moeten een ‘diploma’ kunnen voorleggen, vooraleer ze aan de slag kunnen. Via vestigingswetten maakt Unizo een echte vrije concurrentie - waardoor ondernemers betere en goedkopere producten en diensten aanbieden - onmogelijk. Via sluitingsuren en het verbod op zondagswinkelen proberen ze actieve ondernemers die de handen uit de mouwen willen steken in te tomen. Via de soldenregeling wordt door de zelfverklaarde verdedigers van de zelfstandigen misbruikt om specifieke groepsbelangen te verdedigen die haaks staan op de ondernemingszin van talloze mensen. De vele voorwaarden die ze stellen aan nieuwe ondernemers om van start te mogen gaan dienen enkel het belang van de bestaande KMO’s die zoveel mogelijk concurrentie willen uitsluiten. Op die manier verhinderen ze dat duizenden mensen, vooral jongeren, aan de slag gaan met een eigen zaak en stimuleren ze in feite illegaal ondernemen en werken. Noël Devisch, woordvoerder van de Boerenbond, verdedigt onvoorwaardelijk het landbouwprotectionisme van de Europese Unie, zogezegd ten bate van de kleine bedrijven. Maar de realiteit is dat de subsidies vooral ten goede komen aan de grote bedrijven en dat ze bijzonder nefast zijn voor de kleine landbouwers in ons land en nog meer voor de arme boeren in het zuiden. Elk jaar geeft de Europese Unie meer dan 44 miljard euro subsidies aan landbouw. Daarmee gaat 45% van het totale Europese budget naar ongeveer 3% van de bevolking. Die subsidies komen vooral ten goede van grote firma’s en meer dan bemiddelde personen. Queen Elisabeth van Engeland, die een vermogen heeft van 13 miljard euro, ontvangt jaarlijks 600.000 euro voor haar boerderijen. Prins Charles is goed voor 340.000 euro subsidies. Sir. Richard Sutton die een landbouwbedrijf van meer dan 3000 hectare bezit, vangt 1,6 miljoen euro per jaar. En wat met de gewone boer? Die moet het stellen met enkele tientallen of honderden euro’s per jaar waarvoor hij een berg papieren moet invullen. De ergste misbruiken gebeuren in de suikersector. De productie van één ton witte suiker in Europa kost ongeveer 675 euro, in minder ontwikkelde landen bedraagt de kostprijs slechts 285 euro. Toch beheerst Europa de wereldmarkt van witte suiker. Het produceert jaarlijks meer dan 20 miljoen ton, importeert bijna 2 miljoen ton en consumeert zelf 16 miljoen ton. Het overschot van 6 miljoen ton wordt deels met exportsubsidies en deels met dumpingpraktijken op de wereldmarkt gebracht. Goedkopere suiker uit andere landen zou in Europa gemakkelijk afgenomen worden maar de Europese Unie verhindert dit door de subsidiëring van haar suikersector met 1,721 miljard euro in 2004 (waarvan drie kwart gaat naar exportsubsidies) en het opleggen van invoertarieven die tot 140 procent kunnen bedragen. Dit alles zorgt ervoor dat de internationale prijzen nog meer naar beneden geduwd worden, dat landbouwers uit de ontwikkelingslanden geen enkele kans maken en dat Europese consumenten meer moeten betalen voor hun suiker en producten waarin witte suiker verwerkt wordt. Ontvangen de kleine suikerbietboeren hiervan veel geld? Niet echt. Volgens een studie van Oxfam krijgen de kleine landbouwers, die nochtans het grootst in aantal zijn, ongeveer één tiende van de totale subsidiepot. Negentig procent van het geld gaat naar de grote suikerverwerkende bedrijven. Zo ontving het Duitse Südsucker, dat ook eigenaar is van de Tiense Suikerraffinaderijen, ongeveer 200 miljoen euro aan Europese subsidies in 2004. Het Franse suikerbedrijf Behin Say vangt jaarlijks 180 miljoen euro. En een andere suikerreus, het Britse Tate & Lyle, ontving 170 miljoen euro. De grote winnaars zijn de aandeelhouders van deze bedrijven. Uit een studie van Oxfam blijkt dat de familie van de Canadese multi-miljardair Galen Weston als grootste aandeelhouder van British Sugar enorme winsten maakte dank zij de Europese subsidies. Hetzelfde gebeurt in tal van andere landbouwsectoren. Niet de kleine producenten ontvangen steun maar wel de grote bedrijven die via hun contacten en drukkingsgroepen de Europese besluitvorming kunnen beïnvloeden. Het systeem is derhalve oneerlijk, asociaal en zelfs immoreel. Het laat niet alleen de kleine Europese boeren in de steek maar zorgt er ook voor dat landbouwers in arme landen geen kans maken om hun producten op de Europese markt te brengen. Protectionisme en subsidies zijn zowel economisch als moreel verwerpelijk. Een vorm van egoïsme van de rijke landen die hun politieke en economische macht misbruiken door producten uit arme landen de toegang tot hun markten te weigeren en door hun eigen producenten met overheidssteun te bevoordelen. Het belemmert echte vrijhandel en veroordeelt miljoenen boeren in de Derde Wereld tot armoede. In plaats van zich te verzetten tegen de afbouw van de protectionistische suikerpolitiek in Europa zou Yves Leterme, overeenkomstig zijn eigen regeerakkoord – ‘We streven er naar om in onze samenwerking met de ontwikkelingslanden de markttoegang van de producten uit die landen te bevorderen’ - eerder moeten pleiten voor de afschaffing van de importheffingen, productiesteun en exportsubsidies rond suiker en andere landbouwproducten. Alleen op die manier ontstaat eerlijke concurrentie, zullen boeren in de ontwikkelingslanden kansen krijgen, zullen Europese consumenten minder betalen en zal ook het milieu - door de afbouw van de intensieve suikerbietenteelt - er beter van worden. De Europese landbouwpolitiek moet stoppen met het ondersteunen van de landbouwbaronnen en haar middelen besteden aan de reconversie van kleine landbouwbedrijven. Het gebrek aan een echte vrijhandel is één van de belangrijkste redenen voor armoede en de leiders van de rijke landen hebben dan ook de plicht om elke vorm van protectionisme te bestrijden. Binnen een geglobaliseerde wereld moeten alle invoerrechten en subsidies worden afgeschaft om honderden miljoenen mensen uit de armoede te halen. En het moet snel gaan want ‘honger kan niet wachten’, zoals de Braziliaanse president Lula da Silva terecht stelt. De Peruaanse president Alejandro Toledo eist van de rijke landen dat ze consequent zijn: ‘Doe wat jullie van ons vragen: open uw markten’. Ook Nelson Mandela is niet gekant tegen de globalisering maar dan alleen ‘als iedereen er baat bij heeft’. Economisch sterke landen mogen de arme niet domineren en uitbuiten. Het is dan ook moreel bedenkelijk dat men drukkingsgroepen achterna blijft hollen die er alleen op uit zijn om hun privileges te beschermen ten koste van de kleine landbouwbedrijven en van de armen in de wereld. Dirk Verhofstadt Dirk Verhofstadt Linksmailto:verhofstadt.dirk@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|